Engels renaissancetheater: verschil tussen versies

3 bytes verwijderd ,  11 jaar geleden
k
kleinigheden
(aanv.)
k (kleinigheden)
Deze periode in de Engelse theatergeschiedenis wordt ook wel aangeduid als die van het 'elizabethaans theater'. Deze term kan echter verwarring veroorzaken, aangezien 'renaissancetheater' niet alleen verwijst naar de tijd van [[Elizabeth I van Engeland|Elizabeth I]], maar ook naar de periode onder [[Jacobus I van Engeland|Jacobus I]] en [[Karel I van Engeland|Karel I]].
 
Het renaissancetheater kwam voort uit middeleeuwse vormen van vaak religieusgetintreligieus getint volkstoneel, zoals de [[mysteriespel]]en, [[mirakelspel]]en en [[moraliteit]]en. Ook de Italiaanse [[Commedia dell'arte]] en de [[masque]]s die vaak aan het hof werden opgevoerd, hadden invloed op de ontwikkeling van het vroegmoderne toneel.
 
Er ontstonden toneelgezelschappen, die in naam verbonden waren aan een vaak adellijke beschermheer en optredens verzorgden op verschillende plaatsen, ten huize van hun patroon en aan het hof, maar vaak werd er door de gezelschappen ook rondgereisd. Optredens werden tijdens deze tournees gegeven op binnenplaatsen van herbergen. Het eerste gezelschap dat koninklijke goedkeuring verwierf was [[Leicester's Men]], dat gelieerd was aan het huishouden van [[Robert Dudley]], de 1e graaf van Leicester.
 
In de tweede helft van de 16e eeuw werden in [[Londen]] de eerste permanente theaters gebouwd, waarin de theatergezelschappen een min of meer vast onderkomen kregen. Het eerste werd gebouwd door [[James Burbage]] en heette eenvoudigweg [[The Theatre]]. Tot de meest befaamde gezelschappen behoorden de [[Admiral's Men]] en de [[Lord Chamberlain's Men]] (later omgedoopt tot de [[King's Men]]), die ook, afhankelijk van de lotgevallen van hun beschermheer, onder diverse andere namen opereerden, of onder die van een andere beschermheer.
Overigens waren deze beschermheren niet de broodheren van de acteurs, maar zij konden in gevalingeval van juridische problemen wel op hen terugvallen. De theatergezelschappen zorgden in toenemende mate voor hun eigen inkomen en werden geleid door een zakelijk ondernemer of [[impresario]]. Onder meer [[James Burbage]], [[Philip Henslowe]], [[Christopher Beeston]] en [[Francis Langley]] waren actief in dit milieu. Zij lieten ook vaak de permanente theaters bouwen. Deze theatergebouwen werden neergezet buiten de [[City of London]], zodat de autoriteiten, die dit soort van vermaak niet gunstig gezind waren, er weinig tot geen zeggenschap over hadden. De oorzaak van hun tegenzin was het feit dat theatervermaak vaak samenging met frivolere soorten van vermaak in de vorm van bierhuizen en bordelen en daaraan gelieerde vormen van (kleine) criminaliteit.
 
Overigens was er wel enige vorm van controle ontstaan over de opvoering van toneelstukken en de daarin voorkomende teksten. Gedurende lange tijd bekleedde [[Edmund Tilney]] de functie van ''Master of the Revels'', die de autoriteit had over licenties van stukken en theaters en in feite een vorm van [[censuur (informatie)|censuur]] uitoefende.
De eerste theaters in Londen waren [[The Theatre]] van [[James Burbage]] in [[Shoreditch]] in 1576, al spoedig gevolgd door [[The Curtain]] (1577), [[The Rose (theater)|The Rose]] (1587), [[The Swan (theater)|The Swan]] (1595), [[Globe Theatre|The Globe]] (1599), [[The Fortune (theater)|The Fortune]] (1600) en de [[Red Bull (theater)|Red Bull]] (1604).
 
De opkomende beweging van de Puriteinen was gekant tegen vormen van vermaak zoals de theatergezelschappen die boden. Met name het feit dat jongemannen de vrouwenrollen vervulden, zoals destijds gebruikelijk, stuitte hen tegen de borst, evenals de combinatie met vormen van 'ontuchtelijkontuchtig vermaak' in de ontstane theaterwijken. Toen de Puriteinen in het parlement de overhand kregen in de City aan het begin van de [[Engelse Burgeroorlog]], sloten zij op 2 september 1642 alle theaters. Niettemin werden ook in deze periode op verschillende plaatsen illegale voorstellingen gegeven.
Pas na [[Restauratie (Engeland)|het herstel van de monarchie]] onder [[Karel II van Engeland|Karel II]] werden de theaters officieel heropend. Vanaf dat moment konden ook vrouwen zich in het toneelvak ontplooien.