Verfransing van Brussel: verschil tussen versies

111 bytes toegevoegd ,  13 jaar geleden
k
 
====Huidige situatie voor het Nederlands====
Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, samengesteld uit 19 gemeenten, is het enige officieel tweetalige deel van België.<ref>{{nl}}[http://www.senate.be/doc/const_nl.html Belgische Grondwet, art. 4]: "België omvat vier taalgebieden : het Nederlandse taalgebied, het Franse taalgebied, het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad en het Duitse taalgebied."</ref> Uit de [[Resultaten van de talentelling per gemeente van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest#Brussels Hoofdstedelijk Gewest|laatste talentelling]], uit 1947, bleek dat de Nederlandstalige families over het algemeen geconcentreerd woonden in het noordwesten van het Gewest. In de gemeenten [[Evere]], [[Sint-Agatha-Berchem]], [[Ganshoren]], [[Sint-Jans-Molenbeek]], [[Jette]], [[Anderlecht]] en [[Koekelberg]] maakten zij meer dan een derde van de bevolking uit. In tegenstelling tot de meer residentiële gemeenten in het zuidoosten verliep de verfransing daar ook trager. Op basis van steekproeven blijkt dat in Evere en Molenbeek de Vlaamse aanwezigheid sindsdien is geslonken, maar dat in de andere noordwestelijke gemeenten het aandeel Nederlandstaligen relatief hoog is gebleven vergeleken met de andere Brusselse gemeenten. Daar is het Nederlands tevens het meest gekend door niet-Nederlandstaligen, meestal hoger dan 20 procent. Uitschieters zijn Ganshoren, dat met 25 procent koploper is voor de kennis van het Nederlands bij anderstaligen, en [[Sint-Gillis]], waar het Nederlands als gezinstaal nu zo goed als verdwenen is.<ref name="rudi"/> Hoe jonger de beschouwde generatie, hoe groter het aandeel niet-Vlaamse Nederlandstaligen. De groep die enkel Nederlands kent van in het gezin, en in mindere mate ook de klassiek tweetaligen, heeft een ouder profiel dan het Brusselse gemiddelde. Tussen 2000 en 2006 verkleinde het percentage eentalig Nederlandse gezinnen van 9,5 naar 7 procent, en het percentage klassiek tweetaligen van 9,9 naar 8,6 procent.<ref name="rudi3"/> Terwijl de groep moedertaalsprekers van het Nederlands dus verder slinkt, groeit het aantal inwoners van allochtone afkomst met een goede tot uitstekende kennis van het Nederlands.<ref name="rudi"/> De helft van de mensen die minstens ''goed'' Nederlands spreken, heeft deze taal buiten het gezin geleerd en hun aandeel wordt verwacht verder te groeien.<ref name="rudi3"/>
 
Van alle handelsvennootschappen met zetel in Brussel gebruikt 35 procent het Nederlands als interne voertaal en als communicatietaal met de overheden.<ref name="toekomst">{{nl}}[http://www.landdag.org/www2/brusselCampagne/brusselbrochure.pdf "Een toekomst voor Brussel in Vlaanderen"], Sociaal-Flamingantische Landdag</ref> Een derde van alle jobaanbiedingen vraagt om tweetaligheid, een vijfde vraagt daarnaast ook nog de kennis van het Engels. De kennis van het Nederlands wordt op de arbeidsmarkt evenveel gewaardeerd als het Frans.<ref name="rudi2"/> Meertalige banen worden meestal ingevuld door Vlamingen.<ref name="taalgebruik">{{nl}}[http://www.dutch.ac.uk/studypacks/dutch_language/brussels/taalgebruik.html "Taalgebruik in de praktijk"], ''Bruisend Brussel'', University College London</ref> Van alle reclamecampagnes in Brussel is zo'n 41,4 procent tweetalig Frans-Nederlands, een derde eentalig Frans, een tiende tweetalig Frans-Engels en 7,2 procent drietalig.<ref name="taalgebruik"/><ref name="rudi2"/> Het aantal Nederlandstaligen groeit overdag sterk aan door de 229.500 pendelaars uit het Vlaams Gewest, een stuk meer dan de 126.500 Waalse pendelaars.<ref name="stat">{{nl}}[http://aps.vlaanderen.be/statistiek/nieuws/arbeidsmarkt/2007-07-pendel.htm "Pendelarbeid tussen de gewesten en provincies in België anno 2006"], Vlaamse statistieken, strategisch management en surveyonderzoek. Bron: persbericht FOD Economie, Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie, 19 juli 2007</ref>
52

bewerkingen