Heerlijkheid Mariënwaerdt: verschil tussen versies

16 bytes toegevoegd ,  11 jaar geleden
k
Maar ook werden de gronden die direct rond de abdij lagen geëxploiteerd maar dan wel door de abdij zelf en niet door pachters. Daarnaast was een deel van de gronden in het Mariënweerdse Veld verpacht. Omdat een voldoende bedijking van de rivieren lange tijd ontbrak werd het gebied regelmatig overstroomd en de boerderijen werden dan ook op opgeworpen verhogingen, vergelijkbaar met de Friese terpen, maar hier [[Donk (heuvel)|woerden]] genoemd, gebouwd.
 
Door de ligging van Mariënweerd in een uithoek van [[Hertogdom Gelre|Gelre]] bij de grens met Holland was het rijke [[klooster]] meermalen doelwit van plunderingen door strijdende partijen. In [[1427]] werd het omvangrijke gebouwencomplex door aanhangers van Rudolph van Diepholt, die trachtte de Utrechtse bisschopzetel te veroveren, door brand geheel verwoest. Nadat het was herbouwd werd het in 1493 door een legerbende opnieuw in brand gestoken. Nadat in [[1566]] en [[1567]] door [[Hendrik van Brederode (1531-1568)|Hendrik van Brederode]] de kostbaarheden uit het klooster waren geroofd en de gebouwen in de as gelegd werd het niet meer herbouwd. Bovendien werd de rijkdom van het klooster aangetast door abten die niet voldoende bekwaam waren voor het beheer ervan. Tot nu toe heeft geen [[archeologie|archeologisch]] onderzoek plaatsgevonden. Over de omvang van de gebouwen is dus weinig bekend.
Na de [[reformatie]] zijn de abdijgoederen aanvankelijk beheerd door Gedeputeerde Staten van het [[Kwartier van Nijmegen]], die echter in het begin van de [[18de eeuw]] tot verkoop besloten. In [[1734]] kwam Mariënweerd zo in handen van de familie [[Van Bylandt]], waarbij het tevens de status van hoge [[heerlijkheid (bestuursvorm)|heerlijkheid]] kreeg. Nakomelingen van deze familie zijn nog steeds eigenaren van het omvangrijke landgoed.
 
46.162

bewerkingen