Gijsbrecht van Aemstel: verschil tussen versies

1.403 bytes verwijderd ,  10 jaar geleden
samenvatting 1 en 2 bondiger
(2 versies in samenvatting 4e bedr. tot 1 teruggebracht / corr.: '68 /)
(samenvatting 1 en 2 bondiger)
 
===Eerste bedrijf===
Het verhaal eerste bedrijf speelt zich af inop deeen nachtmiddag voor kerstmiskerstnacht omstreeks 1300. De stad Amsterdam wordt al een jaar belegerd door de troepen van Floris V, heer van de Waterlanders en de Kennemers., Dezedie Florisde Vmoord isop eenFloris aantalV jaar eerder ontvoerd en vermoord door een onbekendewillen daderwreken. ErMen wordt evenwel gedachtvermoedt dat Gijsbrecht van Aemstel, stadsheer ietsvan Amsterdam, met de moord te maken heeft. Gijsbrecht isspreekt denadat stadsheerhij van Amsterdam. Vandaar dat de troepen van Floris V de stad al zo lang belegeren. In het eerste bedrijf heeft Gijsbrecht vernomenhoorde dat de vijandelijke troepen zijn weggetrokken. Daarop spreekt hij in een langede monoloogopeningsmonoloog zijn dank uit. Zijn broer Arend gaat kijken of het bericht werkelijk waar is. Als Arend de belegeraars achterna gaat, vertelt Abt Willebrord aanvertelt Gijsbrecht dat Willem van Egmond en Diederick van Haarlem, twee vijandelijke aanvoerders, onenigheidna haddeneen gehad en dat hij ze gezegd had omruzie de stad tehebben verlaten en dehet belegeringbeleg tezouden hebben stakenopgegeven. Bij de terugkomst van Arend voert als hij terugkomt een gevangene mee. die de naam Vosmeer draagt.Deze Hij‘Vosmeer’ oogt meelijwekkend, maar is in werkelijkheid een spion. Deze Vosmeer vertelt overdat eende schip,vijanden ‘het Zeepaard’. De vijand zou dit schip, beladeneen met [[rijshout]] beladen schip, ‘het Zeepaard’, in allede haast zijn vergeten. Gijsbrecht gelooft wat Vosmeer zegt en besluitbeveelt het schip de stad binnen te laten halen. ZonderMet dit schip voert men, zonder dat iemand het in de gaten heeft, voert men het schip, dat volzit met vijandelijke soldaten, de stad binnen. Dit is (vergelijkbaar met het verhaal vanover het Trojaanse paard). Iedereen tuint erin. Tot slot zingtbezingen eenmeisjes rij in de rei van meisjesAmsterdamse zelfsMaagden eende overwinning en de geboorte van Christus overwinningslied.
 
===Tweede bedrijf===
’s Avonds bij het klooster vertellen Willem van Egmond en Diedrick van Haerlem de [[hopman|Hoplieden]] dat zij van plan zijn de vijand ’s nachts te overrompelen met de hulp van de, in het Zeepaard verborgen soldaten. De hoplieden wordt verteld de monniken niet te storen en zich stil te houden. Laat in de avond vraagt Diedrick Van Haerlem de portier de poort van het klooster te openen en de [[prior]] van het klooster Willebord te halen. Willebord vraagt naar de reden van Diedricks komst. Als Diederik toestemming vraagt om soldaten in het klooster te laten overnachten weigert Willebord aanvankelijk, maar hij geeft zich later gewonnen. Bij de stadsgracht spreekt Van Egmond met Vosmeer. De spion is de gracht overgezwommen en vertelt dat het schip, met de soldaten, de stad is binnengehaald. Egmond zegt dat de rest van de manschappen klaar ligt in het klooster. Alles is klaar voor de aanval. Egmond besluit met de woorden: ‘God geef, dat u en my dees aenslagh wel geluck.’ Het bedrijf eindigt met de Rey van Edellingen. In de zang vertelt men dat de Heiland Jezus in Bethlehem is geboren en bezingt men Gods goedheid.
In het tweede bedrijf spreken Willem van Egmond, Diedrick van Haerlem en de Hoplieden met elkaar. Ze zijn bij het klooster en het speelt zich af in de avond. Willem en Diedrick vertellen de hoplieden over de vermeende aanslag. Zij vertellen ook dat zij van plan zijn de vijand ’s nachts te overrompelen. Ook wordt er over het Zeepaard vertelt; hoe deze gereedgemaakt is. Men spreekt af om bij het klooster ’s nachts te ontmoeten. Ook spreekt men af dat Egmond nog naar de stad gaat om Vosmeer te spreken, die aan zal komen zwemmen. De hoplieden worden verteld de monnikken niet te storen en zich stil te houden.
Dan verplaatst de scene zich naar de poort, waar de portier en Van Haerlem converseren. Diedrick poogt de portier te overtuigen de poort te openen, hoewel het laat in de avond is. Diedrick draagt de portier op om Willebord te halen uit de kerk. Willebord komt en Diedrick introduceert zichzelf als gast. Willebord vertrouwt het niet en vraagt naar de reden van de komst van Van Haerlem. Deze zegt dat hij soldaten in het klooster wil laten overnachten. Willebord wil gerust soldaten binnen laten, maar weigert ze in het klooster te laten. Diedrick protesteert en zo discussiëren zij enige tijd, tot de soldaten aankomen. Diedrick beveelt ze naar het klooster te gaan en Willebord klaagt, maar protesteert niet.
Van Egmond en Vosmeer vinden elkaar bij de rand van de stad, waar Vosmeer aan is komen zwemmen. Vosmeer vertelt hoe het Zeepaard binnen gehaald is. Hij vertelt ook hoe de stedelingen de wallen versterkten en hoe hij de mannen in het zeepaard stil hield. Hij vertelt ook wat het plan is voor de aanval. Egmond vertelt over de manschappen die klaarliggen in het klooster. Na het gesprek scheiden de wegen van beide mannen en sluit Egmond af met de volgende woorden: ‘God geef, dat u en my dees aenslagh wel geluck.’
Het bedrijf eindigt met een kerstzang, de Rey van Edellingen. De zang begint ermee dat de Heiland in Bethlehem is en dat Jezus in een armoedige stal is geboren. Jezus is goddelijk en zit vol goedheid. Gods goedheid wordt ook nog benadrukt, want God heeft immers de inwoners van Amsterdam veel ellende bespaard. Het is daarom verstandig altijd te luisteren naar God, en hem te vereren.
 
===Derde bedrijf===
1.565

bewerkingen