Bulbsteven: verschil tussen versies

6 bytes toegevoegd ,  12 jaar geleden
→‎Geschiedenis: de jaren 70 => zeventig, Replaced: de jaren 70 → de jaren zeventig,
Geen bewerkingssamenvatting
(→‎Geschiedenis: de jaren 70 => zeventig, Replaced: de jaren 70 → de jaren zeventig,)
Het idee ontstond rond 1900. De eerste toepassing lijkt voor de Amerikaanse marine te zijn geweest in 1912. In de jaren 20 verschenen bulbstevens op de ''[[Bremen (1929)|Bremen]]'' en de ''[[Europa (1930)|Europa]]'', twee Duitse [[oceaanstomer]]s. De ''Bremen,'' die in [[1929]] in de vaart kwam, won de begeerde [[Blauwe wimpel]] met een snelheid van 27,9 knopen. In 1935 combineerde de Franse superliner ''[[SS Normandie|Normandie]]'' een bulbsteven met een radicaal andere scheepsromp en was in staat om snelheden van meer dan 30 knopen te bereiken. De grote rivaal van de ''Normandie'', de Britse liner ''[[RMS Queen Mary|Queen Mary]]'', haalde dezelfde snelheid zonder bulbsteven en met een conventioneel rompontwerp. Het verschil was dat de ''Normandie'' deze snelheid haalde met zo’n 30% minder vermogen dan de ''Queen Mary'' en een vergelijkbaar lager brandstofverbruik. De Japanners ontwikkelden de bulbsteven verder. Slagschepen zoals de [[Yamato (slagschip)|''Yamato'']] hadden een bulbsteven. Het Japanse onderzoek verspreidde zich echter niet naar de westerse wereld en na de oorlog werd veel van de vooruitgang verloren.
 
Vanaf de jaren 50 werd er in het Westen wetenschappelijk onderzoek naar de bulbsteven gedaan en rond 1960 begon deze steeds meer praktisch toegepast te worden. In de jaren 70zeventig werden bulbstevens toegepast op snelle [[koopvaardij]]schepen. Van grote invloed is [[Alfred Kracht]] geweest, die uitgebreid onderzoek deed naar het effect van bulbstevens.
 
Het eerste theoretische werk was echter van [[W.C.S. Wigley|Wigley]]. Hij toonde in 1936 in ''The theory of the bulbous bow bow and its practical application'' aan dat een cilindrische bulb het water dusdanig versneld dat een drukverlaging optreedt die doorwerkt tot aan het wateroppervlak en daar een golfdal veroorzaakt die de boeggolf (deels) uitdooft.