Gijsbrecht van Aemstel: verschil tussen versies

130 bytes verwijderd ,  10 jaar geleden
k
typo's
(Bron? / verw. naar R.'s tekening / Machteld als deus in trivia / detail)
k (typo's)
Het 17e eeuwse publiek, het Amsterdamse stadsbestuur en de toenmalige financiers van de voorstellingen waaraan een deel van de inkomsten ten goede kwam (de [[caritas (deugd)|charitatieve]] instellingen Het Burgerweeshuis en het Oude Manne- en Vrouwenhuis<ref>''Vondel, Volledige dichtwerken en oorspronkelijk proza.'' Verzorgd door Albert Verweij. Opnieuw uitgegeven met een inleiding door Mieke B. Smits-Veldt en Marijke Spies. Becht, Amsterdam, 1986, Inleiding p. XXIX, ISBN 90 230 06119.</ref>) zullen deze heilsboodschap instemmend hebben aangehoord.
 
Gijsbrecht is een toonbeeld van deemoed en godsvertrouwen in tijden van beproeving. Het stuk is een icoon in de tijd van de bezetting. Het herinnerde het publiek aan het oorlogsgeweld, de strijd tegen Spanje, de strijd van soldaten, aan de belegering van steden en vermiste echtgenoten.
Ook de verschijning van Machteld in Badelochs droom kan worden gezien als een deus ex machina.
 
Gijsbrecht is een toonbeeld van deemoed en godsvertrouwen in tijden van beproeving. Het stuk is een icoon in de tijd van de bezetting. Het herinnerde het publiek aan het oorlogsgeweld, de strijd tegen Spanje, de strijd van soldaten, aan de belegering van steden en vermiste echtgenoten.
 
Om na het zien van de onfortuinlijke voorouders de stemming nog wat te verhogen werden latere Amsterdamse voorstellingen van de ''Gijsbrecht'' (v.a. het einde van de 17e of het begin van de 18e eeuw) rond Nieuwjaarsdag gevolgd door ''De bruiloft van Kloris en Roosje''. Wie de auteur is van deze boertige [[klucht]] met zang en dans, staat niet vast. Dit vrolijke naspel eindigde traditioneel met een door de personages ''Thomasvaer'' en ''Pieternel'' uitgesproken Nieuwjaarswens, waarin de actuele gebeurtenissen van die dagen van [[satire|satirisch]] commentaar werden voorzien.
* Vele kunsthistorici schreven en speculeerden over de raakvlakken in het werk en de levens van de tijdgenoten Rembrandt en Vondel. <ref> http://www.dbnl.org/tekst/ster002oork01_01/ster002oork01_01_0011.php?q J.F.M. Sterck, Oorkonden over Vondel en zijn kring. N.V. Uitgevers-maatschappij, voorheen Paul Brand, Bussum 1918 vanaf pag. 287</ref> Hoewel het [[clair-obscur]] licht theatraliteit suggereert, is de veronderstelling dat ''de Nachtwacht'' direct geïnspireerd is op de openingsscène in de ''Gysbrecht'' niet waarschijnlijk; Rembrandt vermeldt, zonder enige verwijzing naar de Middeleeuwen, de naam en toenaam van alle op zijn doek afgebeelde 17e eeuwse figuren in het naast de poort afgebeelde schild. Wel herkent men in tekeningen van Rembrandt toneelspelers en personages uit het stuk.<ref>Zie: Rembrandts tekening : De toneelspeler Willem Ruiter als bisschop Gozewijn in de kleedkamer. O. Benesch, I, 132.</ref>
* In januari 1967 vond in de Rotterdamse schouwburg een schoolvoorstelling van de Gysbreght plaats, waar scholieren verplicht naar toe moesten. Er was zoveel keet en rumoer in de zaal, dat de stervende Arend, geleund in de armen van Gysbreght zich voor het laatst oprichtte en rechtstreeks tot de zaal de in de Gysbrecht-traditie unieke tekst sprak: ‘Mag ik effe rustig doodgaan alsjullieblieft?’ Enig geloei klonk op, maar veel aandacht trok hij zelfs met deze woorden niet.
* Karel Porteman en Mieke B. Smits-Veldt beschrijven in de reeks: Geschiedenis van de Nederlandse Literatuur "''Een nieuw vaderland voor de muzen'' waarom de ''Gijsbrecht'' deel is van de canon van de Nederlandse letterkunde. Zij schrijven dat het onduidelijk is of Vondel het openingsstuk van de Schouwburg in opdracht of op eigen initiatief schreef.
* De Italiaan Marco Prandoni schreef in 2007 zijn proefschrift 'Een mozaïek van stemmen. Verbeeldend lezen in Vondels Gysbreght van Aemstel'. Hij probeert in dit proefschrift de theaterervaring van het 17e-eeuwse publiek te reconstrueren. Hij vergelijkt de ''Gysbreght'' met Vondels voorbeeld de 'Aeneis'. In dit epos van Vergilius over de ondergang van Troje laat de auteur de Romeinen afstammen van de Trojanen.
 
1.565

bewerkingen