Rijksridder: verschil tussen versies

883 bytes toegevoegd ,  12 jaar geleden
geen bewerkingssamenvatting
k (robot Erbij: no:Riksridder)
Een '''Rijksridder''' (Duits: "Reichsritter") was een leenman van de [[Keizer]] van het [[Heilige Roomse Rijk van de Duitse Natie]]. Ze waren [[Reichsunmittelbar]] en wasdus geen trouw verschuldigd aan een van de meer dan 200 vorsten en graven van het Duitse Rijk.
De Rijksridders bestuurden hun landgoederen als een klein rijkje en hadden zitting in de regionale [[landdag]]. Zij waren in colleges verenigd en deze brachten een stem uit in de Rijksdag.
Bij de [[Reichsdeputationshauptschluss]] van 1806 werden alle Rijksridders onderdanen van de Duitse vorsten.
 
De Rijksridders bestuurden hun landgoederen als een klein rijkje. Zij waren echter geen rijksstand en waren niet vertegenwoordigd in de [[Rijksdag (Heilige Roomse Rijk)|Rijksdag]]. In 1422 werd de rijksridderschap als organisatie door de keizer erkend. In 1495 verzetten ze zich tegen een nieuw ingevoerde belastingplicht. Daarvoor in de plaats kwam omstreeks 1530 een vrijwillige subsidie aan de keizer.
 
De rijksridders waren verenigd in 14 ridderkantons en daarboven 4 ridderkreitsen. Naast de rijksridders waren er nog heerlijkheden met ongeveer dezelfde status die niet tot de rijksridderschap behoorden. Onder andere in Limburg lagen een aantal van die vrije heerlijkheden.
In artikel 25 van de [[Rijnbondakte]] werden de gebieden van de rijksridderschap onder de souvereiniteit van de Rijnbondstaten gesteld. Indien ze enclaves vormden, kwamen ze bij de staat waarin ze lagen opgesloten. Indien ze op de grens van twee staten lagen, moesten die twee staten onderling een grensregeling treffen. Een aantal staten was al eerder tot annexatie overgegaan.
Op dat moment woonden er ongeveer 450.000 inwoners op de ongeveer 1730 riddergoederen.
 
[[Categorie:Heilige Roomse Rijk]]
8.557

bewerkingen