Nanna (god): verschil tussen versies

30 bytes toegevoegd ,  13 jaar geleden
Links fix met AWB
k (Bot: automatisch tekst vervangen (-e eeuw v. Chr. +e eeuw v.Chr.))
(Links fix met AWB)
'''Nanna''' ([[Akkadisch]] '''Suen''', [[Assyrië|Assyrisch]] en [[Babylonië|Babylonisch]] '''Sin''', ook '''Utukku''' in archaïsch [[Mesopotamië]]) is de [[Sumer|Sumerische]] [[maangod]], patroongod van [[Ur (Sumer)|Ur]], zoon van de luchtgod [[Enlil]] en [[Ninlil]], de graangodin. Zijn gezellin is [[Ningal]], "''De grote Dame''", zijn kinderen zijn onder andere de [[zonnegod]] [[Utu]], [[Inanna]] (of [[Ishtar (godin)|Ishtar]]) en de dondergod [[Adad]]. Hij is ook de vader van [[Shamash]], de zonnegod, en van [[Nusku]] de god van het vuur.
 
Zijn residentie is de goedbewaarde [[Ziggurat]] van [[Ur (Sumer)|Ur]] (de tempel van ''Ikinugul'' of ''Ekishnugal'') uit het [[21e eeuw v.Chr.]] Ook in [[Harran]] in Opper-Mesopotamië was hij de patroongod. Als Sin werd hij in [[Assur]] vereerd. Voor hem en zijn zoon Shamash werd hier in de [[15e eeuw v.Chr.]] een gemeenschappelijke [[tempel]] opgericht, de ''Sin-Shamash tempel''.
Sin ziet eruit als een oude man met een blauwe baard. Over zijn geboorte gaat de Sumerische mythe ''Enlil en Ninlil''. Als ''Sin'' wordt hij al sinds de [[26e eeuw v.Chr.]] in [[inscriptie]]s gedocumenteerd. Sin en Nanna overlapten bijna volkomen, alleen werd Sin net als [[Shamash]] bovendien als [[orakel]]godheid gezien. Opperpriesteres van Nanna was in de regel de dochter van de Sumerische vorst van Ur.
 
Een laat-[[Akkadische mythologie|Akkadische mythe]] poogt middels de figuur van Sin een maansverduistering te verklaren: de godheden Sin, [[Ishtar (godin)|Ishtar]] en Shamash proberen een deel van de macht van de god [[Anu (Babylon)|Anu]] te verwerven. Deze stuurt vervolgens zijn kinderen, de [[Sebettu|Zevengodheid]] omsingelen en blokkeren Sin. Pas na interventie door [[Enki]] wordt hij bevrijd.
 
De godheid corresponderend met Nanna/Sin heette bij de [[Hurrieten]] [[Kushuh]], de [[Hattiërs|proto-Hattische]] maangod [[Kaskuh]], bij de [[Ugarit|Ugarieten]] [[Jarich]]. Bij de [[Hettieten]] en [[Luwiërs]] heette hij [[Arma]] (tenminste, zo heet het teken van zijn naam). In het [[spijkerschrift]] wordt hij, op basis van de 30 dagen van een maanmaand, met het teken voor ''30'' weergegeven.