Gijsbrecht van Aemstel: verschil tussen versies

364 bytes verwijderd ,  10 jaar geleden
lf's van Dalsum/Nozeman en bondiger
(navolging? Max C regisseerde niet/ Nozeman niet triviaal)
(lf's van Dalsum/Nozeman en bondiger)
 
== Opvoeringsgeschiedenis ==
Aanvankelijk werden alle rollen door mannelijke acteurs gespeeld. [[Ariana Nozeman]] (1626/1628 - 1661) was de eerste vrouwelijke Badeloch.
 
Albert van Dalsum wordt door velen gezien als de man die eindBegin jaren veertig,vijftig beginwaren jaren vijftig, de Gijsbreght-traditieopvoeringen in ere hield. Begin jaren vijftig wasvan de opvoering van Gijsbreght van Aemstel door het Amsterdams Toneelgezelschap eenvan drukbezocht[[Albert evenement.van HetDalsum]] indrukbezochte 1947evenementen. doorHet Vangezelschap Dalsumspeelde opgerichteVondels gezelschap speeldeGijsbreght van 1948 tot 1954 iedere Nieuwjaarsdag Vondels Gijsbreght in de Amsterdamse Stadsschouwburg;. Hierop volgden in de maand januari noggevolgd door een aantal voorstellingen in verschillende Nederlandse steden.
 
In de jaren zestig was een strijd gaande in de toneelwereld tussen traditie en vernieuwing, een weerslag overigens van de culturele (r)evolutie in andere sectoren van de maatschappij. De jaren '60 en '70 van de vorige eeuw waren roerig. Het was onder andere een tijd van provocatie en vrije moraal, waar Provo een exponent van was. Jongeren waren bezigkeerden zich te keren tegen het establishment. Ook in de kunst en, voor de Gysbreght meer specifiek, in theateropvoeringen is dit terug te zien. De Gysbreght stond daarbij – juist als symbool van traditie – aan de verkeerde kant, verloor, moest opgeven en de stad verlaten. Het keerpunt kwam met de jeugdvoorstelling van de Gysbrecht in de Rotterdamse Schouwburg in 1967. De voorstelling werd gestaakt omdat er gelachen en gefloten werd. De leraren van deze jongeren kwamen voor de jeugd op en beweerden zelf ook dat het een volstrekt statisch toneelbeeld was en dat de Gysbreght geen realistische opvatting bevatte. De idealen en ideeën die de Gysbrecht verkondigde, strookten niet meer met de verwachtingen en idealen van het publiek. De opvoering van '69 zou voorlopig de laatste worden in een sinds 1641 onafgebroken reeks. De galapremière liep dat jaar in het honderd doordat van te voren extra vervalste toegangskaarten waren verspreid. De Amsterdamse gemeenteraad besloot daarop de Nederlandse Comedie te verlossen van de aan subsidiëring verbonden plicht om elk jaar de Gysbrecht ten tonele te voeren. Op nieuwjaarsdag 1969 stond De Spaanse Brabander van Bredero op de planken in plaats van de Gysbreght. De zogeheten Aktie Tomaat heeft geen invloed gehad op het afbreken van de Gysbreghttraditie. De eerste tomaten troffen pas in oktober 1969 ''De Storm'' van Shakespeare, ook van de Nederlandse Comedie. De Gysbreghttraditie is volledig aan eigen gedateerdheid bezweken. Ze was ingehaald door de tijd.
 
Het toneelgezelschap Het Publiekstheater heeft zowel in 1974 als in 1975 Gijsbrecht van Amstel als toneelstuk opgevoerd. De oorspronkelijke tekst werd voor deze uitvoering bewerkt door Guus Rekers en de regie was in handen van René Lobo. Het stuk werd opgevoerd in de Stadsschouwburg Amsterdam. Het stuk was sterk geactualiseerd: met 1975 als het jaar van de vrouw in gedachten kregen de vrouwen in het stuk een geëmancipeerde en belangrijke rol. Ook was dat jaar het jubileumjaar van Amsterdam, dat 700 jaar bestond, waarnaar in de tekst van het toneelspel werd verwezen.
Guus Rekers was een actievoerder binnen de Aktie Tomaat. Aktie Tomaat wordt vaak als reden gezien voor het beëindigen van de jaarlijkse Gijsbreghtopvoeringen in 1968, terwijl [[Aktie Tomaat]] in 1969 plaatsvond. De beëindiging moet in de tijdgeest van Aktie Tomaat gezien worden.
 
Hans Croiset heeft bij zijn opvoering in 1988 de reien meer in de dramatische handeling opgenomen. De derde en vierde rei werden gezegd door Badeloch, de kinderen van Gijsbrecht en andere belangrijke personages uit het toneelstuk. De eerste twee reien werden gezegd door personages met een minder centrale rol.
 
In zijn ''Gysbreght'' voor Toneelgroep Amsterdam in 1991 ging de Haarlemse regisseur en decorontwerper Rieks Swarte op zoek naar Vondels liefdes: [[Peter Paul Rubens]], Vergilius en [[Jacob van Campen]]. Hij belichtte de spelopvattingen van de zeventiende eeuw, de klassieke poses, zoals beschreven door [[Carel van Mander]] in zijn 'schilder-boeck', en het feit dat het stuk oorspronkelijk geheel door mannen werd gespeeld. Met een knipoog plaatste hij het barokdrama, als een opera met [[recitatief|recitatieven]] en [[aria]]’s, in een sterk picturaal en historiserend kader, waarbinnen de Vlaamse acteurs speelden in een stijl waaruit al het psychologische realisme was verbannen.
1.565

bewerkingen