Engels renaissancetheater: verschil tussen versies

Geen verandering in de grootte ,  11 jaar geleden
link
(link)
(link)
Overigens waren deze beschermheren niet de broodheren van de acteurs, maar zij konden ingeval van juridische problemen wel op hen terugvallen. De theatergezelschappen zorgden in toenemende mate voor hun eigen inkomen en werden geleid door een zakelijk ondernemer of [[impresario]]. Onder meer [[James Burbage]], [[Philip Henslowe]], [[Christopher Beeston]] en [[Francis Langley]] waren actief in dit milieu. Zij lieten ook vaak de permanente theaters bouwen. Deze theatergebouwen werden neergezet buiten de [[City of London]], zodat de autoriteiten, die dit soort van vermaak niet gunstig gezind waren, er weinig tot geen zeggenschap over hadden. De oorzaak van hun tegenzin was het feit dat theatervermaak vaak samenging met frivolere soorten van vermaak in de vorm van bierhuizen en bordelen en daaraan gelieerde vormen van (kleine) criminaliteit.
 
Overigens was er wel enige vorm van controle ontstaan over de opvoering van toneelstukken en de daarin voorkomende teksten. Gedurende lange tijd bekleedde [[Edmund Tilney]] de functie van ''[[Master of the Revels'']], die de autoriteit had over licenties van stukken en theaters en in feite een vorm van [[censuur (informatie)|censuur]] uitoefende.
 
[[Image:The Swan cropped.png|thumb|205px|Een schets van The Swan]]
109.557

bewerkingen