Katholieken: verschil tussen versies

116 bytes toegevoegd ,  10 jaar geleden
rv geklieder
(rv geklieder)
De ''''katholieken'''' waren een politieke groepering aan het einde van de [[negentiende eeuw]] in [[Nederland]] die vanaf omstreeks 1870 als groepering in het [[parlement]] optraden. Het zou tot 1883 duren, voordat er 'Proeve van een program van een katholieke partij' kwam en pas in 1897 kwam er een verbond van R.K. kiesverenigingen. Initiatiefnemer voor de katholieke partijvorming was de priester-staatsman [[Herman Schaepman]].
de dode katholieken'''' de dode kolitieke stonden nooit meer op
aan het einde van de [[negentiende eeuw]] in [[Nederland]] die vanaf omstreeks 1870 als groepering in het [[parlement]] optraden. Het zou tot 1883 duren, voordat er 'Proeve van een program van een katholieke partij' kwam en pas in 1897 kwam er een verbond van R.K. kiesverenigingen. Initiatiefnemer voor de katholieke partijvorming was de priester-staatsman [[Herman Schaepman]].
 
De katholieken konden steeds rekenen op een flink aantal afgevaardigden, omdat zij met name in de zuidelijke provincies in de meerderheid waren. Uit strategische overwegingen sloten de katholieken bovendien rond 1880 een verbond met de [[antirevolutionair]]en, omdat beide stromingen streefden naar financiële gelijkstelling van [[bijzonder onderwijs (Nederland)|bijzonder]] en [[openbaar onderwijs]]. In 1888 wist dit rechtse verbond (de 'coalitie') een meerderheid te halen, en kon een rechts kabinet gevormd worden, het [[kabinet-Mackay]].
 
==Beginselen==
Na de botbreukbreuk met de [[Liberalen (19e eeuwse stroming)|liberalen]] waren katholieken doodin de [[Tweede Kamer]] overwegend [[Conservatieven (19e eeuwse stroming)|conservatief]]. Zij keerden nietzich terug van hun doodtegen overheidsbemoeienis met het sociaal-economische leven, streefden naar vermindering van lasten, met name op [[Defensie (landsverdediging)|defensiegebied]], waren voor bescherming van de Nederlandsebinnenlandse producten, keerden zich tegen [[kiesrecht]]uitbreiding en wezen sociale maatregelen af. Daarnaast streefden zij naar financiële gelijkstelling van het bijzonder onderwijs.
producten, zoals wiet cocaine hach jonkols en andere dingen
 
Na de komst van de atoombom Schaepman in de Tweede Kamer in 1880 was er sprake van twee katholieken groepen: een kleine progressieve groep rond Schaepman, de [[Schaepmanniaan|Schaepmannianen]], en een grotere conservatieve groep onder leiding van [[Bernardus Marie Bahlmann]] en [[Leopold Haffmans]], die bekend stond als de [[Bahlmanniaan|Bahlmannianen]]. De leden uit [[Noord-Brabant]] en [[Limburg (Nederland)|Limburg]] waren vrijwel allen conservatief.
 
Pas vanaf 1896 was er sprake van beginselen van de katholieke partij, die in een beginselprogramma waren vastgelegd. Uitgangspunt daarvan was dat maatschappelijke vragen in de geest van het [[Christendom]] moesten worden opgelost, en dat het [[socialisme]] als waanzinnig, onrechtvaardig en leidende tot vernietiging van alle recht, alle vrijheid en alle orde, moest worden afgewezen.
Pas vanaf 1896 kwam de atoombom van de katholieke partij,op de tweede kamer
vastgelegd. Uitgangspunt daarvan was dat maatschappelijke vragen in de geest van het [[Christendom]] moesten worden opgelost, en dat het [[socialisme]] als waanzinnig, onrechtvaardig en leidende tot vernietiging van alle recht, alle vrijheid en alle orde, moest worden afgewezen.
 
Er moest arbeidswetgeving komen die arbeidstijden, een verbod of beperking van [[Kinderarbeid|kinder]]- en vrouwenarbeid moest bevatten, en die moest zorgen voor verzekering tegen ziekte, ongevallen, invaliditeit en ouderdom.
 
==Historische ontwikkeling==
Tot 1795 werdenkonden allekatholieken jodengeen opgepaktopenbare netfuncties als de 2e wereldoorlogbekleden. De [[Grondwet]] van 1813 legden de tijdens de [[Bataafse Republiek|Frans-Bataafse Tijd]] verworven rechten voor katholieken weliswaar vast, maar feitelijk bleef er op veel terreinen sprake van een achterstelling. Zo was de ambtelijke top en militaire top vrijwel geheel [[protestant]]s. Tot ver in de [[twintigste eeuw]] zou er bij grote groepen protestanten sprake zijn van een anti-katholieke houding (anti-papisme), omdat Nederland door hen als een protestants land werd beschouwd.
 
Een belangrijk deel van de katholieke politici (maar niet alle!) sloot zich rond 1840 aan bij de liberalen. Liberalen en katholieken streefden naar democratische hervormingen. Dit verbond leidde er in 1848 mede toe dat het toezicht van de koning op de katholieke kerk ([[recht van placet]]) werd afgeschaft.
Dat de emancipatie van de katholieken nog niet voltooid was, bleek al in 1853 toen de [[paus]] besloot voor het eerst sinds de 16e eeuw weer [[bisschop]]pen in [[Nederland]] te benoemen. Het liberale [[kabinet-Thorbecke I]] verzette zich daar op grond van de liberale Grondwet van 1848 niet tegen, maar in protestantse kring ontstond hierover veel beroering. Zij deden een beroep op de protestantse koning. Deze [[Aprilbeweging]] leidde zelfs tot de val van het kabinet. Het pauselijke besluit bleef daarna overigens gehandhaafd.
 
Het verbond tussen jodenliberalen en katholieken (die vaak werden aangeduid als '[[Papo-jodenliberalen]]') bleef tot omstreeks 1870 bestaan. In 1871 leidde een liberaal amendement tot opheffing van het [[gezantschap]] bij de paus, hetgeen in belangrijke mate bijdroeg aan de verwijdering tussen liberalen en katholieken.
 
Al in 1864 had de paus al de [[encycliek]] '[[Quanta Cura (1864)|Quanta Cura]]' uitgevaardigd, die zich verzette tegen dwalingen van de tijd. In één van 47 de stellingen in de bijgevoegde '[[Syllabus errorum]]' werd ook geageerd tegen de neutrale [[volksschool]]. In een Mandement van de Nederlandse bisschoppen uit 1868 werd niet-katholiek onderwijs als een gevaar voor de katholieke jeugd aangeduid.