Verfransing van Brussel: verschil tussen versies

3 bytes toegevoegd ,  13 jaar geleden
k
Bij de [[Resultaten van de talentelling per gemeente van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest#Brussel (stad)|talentelling van het jaar 1846]] gaf nog 60,6% van de inwoners aan meestal Nederlands te spreken, voor 38,6% was dit Frans. Bij de census van 1866 werden combinaties van talen ingevoerd, waardoor de verdeling zich als volgt herschikte: 39% sprak Nederlands, 20% Frans en 38% kende beide talen. Er werd evenwel niet verduidelijkt of men de ''kennis'' dan wel het ''gebruik'' van een taal vroeg, en evenmin werd gevraagd naar of die taal dan wel de moedertaal was.<ref name="brio"/> In 1900 oversteeg in Brussel-stad het percentage eentalige Franstaligen voor het eerst het percentage eentalige Vlamingen, maar dit kwam enkel door de aangroei van het aandeel tweetaligen ten koste van de eentalig Nederlandstaligen.<ref name="nlb2">{{nl}}[http://www.dbnl.org/tekst/toor004gesc01_01/toor004gesc01_01_0030.htm "De taalpolitieke ontwikkelingen in België"], door G. Geerts. "Geschiedenis van de Nederlandse taal", onder redactie van M.C. van den Toorn, W. Pijnenburg, J.A. van Leuvensteijn en J.M. van der Horst</ref><ref>Bron v.d. cijfers: De Vlaamse Gids nr. 3/1960 (studie Hein Picard)</ref> Tussen 1880 en 1890 steeg het aantal tweetaligen spectaculair van 30 naar 50 procent —grotendeels gevolg van de "transmutatieklassen"— en daalde dat van de mensen die enkel Nederlands spraken van 23 procent in 1880 tot 17 procent in 1910, terwijl het aantal tweetaligen constant bleef op 50 procent.<ref name="brio3"/> Hoewel het begrip "tweetalig" door de overheid misbruikt werd om de Franstaligheid van de stad te bewijzen,<ref name="brio3"/> is het duidelijk dat het Frans voet aan de grond kreeg in zowel het openbare leven als privéleven van de Nederlandstalige Brusselaars.<ref name="nlb2"/>
 
In 1920 werden drie randgemeentes bij de gemeente Brussel ingelijfd om de binnenhaven uit te breiden. In [[Haren (België)|Haren]] klokte het percentage eentalige Vlamingen in dat jaar nog af op 82,6%. Nog steeds is dit dorp, dat nooit tot een echt stadsdeel uitgroeide, een van de meest Vlaamse van het Gewest.<ref>{{fr}}[http://www.aquadesign.be/news/article-6922.php Ancienne commune D'Haeren (1130)]</ref> In [[Laken (Brussel)|Laken]] waren er nog maar 21% Nederlandstaligen, met 60% tweetaligen. In [[Neder-Over-Heembeek]] was het percentage van eentalige Franstaligen nog beperkt tot 2,1%, met 30% tweetaligen. Na 1920 zijn de cijfers voor deze stadsdelendeelgemeenten inbegrepen in de cijfers van Brussel-stad.
 
====Uitbreiding van de agglomeratie====
52

bewerkingen