Wereldkampioenschap rally in 1994: verschil tussen versies

spelling, zinsbouw, link
(clean up, Replaced: enigste → enige met AWB)
(spelling, zinsbouw, link)
==Kenmerken==
 
Het kampioenschap zag voor het eerst sinds jaren geen prominent team uit Italië aan de start komen. Het ''Jolly Club Team'' stapte over naar [[Ford]]-modellen, en [[Lancia|Lancia's]] werden enkel nog ingezet door privé-rijders, zonder groot succes. [[Toyota]], Ford en [[Subaru]] waren dit seizoen het meest aan elkaar gewaagd. [[Mitsubishi Motors Corporation|Mitsubishi]] kon wederom de aansluiting moeilijk vinden, met inmiddels de tweede evolutie van de [[Mitsubishi Lancer|Lancer]]. Iets wat in de jaren erna wel zou veranderen. Regerend wereldkampioen [[Juha Kankkunen]] begon zijn titelverdediging goed met op regelmaat een podiumplaats en een overwinning in [[Rally van Portugal|Portugal]]. Halverwege het seizoen betrapte de Fin zichzelf echter vaker op foutjes, en werd uiteindelijk uitgesloten voor de titel. Ford-rijder [[François Delecour]] startte het seizoen meteen met een verdiende overwinning in [[Rally van Monte Carlo|Monte Carlo]]. Hij zag een mogelijk kampioenschap echter al vroeg in het seizoen in duigen vallen. De Fransman raakte gewond in een auto-ongeluk, buiten de rallypaden. Hierdoor was hij een paar maanden uit de roulatie. Bij zijn terugkeer, was hij inmiddels al kansloos op een hoge klassering. Ook teamgenoot [[Miki Biasion]] kende een frustrerend seizoen, waarwaarin hij knoktevocht met de betrouwbaarheid van zijn auto. Hij eindigde teleurstellend zesde in het kampioenschap en kwam niet meer terug als fabrieksrijder het jaar daarop. Ford'sFords ongeluk speelde in de handen van [[Subaru]] in de hand, diedat nu met [[Carlos Sainz]] als nieuwe aanwinst een serieuze gooi kondenkon doen naar een eerste rijderstitel. Teamgenoot [[Colin McRae]] was bij vlagen snel, maar betrapte zichmaakte menigmaal opkleine foutjes, waardoor een titel er voor hem dat jaar niet inzat. De strijd ging vooral tussen Sainz en Toyota-rijder [[Didier Auriol]], die de afgelopen vier seizoenseizoenen wel op het podium eindigde, echtermaar waarnog eengeen titel noghad in ontbrakgewonnen. De strijd werd uiteindelijk beslist in de laatste ronde van het kampioenschap in Groot-Brittannië, waar beide rijders een moeizame rally kendekenden. Auriol kwam niet verder dan plaats zes in de eindklassering, maar omdat Sainz na een crash uitviel, werd Auriol gekroond als de eerste Franse wereldkampioen. De rally zelf werd gewonnen door McRae, die daarbij na bijna 20 jaar weer een [[Groot-Brittannië|Britse]] overwinning versierde in hun thuisevenement won. Eerder in het seizoen kwamwas er ook al deeen verrassing in [[Rally van Finland|Finland]], waar [[Tommi Mäkinen]] als gastrijder bij Ford, zijn eerste WK-Rally won. Hij zou in [[Wereldkampioenschap Rally in 1995|1995]] een volledig seizoen afwerken voor Mitsubishi. Toyota debuteerde overigens dat jaar met de nieuwe [[Toyota Celica|ST205]], gewoonlijknet als voorheen weer bekend als de ''Celica GT-Four''.
 
De constructeurstitel werd wederom een prooi voor Toyota, welliswaarechter met een relatief kleine voorsprong op Subaru. Ford eindigde voor Mitsubishi, op plaats drie. Het 2-liter kampioenschap werd ditmaal gewonnen door [[Škoda]], voor [[Nissan Motors|Nissan]] en [[Renault]]. Ondanks Škoda's lange geschiedenis in de rallysport, zou dit tot heden hun enige fabriekstitel zijnblijven.
 
De titel in de productieklasse ging naar de Spanjaard [[Jésus Puras]], in een Ford Escort. De ''FIA Ladies Cup'' werd gewonnen door de Duitse Isolde Holderied in een Mitsubishi.
 
==Overzicht==
12.542

bewerkingen