Heerlijkheid Mariënwaerdt: verschil tussen versies

14 bytes toegevoegd ,  10 jaar geleden
opm/sp/lf/typo
k (+interwiki)
(opm/sp/lf/typo)
AanDe ''' Norbertijnerabdij Marienweerd''' werd in het begin van de [[12e eeuw]] aan de noordelijke oever van de [[Linge (rivier)|Linge]] nabij [[Beesd]] werd in het begin van de [[12de eeuw]] de ''' Norbertijnerabdij Marienweerd''' gesticht. In een [[oorkonde]] uit [[1129]] maakte de Utrechtse bisschop [[Andries van Cuijk|Andreas]] bekend dat daartoe de nodige grond beschikbaar was gesteld. In de loop van de jaren kwam de [[abdij]] in bezit van veel onroerende goederen. Onder de dichtbij gelegen bezittingen vallen de 45 hoeven in het ontginningsgebied [[Schonauwen]] en het [[patronaatsrecht]] op de kerk in Beesd te noemen. Aan het [[patronaatsrecht]] waren veelal [[tiendrechttiende|tiendrechten]]en verbonden. De goederen werden beheerd door het stichten van [[Uithof (klooster)|uithoven]], grote landbouwcomplexen, die onder leiding stonden van één van de [[kanunnik]]ken van het klooster.
 
Ook de gronden die direct rond de abdij lagen werden geëxploiteerd, maar dan wel door de [[norbertijnen]] zelf en niet door pachters. Daarnaast was een deel van de gronden in het Mariënweerdse Veld verpacht. Omdat een voldoende bedijking van de rivieren lange tijd ontbrak, werd het gebied regelmatig overstroomd en de boerderijen werden dan ook op opgeworpen verhogingen, vergelijkbaar met de Friese terpen, maar hier [[Donk (heuvel)|woerden]] genoemd, gebouwd.
 
Door de ligging van Mariënweerd in een uithoek van [[Hertogdom Gelre|Gelre]] bij de grens met Holland was het rijke [[klooster]] meermalen doelwit van plunderingen door strijdende partijen. In [[1427]] werd het omvangrijke gebouwencomplex door aanhangers van [[Rudolf van Diepholt]], die trachtte de Utrechtse bisschopzetelbisschopszetel te veroveren, door brand geheel verwoest. Nadat het was herbouwd werd het in 1493 door een legerbende opnieuw in brand gestoken. Nadat in [[1566]] en [[1567]] door [[Hendrik van Brederode (1531-1568)|Hendrik van Brederode]] de kostbaarheden uit het klooster waren geroofd en de gebouwen in de as gelegd werd het niet meer herbouwd. Bovendien werd de rijkdom van het klooster aangetast door abten die niet voldoende bekwaam waren voor het beheer ervan. Tot nu toe heeft geen [[archeologie|archeologisch]] onderzoek plaatsgevonden. Over de omvang van de gebouwen is dus weinig bekend.
 
Na de [[reformatieReformatie]] zijn de abdijgoederen aanvankelijk beheerd door Gedeputeerde Staten van het [[Kwartier van Nijmegen]], die echter in het begin van de [[18de18e eeuw]] tot verkoop besloten. In [[1734]] kwam Mariënweerd zo in handen van de familie [[Van Bylandt]], waarbij het tevens de status van hoge [[heerlijkheid (bestuursvorm)|heerlijkheid]] kreeg. Nakomelingen van deze familie zijn nog steeds eigenaren van het omvangrijke landgoed.
 
Hoewel er geen archeologisch onderzoek is uitgevoerd, is toch wel iets bekend over de omvang van de gebouwen dankzij de [[16de16e eeuw|16e-eeuwse]]se rekeningen van metselaars en andere ambachtslieden. Daarin worden naast de abdijkerk en de [[kapittelzaal]] tal van ruimten genoemd. Opmerkelijk is een groot aantal kelders waarin bier, wijn, zuivel en fruit werd opgeslagen. Daarnaast lagen er buiten de eigenlijke abdij nog vele gebouwen als een washuis aan de Linge, een brouwerij, [[Smederij|smidse]], schoenmakerij en bouwhuizen waar de producten van landbouw en veehouderij werden verwerkt. Het tegenwoordige huis is in de [[18e eeuw]] gebouwd op gewelven van één de gebouwen van de abdij.
 
== Externe bronnen ==
* Beaufort, R.P.F. en Herma M. van den Berg; ''De Betuwe''. Den Haag, 1968.
* Bavel, B.J.P., ''Goederenverwerving en goederenbeheer van de abdij Mariënweerd''. Hilversum, 1993.
38.313

bewerkingen