Filmkeuring: verschil tussen versies

65 bytes toegevoegd ,  10 jaar geleden
→‎Nederland: Bioscoopwet (wet van 14 mei 1926, Stb. 118, tot bestrijding van de zedelijke en maatschappelijke gevaren van de bioscoop)
k (→‎Nederland: Daarnaast kwam het weleens voor dat een burgemeester in het belang van de openbare orde een film verbood,)
(→‎Nederland: Bioscoopwet (wet van 14 mei 1926, Stb. 118, tot bestrijding van de zedelijke en maatschappelijke gevaren van de bioscoop))
Filmkeuring bestaat sinds het begin van de [[twintigste eeuw]]. Vertegenwoordigers van kerken en maatschappelijke organisaties beoordeelden alle rolprenten. In het [[verzuiling|verzuilde]] Nederland betekende dat dat ook een [[priester]] uit de [[Rooms-katholieke Kerk|katholiek]]e kerk en een [[gereformeerd]] lid, jarenlang was dat [[Henriëtte Kuyper]], deel van de commissie uitmaakten. De katholieken kenden een kerkelijke lijst van afgeraden en verboden films, vergelijkbaar met de [[Index librorum prohibitorum]], een lijst van films die zij niet mochten gaan zien.
 
De landelijkeBioscoopwet overheid(wet kwamvan in14 mei 1926, metStb. 118, tot bestrijding van de Bioscoopwetzedelijke omen eenmaatschappelijke eindegevaren tevan makende bioscoop) maakte een einde aan alle lokale bioscoopcommissies die ieder hun eigen criteria hadden. Als uitvloeisel van die wet werd begin 1928 door de overheid de Rijksfilmkeuring oftewel de ''Centrale Commissie voor de Filmkeuring'' (CCF; vanaf 1977 ''De Nederlandse Filmkeuring'') ingesteld waarin o.a. [[Johan August van Thiel]] werd benoemd. Een jaar later stelde de CCF een 'commissie van advies' in.
 
Daarnaast kwam het weleens voor dat een burgemeester in het belang van de [[openbare orde]] een film verbood, zoals in de jaren '60 die van [[Gorkum]], Mr. [[Louis Rudolph Jules van Rappard]],
68.936

bewerkingen