Enkelvoud: verschil tussen versies

528 bytes toegevoegd ,  12 jaar geleden
 
==Overeenkomst==
In vele talen, waaronder het Nederlands, richt het getal van het [[gezegde (taalkunde)|gezegde]] zich naar dat van het [[onderwerp (zinsdeel)|onderwerp]].
* ''De klok tikte.''
* ''De klokken tikten.''
 
Hiermee wordt onbetwistbaar duidelijk dat dit gezegde bij een enkel- of juist bij een meervoud hoort. Maar die duidelijkheid is vaak, strikt genomen, niet noodzakelijk, aangezien de interpretatie van de zin toch geen alternatieve mogelijkheid toelaat. Het getal wordt tweemaal uitgedrukt, terwijl logischerwijze eenmaal genoeg zou zijn: er is sprake van [[redundantie (taalkunde)|redundantie]].
 
In sommige gevallen wordt de getalsmarkering in zo'n zin weggelaten: een aantal [[regiolect]]en van het Nederlands hebben in de spreektaal in feite ''De klokke tikte.'' In het [[Engels]] beschikt het werkwoord zelfs nauwelijks over getalsmarkeringen.
 
Voorbeelden van enkelvoud en meervoud bij [[zelfstandig naamwoord|zelfstandige naamwoorden]]:
*ding - dingen
*computer - computers
 
Voorbeelden van enkelvoud en meervoud bij [[werkwoord]]en:
*(ik) loop; (U/jij, hij, zij, het) loopt - (wij, jullie, zij) lopen
*(ik, U/jij, hij, zij, het) liep - (wij, jullie, zij) liepen
 
==Zie ook==
42.409

bewerkingen