Hoofdmenu openen

Wijzigingen

27 bytes toegevoegd ,  9 jaar geleden
 
==Aanloop==
[[Beleg van Oldenzaal (1605)|Oldenzaal]] was als een rijpe appel in de mand van Spinoza gevallen, en nog dezelfde dag stuurde hij troepen naar [[Lingen (Ems)|Lingen]] om deze stad aan zijn lijstje toe te voegen. In Keulen had Spinoza gehoord dat deze stad onderbezet was, en dat ze bezig waren met herstelwerkzaamheden aan de [[Vesting (verdedigingswerk)|vestingwerken]] van de stad. Binnen de stad waren slechts 500 soldaten aanwezig onder bevel van kapitein Maerten Cobben. De stad lag op veel plaatsen open. De [[wal]]len afgebroken, en de [[borstwering]]en ontbraken. De molens stonden nog in de grachten, waarmee het water weggepompt werd. De graven van Nassau die in [[Rheinberg]] zaten hadden beloofd de stad te voorzien van alle middelen, maar deze steun bleef uit. Deze meenden dat de versterking van 300 soldaten aan het garnizoen voldoende was. Op 8 augustus had Spinola 150 soldaten voorruit gestuurd om de koeien te vangen in omliggende weiden. De dag erop moest de voorhoede de stad al bestormen op 9 augustus. Spinola zelf volgde op 10 augustus met het gehele leger vanuit [[Oldenzaal]].
 
==Beleg==
Dezelfde nacht vingen soldaten aan met de aanleg van loopgraven naar de stad, vanuit vier richtingen. Binnen de stad maakten soldaten van het garnizoen alles haastig gereed voor het beleg en werden nog borstweringen aangelegd, en geschut opgesteld. Op 12 augustus hadden de Spanjaarden een aantal stellingen gereed met geschut om [[Bres (vesting)|bressen]] te kunnen schieten. Ook op losse plaatsen werd geschut opgesteld om de versterkingen aan de stad te verhinderen. Er werd van Spaanse kant fanatiek geschoten, zodat van twee [[bastion]]s reeds de punten afgeschoten waren. Door de ondiepe gracht wisten zij middels loopgraven deze uiteindelijk te overmeesteren. Intussen was predikant Johannes Speinhoven met de gehele kerkraad in overleg met kapitein Maerten Cobben. Cobben had besloten de stad eervol tot het uiterste te verdedigen, maar Speinhoven zei dat elk onnodige druppel bloed dat daarbij vergoten zou worden op zijn nageslacht zou overgaan. De burgers die nog uit 300 weerbare mannen bestond dreigden het garnizoen dat zij desnoods zelf een bastion zouden innemen om met de Spanjaarden te onderhandelen. Uiteindelijk besloten zij gezamelijk op 18 augustus de stad onder de zelfde voorwaarden als Oldenzaal over te geven, want niemand binnen de stad wist of er een [[ontzet]] voor handen was, of dat de [[Prins van Oranje]] op weg was vanuit Vlaanderen.
10.382

bewerkingen