Bondsbrief van 1291: verschil tussen versies

4.094 bytes toegevoegd ,  12 jaar geleden
geen bewerkingssamenvatting
k (Voorkomen wit gat.)
In Gottes Namen. Das öffentliche Ansehen und Wohl erfordert, dass Friedensordnungen dauernde Geltung gegeben werde. — Darum haben alle Leute der Talschaft Uri, die Gesamtheit des Tales Schwyz und die Gemeinde der Leute der unteren Talschaft von Unterwalden im Hinblick auf die Arglist der Zeit zu ihrem besseren Schutz und zu ihrer Erhaltung einander Beistand, Rat und Förderung mit Leib und Gut innerhalb ihrer Täler und ausserhalb nach ihrem ganzen Vermögen zugesagt gegen alle und jeden, die ihnen oder jemand aus ihnen Gewalt oder Unrecht an Leib oder Gut antun. — Und auf jeden Fall hat jede Gemeinde der andern Beistand auf eigene Kosten zur Abwehr und Vergeltung von böswilligem Angriff und Unrecht eidlich gelobt in Erneuerung des alten, eidlich bekräftigten Bundes, — jedoch in der Weise, dass jeder nach seinem Stand seinem Herren geziemend dienen soll. — Wir haben auch einhellig gelobt und festgesetzt, dass wir in den Tälern durchaus keinen Richter, der das Amt irgendwie um Geld oder Geldeswert erworben hat oder nicht unser Einwohner oder Landmann ist, annehmen sollen. — Entsteht Streit unter Eidgenossen, so sollen die Einsichtigsten unter ihnen vermitteln und dem Teil, der den Spruch zurückweist, die anderen entgegentreten. — Vor allem ist bestimmt, dass, wer einen andern böswillig, ohne Schuld, tötet, wenn er nicht seine Unschuld erweisen kann, darum sein Leben verlieren soll und, falls er entwichen ist, niemals zurückkehren darf. Wer ihn aufnimmt und schützt, ist aus dem Land zu verweisen, bis ihn die Eidgenossen zurückrufen. — Schädigt einer einen Eidgenossen durch Brand, so darf er nimmermehr als Landmann geachtet werden, und wer ihn in den Tälern hegt und schützt, ist dem Geschädigten ersatzpflichtig. — Wer einen der Eidgenossen beraubt oder irgendwie schädigt, dessen Gut in den Tälern soll für den Schadenersatz haften. — Niemand soll einen andern, ausser einen anerkannten Schuldner oder Bürgen, pfänden und auch dann nur mit Erlaubnis seines Richters. — Im übrigen soll jeder seinem Richter gehorchen und, wo nötig, den Richter im Tal, vor dem er zu antworten hat, bezeichnen. — Gehorcht einer dem Gericht nicht und es kommt ein Eidgenosse dadurch zu Schaden, so habe alle andern jenen zur Genugtuung anzuhalten. — Entsteht Krieg oder Zwietracht zwischen Eidgenossen und will ein Teil sich dem Rechtspruch oder der Gutmachung entziehen, so sind die Eidgenossen gehalten, den andern zu schützen. — Diese Ordnungen sollen, so Gott will, dauernden Bestand haben. Zu Urkund dessen ist auf Verlangen der Vorgenannten diese Urkunde gefertigt und mit den Siegeln der drei vorgenannten Gemeinden und Täler bekräftigt worden. Geschehen im Jahre des Herrn 1291 zu Anfang des Monats August.''
}}
 
