Marcus Livius Drusus minor: verschil tussen versies

43 bytes toegevoegd ,  11 jaar geleden
k
Quintus Servilius Caepio was in geboorte, fortuin en invloed de rivaal van Drusus<ref name=autogenerated1>Flor., III 17.</ref>. Oorspronkelijk waren zij goede vrienden. Want toen Caepio Livia, de zus van Drusus, huwde, trouwde Drusus met Servilia, de zus van Caepio<ref>Cass. Dio, ''Frag. Peiresc.'' 110, ed. Reimar. vol. I p. 45: {{grc|γάμων ἐπαλλαγή}}.</ref>. [[Cassius Dio]] schijnt te wijzen op zaken in het huishouden als oorzaak voor hun onenigheid, maar volgens [[Gaius Plinius Secundus maior|Plinius maior]]<ref>''[[Naturalis Historia]]'' XXXIII 6.</ref> ontstond de breuk tussen hen toen beiden tijdens een veiling op dezelfde ring boden, en aan dit incident werd de strijd om roem die zou uitmonden in de ''[[Bellum Sociorum]]'' toegeschreven. De wederzijdse jaloezie tussen de schoonbroers ging zelfs zover, dat Drusus bij gelegenheid verkondigde dat hij Caepio van de [[Tarpeïsche rots]] zou gooien<ref>Aur. Vict., ''de Vir. Ill.'' 66.</ref>.
 
Drusus was reeds vroeg een aanhanger van de ''[[optimates]]''. Toen in [[100 v.Chr.]] [[Lucius Appuleius Saturninus|Saturninus]] werd gedood, was hij een van degenen die de wapens opnamen voor de veiligheid van de staat<ref>Cic., ''pro Rabir. Perd. reo.'' 7.</ref> en de consul [[Gaius Marius]], die nu aan de kant van de [[senaat (Rome)|senaat]] stond, steunden<ref>Liv., ''Epit.'' XIX.</ref>. In de strijd tussen de senaat en de ''[[equites]]'' om het bezit van de ''iudicia'', nam Caepio het op voor de ''equites'', terwijl Drusus de zaak van de senaat met zo'n ernst en onstuimigheid bepleitte, dat hij, zoals zijn vader, ''patronus senatus'' schijnt te zijn genoemd<ref>Cic., ''pro Mil.'' 7; Diod., XXXVI fr. fin. ed. Bipont. X p. 480.</ref>. De ''equites'' hadden nu, dankzij een ''lex Sempronia'' van [[Gaius Sempronius Gracchus]], vanaf [[122 v.Chr.]] de ''[[iudicia]]'' bezeten, met uitzondering van een korte periode waarin de ''lex Servilia'' de uitsluiting van senatoren ongedaan maakte (zie ''[[lex iudiciaria]]''). De Quintus Servilius Caepio die deze kortstondige wet voorstelde (die door een ''lex Servilia'', met name die van [[Servilius Glaucia]], werd herroepen) was misschien de vader van Quintus Servilius Caepio, de zwager van Drusus, maar was zeker een ander persoon dan deze laatste en van een andere politieke richting. De ''equites'' misbruikten echter hun macht, net zoals de senaat dat voor hen had gedaan. Als belastinggaarders deden zij straffeloos aan verduistering en afpersing, wat in hun ogen niet meer dan hun goed recht was. Wanneer ze werden aangeklaagd, werden zij door medeplichtigen en partijgenoten berecht, en "het moet een harde winter zijn wanneer een wolf een wolf verslindt". En anderzijds, in processen tegen senatoren van de tegenovergestelde [[factie]], hielden de ''equites'' meer rekening met politieke vetes dan met gerechtigheid. Zelfs in gewone gevallen, waar geen politieke vetes bij waren betrokken, verkochten zij hun stemmen voor steekpenningen en invloed. De recente onterechte veroordeling van [[Rutilius Rufus]] had de senaat verzwakt en het geweld van de ''equites'' aangemoedigd, toen tijdens het consulaat van [[Lucius Marcius Philippus]] en [[Sextus Iulius Caesar (consul in 91 v.Chr.)|Sextus Iulius Caesar]]<ref name=autogenerated1 /> ([[91 v.Chr.]]) Drusus tot ''[[Volkstribuun|tribunus plebis]]'' werd verkozen.
 
In een poging om de partij van de senaat te versterken, trachtte Drusus vastberaden om de [[plebejers]], de [[Latijnen]] en Italische ''socii'' (bondgenoten) voor zich te winnen. Zijn ijver werd aangewakkerd door de pogingen van zijn rivaal Caepio om enkele leiders van de adel te vervolgen. Door de tegenstrijdige verklaringen en tegenovergestelde inzichten van de Romeinse auteurs in verband met zijn motieven en daden, is het moeilijk zijn karakter en zelfs zijn loyaliteit aan zijn ''factio'' in te schatten. Zijn maatregelen golden als revolutionair, maar zijn politieke opvattingen als zeer aristocratisch. Velleius Paterculus<ref>II 13; cf. Pseudo-Sallustius, ''Epist. 2 ad C. Caes. de Rep. Ord.''</ref> prijst hem voor zijn beleid om het plebs over te halen, door zelf kleine concessies te doen, die belangrijk waren voor de ''optimates''. Maar toch kan men zich moeilijk van de indruk ontdoen<ref>Cf. Flor., III 18; Liv., ''Epit.'' LXX-LXXI.</ref>, dat hij evenveel om zichzelf gaf als om de ''optimates'', en dat persoonlijke rivaliteiten verstrengeld raakten met oprechte plannen voor zijn land en verlichte idealen. Het lijkt erop dat hij tenslotte door ontgoocheling een gevaarlijke samenzweerder werd en dat hij soms alleenheerschappij nastreefde. Hij streefde gretig naar populariteit en invloed. In zijn onrustige en onafhankelijke geest had hij de gedachte gevormd om de bemiddelaar tussen de ''factiones'' te worden en hij handelde impulsief, zonder goed na te denken over de gevolgen van zijn daden. Er lag een diepere betekenis in de geestige opmerking van Granius, de openbare omroeper, die, toen Drusus hem met de gebruikelijke uitdrukking, "''Quid agis, Grani?''" ("Hoe maak je het, Granus?") begroette, antwoordde, "''Immo vero, tu Druse, quod agis?''" ("Integendeel, Drusus: wat doe jij (hier)?" <ref>Cic., ''pro Planc.'' 14.</ref>
114.659

bewerkingen