Slagkruiser: verschil tussen versies

Geen verandering in de grootte ,  12 jaar geleden
k
linkfix
k (linkfix)
De technische ontwikkelingen op het gebied van aandrijving, alsmede de toegenomen grootte van de scheepsplatformen, waardoor een beter compromis mogelijk werd tussen snelheid, slagkracht en bepantsering, maakten voorts dat het onderscheid tussen slagschepen en slagkruisers verdween. Feitelijk was elk slagschip of slagkruiser, gebouwd ná de [[HMS Dreadnought|Dreadnought]], een compromis tussen slagkracht en bescherming enerzijds en snelheid anderzijds (zelfs bij het archetype van het slagschip - de Dreadnought - was tijdens de ontwerpfase besloten een deel van bewapening op te geven om een hogere snelheid mogelijk te maken). De classificatie was dan ook vaak arbitrair. De hierboven genoemde ''HMS Hood'' was volgens de Royal Navy een slagkruiser, louter op grond van de hoge snelheid. Het gordelpantser was wel degelijk bestand tegen de zwaarste granaten van die tijd. Het schip was nota bene groter dan enig slagschip uit die periode (en tot het begin van de [[Tweede Wereldoorlog]] zou het zelfs het grootste oorlogsschip ter wereld blijven). De later aangebrachte extra bepantsering betrof dan ook vooral het dekpantser, dat inderdaad zwakke plekken vertoonde. Door de haast waarmee een en ander werd uitgevoerd bleef het dek overigens wel de achillespees van het schip.
 
Ruim 10 jaar na de Eerste Wereldoorlog gingen de mogendheden ertoe over nieuwe slagschepen te bouwen. Binnen de opgelegde beperkingen van 35.000 ton <ref>35.000 ton was het maximum volgens het vlootverdrag.</ref> zocht elke marine naar het beste evenwicht tussen snelheid, slagkracht, bescherming en actieradius. Al deze schepen haalden snelheden van 27-33 knopen, alhoewel soms (zoals bij de Amerikaanse [[South Dakota klasse]] en later nog enigszins bij de [[Iowa -klasse]]) een kleine concessie gedaan werd aan het pantser om actieradius <ref>Meer dan de [[Royal Navy]], die vooral gericht was op operaties dichtbij de Europese kusten, had de US Navy, van wie het operatieterrein vooral op de Grote Oceaan lag, behoefte aan schepen met een grote actieradius en een hogere snelheid. Reden waarom een deel van het pantser geofferd werd.</ref> en snelheid te vergroten. De Iowa klasse slagschepen werd om die reden in sommige toenmalige vakliteratuur dan ook wel als super-slagkruiser aangeduid.
 
Zowel de ''[[Dunkerque (slagschip)|Dunkerque]]'' en ''Strasbourg'', Franse slagschepen uit de jaren dertig, als het Duitse antwoord daarop, de ''[[Gneisenau (slagschip)|Gneisenau]]'' en de ''[[Scharnhorst]]'', werden in Groot-Brittannië nog wel gezien als een nieuw type slagkruiser. In plaats van de bepantsering te beperken had men hier een lichter kanon <ref>Een kaliber van 330 mm op de Franse en van 281 mm op de Duitse schepen, terwijl 380 mm gangbaar was in die periode.</ref> gekozen, waardoor eveneens een hogere snelheid mogelijk werd. In werkelijkheid werd de Duitse keuze voor het lichtere kanon ingegeven door de haast waarmee Duitsland deze schepen in de vaart wilde krijgen: door de achterstand in technische ontwikkeling, t.o.v. de Britten, had men op het moment van bouw simpelweg nog geen 380 mm kanon beschikbaar.
385

bewerkingen