Constituent (taalkunde): verschil tussen versies

409 bytes toegevoegd ,  12 jaar geleden
k
geen bewerkingssamenvatting
k
'''Constituent''' is een [[taalkunde|taalkundige]] term die verwijst naar een deel van een [[zin (taalkunde)|zin]] dat zich als een eenheid manifesteert. Een deel van een zin manifesteert zich als een eenheid wanneer het intact blijft onder bepaalde [[grammatica]]le operaties, zoals isolatie (de constituent of woordgroep kan apart worden beschouwd), vervanging (de constituent is te vervangen door een andere woordgroep, maar behoudt daarbij zijn functie), verplaatsing (de woordgroep kan naar een andere plaats in de zin) en coördinatie. Deze operaties worden ''constituentschapstests'' genoemd.
 
Een constituent heeft over het algemeen een vaste betekenis en vormt daarom meestal ook een [[fraseologie|fraseologische]] eenheid.
 
==Geschiedenis==
In de [[structuralistische taalkunde]] werd uitgegaan van zogenoemde ''immediate constituents''. [[Eugene Nida]], een exponent van deze taalbeschouwing, stelde zich tot doel een zin te verdelen in zijn samenstellende delen ("constituents"), en wel op een directe ("immediate") manier: onderzocht werd welke delen rechtstreeks bijdroegen tot samenstelling van de zin. Dit waren doorgaans het [[onderwerp (zinsdeel)|onderwerp]] en het [[gezegde (taalkunde)|gezegde]], en aldus lijkt de theorie weinig nieuws te brengen. Er was echter een groot verschil met de traditionele taalkunde: waren de [[zinsdeel|zinsdelen]] tot dusver primair onderscheiden om hun ''functie'', nu lag de aandacht op de ''structuur van de zin'', en de plaats van de constituenten daarin. De directe constituenten konden op hun beurt opnieuw worden opgedeeld in constituenten, die zelf onmiddellijk bijdroegen aan de structuur van de opgedeelde constituent.
 
In de theorieën van de Amerikaanse taalkundige [[Zellig Harris]] en in de [[generatieve grammatica]] van [[Noam Chomsky]] zijn deze ideeën uitgewerkt tot het concept van de ''woordgroepstructuur'' (''phrase structure''). Volgens deze opvatting ''genereert'' de grammatica (opgevat als een stelsel van regels) een aantal zinsstructuren die in de beschreven taal mogelijk zijn. Deze regels maken gebruik van constituenten, zoals in een eenvoudig voorbeeld:
::S → NP VP
 
waar de regel zegt dat de '''zin''' (S, ''Sentence'') is opgebouwd uit een '''naamwoordelijk deel''' (NP, ''Noun Phrase'' of nominale constituent; niet te verwarren met het [[naamwoordelijk deel van het gezegde]]), en een '''werkwoordelijk deel''' (VP, ''Verb Phrase'' of verbale constituent).
 
==Soorten==
 
===Nominale constituent===
Een nominale constituent is een constituent met ''referentiële betekenis'': hij verwijst naar (refereert aan) een begrip (entiteit) in de ons omringende [[werkelijkheid]], eende "entiteit"[[referent (taalkunde)|referent]]. Zie ook [[betekenis]] als zodanig.
 
===Verbale constituent===
Een [[werkwoord|verbale]] constituent heeft ''procesbetekenis''. Hiermee wordt bedoeld dat de constituent een proces beschrijft waarbinnen entiteiten een rol spelen.
 
===Adjectivische constituent===
Een adjectivische constituent heeft een ''bijvoeglijke[[Attribuut betekenis(taalkunde)|attributieve]]'' enofwel ''bijvoeglijke'' betekenis, d.w.z. hij duidt een eigenschap van een [[Substantivering|nominale]] constituent aan. "Bijvoeglijke (of attributieve) betekenisBijvoeglijk/attributief" wil zeggen dat de constituent een ''eigenschap'' beschrijftvan iets wordt beschreven.
 
===Adverbiale constituent===
Ten slotte is er de [[adverbium| adverbiale]] constituent. Dit is elkebijvoorbeeld andereeen constituent[[bijwoordelijke bepaling]].
 
==Voorbeelden==
[[ontleding (grammatica)|Grammaticale ontleding]]
 
[[FraseologieZinsontleding]]
 
[[Syntaxis]]
 
[[Categorie:Grammatica]]