Orde van de Heilige: verschil tussen versies

4 bytes toegevoegd ,  12 jaar geleden
sp
(sp)
De '''Orde van de Heilige''' van Patiala ("Gurughar Manya Mandal" in het Engels "Order of the Holy Saint" genoemd) is een [[Ridderorde (onderscheiding)|ridderorde]] van de indertijd machtige Indische vorstenstaat [[Patiala]]. De naar de voorlaatste [[guroe]] van de [[Sikhs]], [[Goeroe Gobind Singh]], genoemde [[Ridderorde (onderscheiding)|ridderorde]] werd in [[1936]] ingesteld door Z.H. Luitenant-generaal Farzand-i-Khas-i-Dalaut-i-Inglishia Mansur-i-Zaman Amir-ul-Umra Maharajadhiraja Rajeshwar Sri Mahera-i-Rajagan Bhupendra Singh, MaharajaMaharadja van Patiala de feodale heerser van het vorstendom Patiala.
 
De orde heeft een enkele graad en werd voor verdiensten toegekend. De vorst was een [[Sikh]] en een aanhanger van Goeroe Gobind Singh. Dat de orde voor Sikhs bestemd was en de [[Orde van Krishna]], genoemd naar een [[Hindoe]]-god bestemd was voor de hindoeïstische onderdanen van de MaharajahMaharadja worden door de statuten van de beide orden gelogenstraft. Godsdienst wordt in de statuten niet genoemd.
 
De aanduiding van de graden is typisch Europees maar de versierselen zijn in stijl duidelijk Voor-Indisch. Er is een [[Souverein]] van de orde en er is een [[Grootmeester]]. Er mochten niet meer dan vijf leden zijn maar het aantal buitengewone leden, regerende vorsten, hun echtgenoten en hun kroonprinsen, was onbeperkt.
 
In de Orde van de Heilige heeft de MaharajahMaharadja een "[[Grote Orde]]" naar Europees model ingesteld. De orde lijkt daarmee op de [[Orde van de Kouseband]] of de [[Orde van de Olifant]].
 
== De versierselen ==
 
Het [[kleinood]] is een rond medaillon in een vierkante witte omlijsting. Om die lijst zijn rozerood geëmailleerde gouden rozen en witte lotusbloemen geschikt. Op het medaillon staat in het [[Gurmukhi]] het motto "EK ONKAR DEG TEGHFATEH" oftewel "GOD IS ÉÉN GRATIE KRACHT OVERWINNING". Onder het medaillon staat op een lint "SACHE PADSHAH" oftewel "DE WARE KONING".<BR>
Er is geen [[verhoging]], de gouden [[tiara]], een driedubbelkedriedubbele kroon, van de maharadjajsmaharadja's van Patiala is weggelaten. Op het beschilderde medaillon is de in lotushouding zittende guroegoeroe met een stralenkrans en een duif op de hand weergegeven.
 
De [[ster]] heeft vier blauwe en daartussen vier gouden punten van ieder zeven stralen. Op het centrale medaillon met blauwe rand is het hoofd van de guroegoeroe met een [[stralenkrans]] afgebeeld. Op de als een geknoopte [[kousenband]] vormgegeven ring staat in gouden letters het motto "EK ONKAR DEG TEGHFATEH".<BR>
Op de diagonale stralen liggen twee gekruiste gouden pijlen. Als [[verhoging]] is een gouden [[valk]] aangebracht op de bovenste blauwe stralen.
 
Het 100 millimeter brede lint is geel met een smalle blauwe streep langs de rand en eindigt op de heup in een [[rozet]] op een brede strik. Er is een smal [[grootlint]] van slechts 65 millimeter breedte in plaats van de gebruikelijke 100 millimeter. Misschien was het als lint in de [[prinsengrote]] voor jongens bedoeld maar het kan een dameslint zijn. In de statuten is sprake van het decoreren van de echtgenotes van vreemde heersers.
 
Net als in de Britse orden kregen de [[officier]]en van de orde een eigen insigne. Zo kreeg de [[kanselier]] een kleinood met daarboven twee sleutels, de [[secretaris]] een kleinood met boek met twee ganzepennenganzenpennen. Deze tekenen van hun ambt werden aan een smal lint om de hals gedragen.
 
De onderscheiding werd niet aan Britten uitgereikt. De Britse bestuurders van de [[Raj]] mochten geen geschenken en zeker geen ridderorden aannemen van de quasi onafhankelijke Indiase vorsten. De vorsten stonden bekend om hun enorme rijkdom maar zij werden door de ambtenaren van de Britse onderkoning scherp in de gaten gehouden.De regering maakte bezwaar tegen het bestaan van ridderorden in de vorstenstaten maar zij zag het bestaan ervan door de vingers zolang als er geen Britten in die ridderorden werden opgenomen. In een enkel geval heeft men gesanctioneerd dat een politieman een medaille van een Inlandse vorst ontving.
 
In 1947 werden de vorsten gedwongen om hun staten deel te laten uitmaken van de republiek India. In de "actie polo" greep het Indiase leger in opdracht van Nehru de macht in de zelfstandige rijken als Haiderapur en Patiala. De vorsten kregen een pensioen en zij bleven enige tijd een ceremonieeleceremoniële rol spelen. Hun ridderorden mochten niet worden gedragen in India maar voorzover het om gebruik binnen de familie en het hof ging werd het dragen van de orden van een maharajamaharadja door de vingers gezien.
 
==Literatuur==
67.781

bewerkingen