Bisdom Groningen-Leeuwarden: verschil tussen versies

45 bytes verwijderd ,  12 jaar geleden
gebruik van hoofdletters volgens het groene boekje
(gebruik van hoofdletters volgens het groene boekje)
Het '''bisdom Groningen-Leeuwarden''' is een van de zeven [[bisdom]]men van de Nederlandse [[Rooms-Katholieke Kerk|katholieke]] kerkprovincie. Het omvat de provincies [[Groningen (provincie)|Groningen]], [[Friesland]] en [[Drenthe]] en de [[Noordoostpolder]]. Het bisdom draagt zijn dubbele naam sinds 4 februari 2006. Tot die datum was het bisdom bekend als bisdom Groningen
 
==Geschiedenis==
Het eerste bisdom Groningen maakte deel uit van de nieuwe bisschoppelijke indeling van de Nederlanden zoals die door [[paus]] [[Paus Paulus IV|Paulus IV]] bekend werd gemaakt (in diens bul ''Super Universas'' van [[1559]]). De nieuwe indeling kwam tot stand op aandringen van koning [[Filips II van Spanje|Filips II]] om het oprukkende [[protestant|protestantisme]] terug te dringen. De eerste bisschop werd in 1561 benoemd, de [[Martinikerk (Groningen)|Martinikerk]] werd verheven tot [[kathedraal]]. Het bisdom omvatte alleen de tegenwoordige provincies [[Groningen (provincie)|Groningen]] en [[Drenthe]]. Friesland vormde een apart bisdom met zetel in [[Leeuwarden (stad)|Leeuwarden]]. Dit eerste bisdom Groningen heeft maar kort bestaan: de eerste bisschop, [[Johan Knijff]], was tevens feitelijk de laatste, en zelfs hij had al moeite zijn ambt uit te oefenen. Als hij geen hulp zou hebben gekregen van de [[hertog van Alva]] zou hij de stad niet eens hebben kunnen betreden. Na zijn dood in [[1576]] werd er nog wel tot twee maal toe iemand benoemd, maar deze laatste twee bisschoppen konden niet eens meer in de stad zelf worden gewijd. Groningen viel in het vervolg onder het gezag van de [[Staten-Generaal van de Nederlanden|Staten-Generaal]], in het gebied waar de [[rooms-Katholiekkatholiek]]e Kerk verboden was.
 
In 1561 werd [[Johan Knijf]] tot eerste bisschop benoemd. Bisschop Knijf was een [[Franciscanen|Franciscaan]]. Hij werd in 1563 door [[ Kardinaalkardinaal]] [[Granvelle]] in [[Brussel]] tor bisschop gewijd. De stad verzette zich tegen de komst van een bisschop en pas in 1568 nam Mgrmgr. Knijf, gesteund door troepen van de Hertog van [[Alva]], zijn [[cathedra]] in zijn kathedraal in. Hij stierf in 1576 aan de [[pest]]. De overleden bisschop werd vanwege de besmetingsangstbesmettingsangst snel en zonder veel plichtgevingenplichtplegingen begraven in een vrij graf in het [[kooromgang|ambulatorium]] ten oosten van het [[altaar]]. Later werden zijn resten opgegraven en in een grafkelder onder het koor gelegd. Er is geen steen en ook geen grafmonument bewaard gebleven.
 
Dertien jaar lang bleef de in het koor opgestelde bisschoppelijke troon leeg. Pas in 1589 werd de Utrechtse [[kanunnik]] [[Johan van Bruheze]] tot tweede bisschop van Groningen benoemd. Hij kwam nooit naar Groningen en werd in 1593 Aartsbisschop van Utrecht. Zijn opvolger werd de [[Dominicaandominicaan]] [[Arnoldus Nijlen]]. Deze derde bisschop van Groningen kwam naar Groningen en hij bracht in zijn gevolg tal van [[jezuieten]] mee om de [[contrareformatie]] te bevorderen. Op 22 juli 19941594 veroverden Prinsprins [[Maurits van Oranje|Maurits]] en de Friese [[Stadhouderstadhouder]] [[Willem Lodewijk]] Groningen.
 
