Kritik der Urteilskraft: verschil tussen versies

4 bytes verwijderd ,  10 jaar geleden
 
Een analyse van het smaakoordeel levert het volgende beeld op:
a.* Het welbehagen dat aan het smaakoordeel ten grondslag ligt is niet geïnteresseerd in (heeft geen belang bij) het bestaan-als-zodanig van het in een concrete vorm (i.t.t. het verhevene, dat geen vormbeperking kent) waargenomen en als schoon aangemerkt object.
b.* Subjectief wordt het schone voorgesteld alsof het eraan ten grondslag liggende welbehagen door iedereen (en dus niet als een privégevoel) wordt beleefd: Een subjectieve algemeenheid, een algemene mededeelbaarheid, die niet berust op een specifieke begripsmatige kennis van het object. Zij heeft betrekking op algemene (niet door denkcategorieën en oordelen beperkte) kennis, die het resultaat is van het vrije spel tussen verbeeldingskracht (het vermogen van de aanschouwingen a priori; het werktuig van de rede) en verstand (het vermogen der begrippen). De lust aan de harmonie van deze kenvermogens resulteert in esthetische lust.
c.* Deze tot lust leidende harmonie leidt er noodzakelijkerwijs toe het als schoon aangemerkte object door middel van de reflecterende oordeelskracht te beschouwen alsof het doelmatig is; een subjectieve/formele doelmatigheid, maar zonder doel wegens het ontbreken van het hebben van belang bij het object. Deze subjectieve/formele doelmatigheid noemt Kant a priori.
d.* Omdat het welbehagen verondersteld wordt subjectief algemeen te zijn en het schone formeel doelmatig, is het welbehagen exemplarisch en voorwaardelijk noodzakelijk. Kant noemt dit de sensus communis van de smaak: Het gevoel in het smaakoordeel wordt als plicht aan eenieder toegedacht.
 
Dat Kant het schone het symbool noemt van de zedelijkheid, staat los van de brugfunctie, maar heeft alles te maken met zijn bedoeling om het primaat van de praktische rede te bevestigen.
1.445

bewerkingen