Apostrof (stijlfiguur): verschil tussen versies

2.544 bytes toegevoegd ,  11 jaar geleden
artikel uitgebreid, met voorbeelden uit de literatuur. Functie van de apostrof. +categorie Retorica
k (robot Erbij: eo:Retorika alparolo)
(artikel uitgebreid, met voorbeelden uit de literatuur. Functie van de apostrof. +categorie Retorica)
Een '''apostrof''' is een [[stijlfiguur]] waarbij het woord tot een of meer personen wordt gericht. Vaak tegen een overleden of niet aanwezige persoon, of zelfs een object.
 
Dit aanspreken van een tweede persoon, "jij" of "u", wordt in' [[retorica|retorica's]] uit de [[klassieke oudheid]] gerekend tot de [[Troop (stijlfiguur)|tropen]]. In tegenstelling tot andere tropen zoals de [[metafoor]] of de [[metonymie]] betreft een apostrof niet de betekenis van een woord, maar heeft betrekking op de taalsituatie. Zij richt de aandacht op de aangesprokene en niet op het gespreksonderwerp. Soms komt zo'n uitroep ("O, Wijsheid, waarom hebt gij mij verlaten" e.d.) wat lachwekkend of gedateerd over, vandaar dat ook humoristische schrijvers er graag gebruik van maken.
*Jan, waarom heb je ons verlaten? Waarom moest jou dit overkomen?<br />Gehoord bij een begrafenis.
 
In de [[lyriek]] kunnen apostrofs echter wel een belangrijke rol vervullen. Zo is de uitroep "O"... voor de dichter de belichaming van de aanwezigheid van een [[Lyriek|lyrisch]] subject. Het deelt niets mee, maar geeft uiting aan zijn verlangen om zich uit te spreken. Een beroemd voorbeeld van een apostrof, waarbij een dichter de muze ter inspiratie aanroept is de aanspreking van de goddelijke muze door [[Homerus]] in de [[Ilias]]:
Een beroemd voorbeeld is de aanhef van het [[Egidiuslied]]:
 
*Egidius, waer bestu bleven? Mi lanct na di, gheselle mijn.
{{citaat lang|Goddelijke muze, zing van de wrok van de Pelide Achilles...}}
 
==Functie van de apostrof in een gedicht==
*de apostrof als uiting van passie,
:bijvoorbeeld in een 17e eeuws gedicht van de [[humanisme|humanist]] [[Daniël Heinsius]]:
{{citaat|O doodt, O wreede doodt,</br>
''Waert dat ick sterven kond' soo waer ick uyt de noodt...''}}
*de apostrof als schijnwerper op de dichter
:Een voorbeeld hiervan vindt men in het openingsgedicht van [[Jacques Perk]]s [[sonnet]]tencyclus ''Mathilde'':
{{citaat|Klinkt helder op, gebeeldhouwde sonnetten,</br>
''Gij, kindren van de rustige gedachte!''}}
*de apostrof als middel tot personificatie,
:zoals in het gedicht ''Aan de maan'' van [[Anthony Christiaan Winand Staring|A.C.W. Staring]]:
{{citaat|Toon ons uw luister, o zilveren maan!</br>
''Rijs uit het meer.''</br>
''Lach de zwervende scheepling aan.''}}
:Het effect ervan is dat levenloze [[object]]en in het gedicht nu als '[[subject]]en' kunnen functioneren. Ze worden aangesproken, verlenen de dichter een luisterend oor en kunnen handelend optreden. De poëzie brengt hen met andere woorden tot leven, bezielt hen waar ze voorheen geen ziel hadden...
 
==Andere voorbeelden==
 
*{{citaat smal met bron|"Egidius, waer bestu bleven? Mi lanct na di, gheselle mijn."|bron=aanhef van het [[Egidiuslied]]}}
 
{{citaat smal met bron|"O duistere nacht,O, wedervaren, met hier en daar een bui"|bron=[[Kees Ouwens]], 1977}}
 
{{citaat smal met bron|"O Romeo, Romeo! wherefore art thou Romeo?"|bron= [[Shakespeare]], [[Romeo and Juliet]], Act II, Scene 2}}
 
{{citaat smal met bron|"Death, be not proud, though some have called thee/ Mighty and dreadful, for thou art not so"|bron= [[John Donne]] Holy Sonnet X}}
 
[[Categorie:Stijlfiguur]]
[[Categorie:Retorica]]
 
[[ar:مناجاة (بلاغة)]]