==Tekst in het Nederlands==
 
{{cquote|In de naam van de HEER, amen
 
De eer en het algemeen belang worden bevorderd als voor het behoud van rust en vrede deugdelijke verdragen worden gesloten.
Laat dus bij allen bekend zijn dat de mensen van Uri, de inwoners van Schwyz en de gemeenschap van Unterwalden met het oog op de verdorvenheid van deze tijd zichzelf en hun
bezit beter willen verdedigen en op passende wijze beschermen.
Daarom hebben zij in goed vertrouwen beloofd elkaar met raad en daad en met persoon en zaak terzijde te staan, zowel in de valleien als daarbuiten.
Verder hebben zij beloofd met man en macht weerstand te bieden aan allen en ieder die tegen hen of een van hen geweld gebruiken, hun last bezorgen of onrecht doen en die aan persoon of bezit schade willen toebrengen.
Met het oog op alles wat gebeuren kan, heeft elke gemeenschap beloofd de andere zo nodig te hulp te komen en indien vereist op eigen kosten zich teweer te stellen tegen agressie van kwaadwillende lieden en onrecht te wreken.
Om dit daadwerkelijk en zonder slinkse bedoelingen na te leven hebben ze een plechtige eed afgelegd.
Met de huidige overeenkomst bekrachtigen ze opnieuw het al bestaande, onder ede bezegelde bondgenootschap met dien verstande echter dat ieder naargelang van rang of stand verplicht is zijn meerdere onderdanig te zijn en te dienen.
 
In gemeenschappelijk overleg en unaniem hebben wij beloofd, besloten en verordend dat wij in bovengenoemde valleien geen enkele rechter accepteren die dit ambt op een of andere wijze tegen geld of beloning heeft verkregen of niet in onze regio woont of geen deel uitmaakt van onze gemeenschap.
 
In geval van onenigheid tussen leden van de bond moeten de verstandigsten onder hen naar voren komen en naar hun goeddunken het onderlinge geschil beslechten, en als een partij de uitspraak afwijst, moeten de andere leden van de bond tegen haar optreden.
 
Bovenal geldt voor hen dat wie een ander op slinkse wijze en zonder aanleiding doodt, het met zijn leven moet bekopen, als hij betrapt wordt, tenzij hij kan bewijzen dat hij onschuldig is aan genoemde wandaad. De afschuwelijke aard van zijn misdrijf vereist dit.
En mocht hij aan het gerecht ontkomen zijn, dan mag hij nooit meer terugkeren.
Wie de betreffende dader onderdak biedt en beschermt, moet uit de valleien geweerd worden, totdat hij uitdrukkelijk door de leden van de bond teruggeroepen wordt.
 
Wie een van de leden overdag of in de stilte van de nacht op slinkse wijze schade berokkent door brandstichting, zal nooit meer als lid van de gemeenschap beschouwd worden.
Wie genoemde dader beschermt en verdedigt, moet schadevergoeding betalen aan de gedupeerde.
 
Als een van de leden een ander van zijn bezittingen berooft of hem anderszins schade toebrengt, moeten de bezittingen van de schuldige, indien aangetroffen binnen de valleien, conform het recht apart gehouden worden als genoegdoening voor de gedupeerden.
 
Bovendien mag niemand andermans bezit in onderpand nemen, behalve als hij onmiskenbaar zijn schuldeiser is of borg voor hem gestaan heeft, en dit is slechts geoorloofd met speciale toestemming van de rechter in zijn zaak.
 
Verder moet ieder zijn rechter gehoorzamen en zo nodig zelf de rechter aanwijzen onder wiens gezag hij het liefst voor het gerecht verschijnt.
Als iemand zich tegen de uitspraak verzet en als tengevolge van zijn halsstarrigheid een van de leden van de bond schade lijdt, zijn allen verplicht deze stijfkoppige persoon een schadevergoeding op te leggen.
 
In geval van oorlog of onenigheid tussen leden van de bond en als een van de partijen weigert de uitspraak of de vergoeding te aanvaarden, zijn de leden verplicht de andere partij te verdedigen.
 
Deze besluiten zijn in het algemeen belang genomen en zullen, zo God wil, voor altijd geldig blijven.
 
Als bewijs is het huidige document op verzoek van bovengenoemde partijen opgesteld en bekrachtigd met de zegels van de drie bovengenoemde gemeenschappen en valleien.
 
Vastgelegd in het jaar 1291 aan het begin van de maand augustus.''
}}
 
Vertaling: Dr. Jan Vinke, Amersfoort, april 2009
 
==Externe link==
1

bewerking