De [[reductie van Groningen]], (een [[verdrag]] waarin de stad en de [[Ommelanden]] werden samengevoegd envoor samenhet lid werdenlidmaatschap van de [[Unie van Utrecht]]) maakte een einde aan het openlijk beleidenbelijden van het katholicisme in Noord Nederland en ook aan de Martinikerk als kathedraal. De bisschop moest vluchten.
 
===Hollandse zending===
Het bisdom Groningen had weliswaar opgehouden te bestaan, maar het Groninger, Friese en Drentse katholicisme natuurlijk niet, al was het in laatstgenoemde provincie wel heel dunnetjes geworden. Niet alleen op plaatsen waar de leden van de landadel, de bewoners van de [[borg (opstal)|borg]]en en [[stins|stinzen]], katholiek waren gebleven, werd in het geheim de [[Mismis]] opgedragen, maar ook katholiek gebleven landbouwers speelden hierbij een grote rol. Zo ontstond rond 1730 de statie Den Hoorn in de omgeving van de [[Lulemaborg]] te [[Warfhuizen]]. Een [[schuilkerk]] werd gebouwd op een aangekocht stuk land ten zuiden van het reeds lang bestaande [[lintdorp]]. Ook de staties Bedum en Uithuizen lijken hun oorsprong deels te danken te hebben aan adellijke ondersteuning, al speelden katholieke boeren op onder meer de Poel (''[[Bedum (plaats)|Bedum]]''), Kruisstee (''[[Usquert]]'') en Langenhuis (''[[Uithuizen]]'') ook een grote rol. Rondtrekkende priesters, zogenaamde "omes" dedendroegen in de schuren van boerderijen als Feddemaheerd (''[[Kloosterburen]]'') de Mismis op, de eerste jaren soms met gevaar voor eigen leven, later veelal "gedoogd", al dreigden doorlopend boetes en uizettingen van priesters. Groningen, Friesland en Drenthe waren met andere woorden een deel geworden van de Hollandse zending, het missiegebied boven de grote rivieren.
 
Het bisdom Groningen had weliswaar opgehouden te bestaan, maar het Groninger, Friese en Drentse katholicisme natuurlijk niet, al was het in laatstgenoemde provincie wel heel dunnetjes geworden. Niet alleen op plaatsen waar de leden van de landadel, de bewoners van de [[borg (opstal)|borg]]en en [[stins|stinzen]], katholiek waren gebleven, werd in het geheim de [[Mis]] opgedragen, maar ook katholiek gebleven landbouwers speelden hierbij een grote rol. Zo ontstond rond 1730 de statie Den Hoorn in de omgeving van de [[Lulemaborg]] te [[Warfhuizen]]. Een [[schuilkerk]] werd gebouwd op een aangekocht stuk land ten zuiden van het reeds lang bestaande [[lintdorp]]. Ook de staties Bedum en Uithuizen lijken hun oorsprong deels te danken te hebben aan adellijke ondersteuning, al speelden katholieke boeren op onder meer de Poel (''[[Bedum (plaats)|Bedum]]''), Kruisstee (''[[Usquert]]'') en Langenhuis (''[[Uithuizen]]'') ook een grote rol. Rondtrekkende priesters, zogenaamde "omes" deden in de schuren van boerderijen als Feddemaheerd (''[[Kloosterburen]]'') de Mis, de eerste jaren soms met gevaar voor eigen leven, later veelal "gedoogd", al dreigden doorlopend boetes en uizettingen van priesters. Groningen, Friesland en Drenthe waren met andere woorden een deel geworden van de Hollandse zending, het missiegebied boven de grote rivieren.
 
===Herstel van de hiërarchie: geen bisdom Groningen===
Hoewel er van tevoren wel enkele malen over gesproken was, kwam er bij het [[herstel van de bisschoppelijke hiërarchie]] in [[1853]] géén bisdom Groningen: het gebied werd bij het [[Aartsbisdom Utrecht (Rooms-Katholieke Kerk)|aartsbisdom Utrecht]] gevoegd. Uiteindelijk werd het in [[1956]] gesticht (tegelijk met het [[bisdom Rotterdam]]), eigenlijk alleen vanwege de eigenheid van de streek en de bevolking. Er woonden relatief gezien immers erg weinig katholieken en veel roepingen voor het [[priester]]schap waren er ook nooit geweest in de drie noordelijke provincies. Daarom speelde men met de gedachte [[Twente]] aan Groningen toe te voegen, maar dit werd tegengehouden door de op dat moment zojuist aartsbisschop van Utrecht geworden [[Bernardus Alfrink|kardinaal Alfrink]], die die bron van priesters hard nodig had voor zijn eigen bisdom. Friesland hoorde er echter deze keer wel bij.
 
