Adalbero I van Metz: verschil tussen versies

12 bytes toegevoegd ,  12 jaar geleden
k
kGeen bewerkingssamenvatting
Hij deed de [[abdij]]en, die afhingen van het bisdom en die in verval waren, terug heropleven. Hiervoor kreeg hij de bijnaam ''vader van de monikken''. Adalbero liet de vervallen gebouwen herstellen en breidde de bezittingen van de abdijen verder uit. In 933 was hij de drijvende kracht achter de heropleving van de [[abdij van Gorze]] en in 944 zette hij zich in voor de heropleving van de [[abdij van Sint-Truiden]] die eveneens afhing van het bisdom Metz.
 
Adalbero werd [[Abt (abdij)|abt]] van deze laatste abdij en hij bleef dit tot aan zijn dood. Hij probeerde zo veel mogelijk zijn tijd te verdelen tussen het bisdom Metz en de abdij van Sint-Truiden. Adalbero werd in 954 door hertog [[Koenraad de Rode]] ontheven van zijn taak als bisschop waarna hij in Sint-Truiden verbleef tot aan zijn dood in 962.
 
Na zijn dood werd zijn lichaam eerst naar de abdij van Gorze gebracht en daarna naar de [[abdij Saint-Arnoul]] in [[Metz]] waar een grote verering ontstond. In 968 gaf keizer [[Otto I de Grote]] een [[oorkonde|charter]] uit waarin Adalbero de titel ''sanctissimus'' kreeg.
144.863

bewerkingen