Mohammed Abu Abdallah: verschil tussen versies

13 bytes toegevoegd ,  11 jaar geleden
k
Invulling parameters sjabloon met AWB
k (stijl; {feit})
k (Invulling parameters sjabloon met AWB)
'''Mohammed XI Abu Abdallah''' (ca. [[1459]] - [[1527]]) was de laatste [[Moren|Moorse]] koning van de dynastie van de [[Nasriden]] van het [[Koninkrijk Granada]]. Toen de [[Spanje|Spaanse]] christenen zijn naam hoorden, en daar iets als ''Mojamed Boabd-la'' in verstonden, verbasterden ze zijn naam tot '''Boabdil'''. Hij werd ook ''El Chico'' ("de kleine") en ''El Zogoybi'' ("de ongelukkige") genoemd. Hij was de oudste zoon van [[Muley Hacén]]; ook de namen Muley Abdul Hassan en Abu al-Hasan 'Ali komen voor . Zijn moeder wordt Fátima, maar ook Ayesha genoemd.{{feit||2010|01|02}}
 
==Biografie==
De laatste jaren van het koninkrijk werden gekenmerkt door spanningen en confrontaties tussen de verschillende facties binnen het rijk. Boabdil werd door zijn moeder aangespoord om tegen zijn vader te rebelleren, vermoedelijk omdat ze op een zijspoor was gezet, toen haar man een nieuwe concubine nam. In 1482 riep Boabdil zich tot nieuwe koning uit. Zijn vader werd verdreven.
 
Om zijn gezag meer prestige te geven viel hij [[Castilië]] binnen. Aanvankelijk lukte het hem om de [[christendom|Christenen]] ten oosten van [[Málaga (stad)|Málaga]] te verslaan. Kort daarop echter, in 1483, werd hij in [[Lucena (Spanje)|Lucena]] gevangen genomen. Zijn vader Muley kwam tijdelijk terug op de troon om vervolgens de macht over te dragen aan zijn broer Al Zagal of [[Abdullah ez Zagal]], de oom van Boabdil.
 
[[ImageBestand:BoabdilFerdinandIsabella.jpg|240px|right|thumb|'''Overgave van Granada''' van F. Padilla. Links Boabdil en rechts [[Ferdinand II van Aragon|Ferdinand]] en [[Isabella I van Castilië|Isabella]]]]
 
Spoedig daarop werd Boabdil uit strategische overwegingen vrijgelaten. Hij keerde terug naar [[Granada (stad)|Granada]], maar Al Zagal weigerde om zijn machtspositie weer aan zijn neef af te staan. De daarop volgende jaren werd Granada verzwakt door een onderlinge machtsstrijd. In 1489 werd Boabdil opgeroepen om de stad over te geven; na diens weigering werd de stad belegerd. Uiteindelijk, op 2 januari 1492, viel de stad en vluchtte Boabdil naar Noord-Afrika. Daar zou hij in een gevecht met de heerser van Fez gedood zijn.