Hoewel er van tevoren wel enkele malen over gesproken was, kwam er bij het [[herstel van de bisschoppelijke hiërarchie]] in [[1853]] géén bisdom Groningen: het gebied werd bij het [[Aartsbisdom Utrecht (Rooms-Katholieke Kerk)|aartsbisdom Utrecht]] gevoegd. Uiteindelijk werd het in [[1956]] gesticht (tegelijk met het [[bisdom Rotterdam]]), eigenlijk alleen vanwege de eigenheid van de streek en de bevolking. Er woonden relatief gezien immers erg weinig katholieken en veel roepingen voor het [[priester]]schap waren er ook nooit geweest in de drie noordelijke provincies. Daarom speelde men met de gedachte [[Twente]] aan Groningen toe te voegen, maar dit werd tegengehouden door de op dat moment zojuist aartsbisschop van Utrecht geworden [[Bernardus Alfrink|kardinaal Alfrink]], die die bron van priesters hard nodig had voor zijn eigen bisdom. Friesland hoorde er echter deze keer wel bij.
 
===Het nieuwe bisdom Groningen===
 
De heroprichter en eerste moderne bisschop was [[Petrus Antonius Nierman|mgr. P.A. Nierman]], tot dan toe pastoor en deken van Groningen. Hij was geen geleerde, maar een praktische zielzorger met een ruime ervaring als kapelaan en pastoor. Hij was een groot voorstander van [[oecumene]] en werkte samen met andere zielzorgers en andere christelijke kerken. In de jaren vijftig en zestig werden er veel moderne kerken in het bisdom gebouwd. Nierman reorganiseerde de kerkelijke structuren en stichtte een [[kleinseminarie]], het [[Liudgerconvict]] in [[Glimmen]]. Het Liudgerconvict was verbonden aan het [[Maartenscollege]], het enige katholieke [[lyceum]] in het Noorden, dat in deze jaren sterk werd uitgebreid. De Groninger [[Sint-Martinuskerk (Groningen)|Sint-Martinuskerk]], een [[neogotiek|neogotische]] schepping van de [[Roermond (stad)|Roermondse]] architect [[Pierre Cuypers]], werd de nieuwe [[kathedraal]].
 
===Monseigneur Möller, bisschop in een moeilijke tijd===
 
De opvolger van Nierman als bisschop van Groningen in 1969 was [[Bernhard Möller|mgr. Johann Bernard Wilhelm Maria Möller]]. Zijn episcopaat duurde maar liefst dertig jaar. In deze periode werd ook het nog zo jonge bisdom Groningen getroffen door de kerkelijke crisis (door behoudende katholieken wel [[Tweede Beeldenstorm]] genoemd) die ontstond tijdens het [[Tweede Vaticaans Concilie]]. Het kerkbezoek liep sterk terug, de [[liturgie]] werd indringend gewijzigd en onder de geestelijkheid en de meer kerkbetrokken gelovigen stak de [[polarisatie (katholieke Kerk)|polarisatie]] de kop op. In 1969 werd het Liudgerconvict opgeheven; een jaar later verloor de Sint-Martinuskathedraal zijn functie, om tenslotte in 1982 plaats te maken voor de nieuwbouw van de [[Universiteitsbibliotheek Groningen|universiteitsbibliotheek]]. Later werd de [[Sint-Jozefkathedraal|Sint Jozefkerk]], eveneens van architect Cuypers, en veel meer dan de Sint Martinus een hoogtepunt in diens oeuvre, tot kathedraal verheven.
 
