Gijsbrecht van Aemstel: verschil tussen versies

122 bytes toegevoegd ,  10 jaar geleden
Bron? / verw. naar R.'s tekening / Machteld als deus in trivia / detail
(Bron? / verw. naar R.'s tekening / Machteld als deus in trivia / detail)
*Verwijzingen naar Vondels Gijsbrecht van Aemstel zijn onder andere te vinden in de straatnamen van diverse Nederlandse gemeenten (zoals het [[Gijsbrecht van Aemstelpark]] in Amsterdam) en de [[Scouting Nederland|scoutinggroep]] "Gijsbrecht van Aemstel".
* Op de plek waar de eerste stenen [[Stadsschouwburg Amsterdam|Amsterdamse Schouwburg]] in 1638 haar deuren opende, stond tussen 1617-1622 [[Samuel Coster]]s [[Eerste Nederduytsche Academie]], waar men zich naast de [[Rederijker|rederijkerij]] ook wijdde aan hoger onderwijs in de volkstaal.
* De eerste opvoering van de ''Gysbreght van Aemstel'' deed Vondel voor de geleerde staatsman Hugo Grotius, rond 1636. In een ‘Voorspel’ wijdde Vondel de tragedie tevens aan de stadsregering. Al snel concludeerde men dat dit stuk, met zijn klassieke allure, zo goed was, dat de ‘Gysbreght van Aemstel’ als openingsstuk voor de nieuwe schouwburg een feit werd.{{feit|bron?|2010|12|02}}. In een ‘Voorspel’ wijdde Vondel de tragedie tevens aan de regeerders van de stad.
*De verschijning van Machteld van Velzen in Badelochs droom zou men ook kunnen zien als een deus ex machina.
* Het, van het Griekse woord 'theatron' afgeleide woord 'Schouwburg' werd door Vondel bedacht. De 'eigennaam' werd de populaire soortnaam.
* Vele kunsthistorici schreven en speculeerden over de raakvlakken in het werk en de levens van de tijdgenoten Rembrandt en Vondel. <ref> http://www.dbnl.org/tekst/ster002oork01_01/ster002oork01_01_0011.php?q J.F.M. Sterck, Oorkonden over Vondel en zijn kring. N.V. Uitgevers-maatschappij, voorheen Paul Brand, Bussum 1918 vanaf pag. 287</ref> Hoewel het [[clair-obscur]] licht theatraliteit suggereert, is de veronderstelling dat ''de Nachtwacht'' direct geïnspireerd is op de openingsscène in de ''Gysbrecht'' niet waarschijnlijk; Rembrandt vermeldt, zonder enige verwijzing naar de Middeleeuwen, de naam en toenaam van alle op zijn doek afgebeelde 17e eeuwse figuren in het naast de poort afgebeelde schild. Wel herkent men in tekeningen van Rembrandt toneelspelers en personages uit het stuk.<ref>Zie: Rembrandts tekening : De toneelspeler Willem Ruiter als bisschop Gozewijn in de kleedkamer. O. Benesch, I, 132.</ref>
* In januari 1967 vond in de Rotterdamse schouwburg een schoolvoorstelling van de Gysbreght plaats, waar scholieren verplicht naar toe moesten. Er was zoveel keet en rumoer in de zaal, dat de stervende Arend, geleund in de armen van Gysbreght zich voor het laatst oprichtte en rechtstreeks tot de zaal de in de Gysbrecht-traditie unieke tekst sprak: ‘Mag ik effe rustig doodgaan alsjullieblieft?’ Enig geloei klonk op, maar veel aandacht trok hij zelfs met deze woorden niet.
* Karel Porteman en Mieke B. Smits-Veldt proberenbeschrijven in hunde boekreeks: ''Geschiedenis van de Nederlandse Literatuur "Een nieuw vaderland voor de muzen'' te verklaren waarom hetde stuk''Gijsbrecht'' zodeel snelis invan de canoniseringcanon isvan beland.de VolgensNederlandse hen heeft het treurspel alles in zich om vele generaties Amsterdammers te boeienletterkunde. InZij het boek wordt ook aangegevenschrijven dat het onduidelijk is of Vondel de opdracht kreeg tot het schrijven van het openingsstuk van de Schouwburg ofin datopdracht hijof zelfop heteigen initiatief nam tot het schrijven van het openingsstuk, zoals Vondel zelf deed vermoedenschreef.
* De Italiaan Marco Prandoni schreef in 2007 zijn proefschrift 'Een mozaïek van stemmen. Verbeeldend lezen in Vondels Gysbreght van Aemstel'. Hij probeert in dit proefschrift de theaterervaring van het 17e-eeuwse publiek te reconstrueren. Hij vergelijkt de ''Gysbreght'' met Vondels voorbeeld de 'Aeneis'. In dit epos van Vergilius over de ondergang van Troje laat de auteur de Romeinen afstammen van de Trojanen.
 
1.565

bewerkingen