David Jacob van Lennep (1774-1853): verschil tussen versies

geen bewerkingssamenvatting
 
==Dichter==
Van zijn vader erfde Van Lennep het buiten [[Huis te Manpad|Manpad]] bij [[Heemstede (Noord-Holland)|Heemstede]], waar hij de zomers doorbracht. Hij was zeer gehecht aan dit huis en het buitenleven, waarover hij veel dichtte. Van Lennep was een van de laatste Nederlanders die nog echt de vaardigheid hadden Neolatijnse gedichten te maken. Hij was actief in de Amsterdamse gezelschappen Concordia et Libertate en Libertate et Concordia. In 1790 debuteerde hij met ''Carmina juvenilia'' (‘Jeugdgedichten’), dat zijn vader voor hem liet uitgeven ter gelegenheid van zijn eindexamen, en in 1796 volgde de bundel ''Rusticatio Manpadica'' (‘Het landleven op het Manpad’). Hierin staan tien elegieën en een gedicht in 216 hexameters. In 1850 verscheen nog postuum de ''Poematum fasciculus'' (‘Bundeltje gedichten’), waarin onder meer het gedicht ‘Ad Villae Manpadicae arbores’ (‘Aan de bomen van het Manpad’) staat, dat door zijn zoon Jacob in het Nederlands werd vertaald. David Jacob van Lennep was ook actief als Nederlandstalig dichter, onder meer in het Leidse genootschap Kunst Wordt Door Arbeid Verkreegen. In 1826 bracht hij ''Hollandsch duinzang'' uit. Een verzamelbundel van zijn Nederlandse gedichten verscheen in 1844: ''Gedichten van Mr. D.J. van Lennep''.
 
==Professor==
==Referenties==
* W. van den Berg, ‘David Jacob van Lennep (1774-1853). Geliefd leermeester zonder volgelingen’, in: E.O.G. Haitsma Mulier e.a. (red.), ''Athenaeum Illustre. Elf studies over de Amsterdamse Doorluchtige School, 1632–1877'', Amsterdam: Amsterdam University Press 1997, 173-198
* Piet Gerbrandy, 'Rura placent nobis, de Rusticatio Manpadica van David Jacob van Lennep', in: ''Hermeneus'' 60, 5 (1988) 314-319
* Piet Gerbrandy, 'De Mus. Een pastorale pastiche door David Jacob van Lennep', in: ''Hermeneus'' 63, 3 (1991) 183-187
* D.C.A.J. Schouten, ''Het Grieks aan de Nederlandse universiteiten in de negentiende eeuw, bijzonder gedurende de periode 1815-1876'', diss. Utrecht 1964, 483-503
 
2.323

bewerkingen