 
In [[2001]] werd de bisschop getroffen door een [[hersenbloeding]], en moest hij zijn bisdom lange tijd aan zijn beide [[vicaris]]sen overlaten.
Na deze moeilijke start werd het episcopaat van Mgrmgr. Eijk tot nu toe vooral getekend door opbouw in alle geledingen van de kerk. Als meest sprekende voorbeeld mag de Groningse kathedraal genoemd worden, die veranderde van een kerk die vooral op slot zat naar een zeer levendige en open kerkgemeenschap. Het aantal [[priesterwijding]]en is de afgelopen jaren wat gestegen
 
Sommigen zijn van mening dat de benoeming van Willem Eijk als bisschop van Groningen-Leeuwarden het bisdom geen goed heeft gedaan: de rol van [[pastoraal werker|pastorale werkers]] werd teruggedrongen, geheel volgens de traditie. Analoog daaraan is de [[liturgie|liturgische]] rol van [[Leek (rooms-katholieke Kerk)|leken]] in de Kerk minder prominent geworden. Het beleid van het bisdom werd traditioneler ten koste van sommige gebruiken die in Nederland in de [[1960-1969|jaren zestig]] en [[1970-1979|zeventig]] ontstonden.
Het aantal katholieken en het aantal kerkbezoekers is in recente jaren verder afgenomen.
 
Op 11 december 2007 werd bekend dat Mgrmgr. Eijk met onmiddellijke ingang is benoemd tot [[aartsbisschop]] van [[aartsbisdom Utrecht|Utrecht]]. Voorlopig zal hij ook de leiding over het bisdom Groningen nog waarnemen. Ook verscheidene andere hogere bisdomfunctionarissen uit de bisdomstaf zijn naar het aartsbisdom en andere bisdommen overgeplaatst, wat de toch al kleine staf nog verder heeft gereduceerd.
 
===Mgr. de Korte===
Op woensdag 18 Juni 2008 werd bekend gemaakt dat Mgrmgr. Eijk als bisschop van Groningen wordt opgevolgd door Mgr. [[Gerard de Korte]], tot dan toe hulpbisschop van het aartsbisdom Utrecht.
 
===Naamsverandering===
 
In verband met de historische claims van Friesland en Leeuwarden op een bisschoppelijke zetel werd de naam van het bisdom per 4 februari [[2006]] veranderd in '''Bisdom Groningen-Leeuwarden'''. Dit gebeurde bij gelegenheid van het vijftigjarig [[jubileum]] van het bisdom.
 
 
==Bisschoppen van Groningen ==
 
'''De bisschoppen van het eerste bisdom Groningen:'''
#[[Johannes Knijff]] (1559-1576)
 
==Kerncijfers van het bisdom Groningen-Leeuwarden==
In het jaar 2006 maakte het katholieke volksdeel met circa 109.000 kerkelijk geregistreerde gelovigen 6,1% van de totale bevolking van het bisdom uit. Iedere zondag bezochten gemiddeld 7.385 mensen de kerk. Dat is 0,4 percent van de totale bevolking van het bisdom Groningen-Leeuwarden. Over het totale weekend gemeten (dus zaterdag en zondag inclusief dubbeltellingen van diegenen die op beide dagen naar de kerk gaan), met bijna 12 % is het weekend kerkbezoek van de nog aanwezige katholieken in het het bisdom Groningen - Leeuwarden het hoogste van alle Nederlandse bisdommen.
 
Er werken 26 priesters in het bisdom Groningen-Leeuwarden, daarnaast is er een aantal emeriti-priesters actief. In het bisdom zijn 90 katholieke kerken, die in 84 parochies staan. Vanwege een tekort aan priesters hebben sommige pastoors verscheidene parochies onder hun hoede (in sommige gevallen 6 tegelijkertijd, hetgeen een grote belasting betekent). Daarnaast zijn er 28 pastoraal werkers en diakens werkzaam in het bisdom. Vanwege de toenemende [[secularisering]] en de wil om te komen tot een beter bestuur heeft het bisdom verscheidene keren moeten reorganiseren. Sinds de laatste reorganisatie in 2006 kent dit bisdom (als eerste van Nederland) geen [[dekenaat|dekenaten]] meer.
4.812

bewerkingen