Gijsbrecht van Aemstel: verschil tussen versies

80 bytes toegevoegd ,  10 jaar geleden
toev.en lf. theatrale Clair-obscure
k (typo)
(toev.en lf. theatrale Clair-obscure)
* De eerste opvoering van de ''Gysbreght van Aemstel'' deed Vondel voor de geleerde staatsman Hugo Grotius, rond 1636. In een ‘Voorspel’ wijdde Vondel de tragedie tevens aan de stadsregering. Al snel concludeerde men dat dit stuk, met zijn klassieke allure, zo goed was, dat de ‘Gysbreght van Aemstel’ als openingsstuk voor de nieuwe schouwburg een feit werd.
* De naam Schouwburg werd echter ook bedacht door Vondel. Met Schouw en burg verwees Vondel naar een plaats waar men kon kijken. Het van het Griekse woord 'theatron' afgeleidde Schouwburg werd door de tijd heen zo'n populaire benaming dat het van een eigen naam is verworden tot een soortnaam.
* Vele kunsthistorici schreven en speculeerden over de raakvlakken in het werk en de levens van de tijdgenoten Rembrandt en Vondel. <ref> http://www.dbnl.org/tekst/ster002oork01_01/ster002oork01_01_0011.php?q J.F.M. Sterck, Oorkonden over Vondel en zijn kring. N.V. Uitgevers-maatschappij, voorheen Paul Brand, Bussum 1918 vanaf pag. 287</ref> DeHoewel de [[clair-obscur]] belichting een zekere theatraliteit suggereert, is de veronderstelling dat ''de Nachtwacht'' direct geïnspireerd is op de openingsscène in de ''Gysbrecht'' is niet waarschijnlijk, omdat Rembrandt, zonder enige verwijzing naar de Middeleeuwen alle op zijn doek afgebeelde 17e eeuwse figuren, met naam en toenaam vermeldt in het naast de poort afgebeelde schild. Wel meent men in sommige tekeningen van Rembrandt figuren uit het stuk te hebben herkend.
* In januari 1967 vond in de Rotterdamse schouwburg een schoolvoorstelling van de Gysbreght plaats, waar scholieren verplicht naar toe moesten. Er was zoveel keet en rumoer in de zaal, dat de stervende Arend, geleund in de armen van Gysbreght zich voor het laatst oprichtte en rechtstreeks tot de zaal de in de Gysbrecht-traditie unieke tekst sprak: ‘Mag ik effe rustig doodgaan alsjullieblieft?’ Enig geloei klonk op, maar veel aandacht trok hij zelfs met deze woorden niet.
* Karel Porteman en Mieke B. Smits-Veldt proberen in hun boek ''Een vaderland voor de muzen'' te verklaren waarom het stuk zo snel in de canonisering is beland. Volgens hen heeft het treurspel alles in zich om vele generaties Amsterdammers te boeien. In het boek wordt ook aangegeven dat het onduidelijk is of Vondel de opdracht kreeg tot het schrijven van het openingsstuk van de Schouwburg of dat hij zelf het initiatief nam tot het schrijven van het openingsstuk, zoals Vondel zelf deed vermoeden.
1.565

bewerkingen