Hoofdmenu openen

Wijzigingen

596 bytes toegevoegd ,  11 jaar geleden
geen bewerkingssamenvatting
Het [[bovenlijk]] van het grootzeil zit vast aan of in de gaffel. Aan de bovenkant van de gaffel zit de [[spruit (zeilen)|spruit]], waaraan de [[piekeval]] wordt bevestigd. Aan de kant van de mast zit de ''klauw'' of ''gaffelschoen'', waaraan de [[klauwval]] wordt bevestigd. Waar de ''piekeval'' aan de ''spruit'' is bevestigd, zit vaak ook een ''borglijntje'', dat voorkomt dat gaffel bij het strijken naar beneden valt.
 
De klauwval en de piekeval worden gezamenlijk gebruikt voor het hijsen van het zeil. Tijdens het hijsen kan de gaffel het beste horizontaal blijven. Het voorlijk van het zeil zal eerder op spanning zijn als het achterlijk van het zeil, wanneer het voorlijk op spanning is wordt de gaffel/peikval verder doorgehesen om het achterlijk van het zeil verder op spanning te brengen. Deze procedure wordt vooral aangehouden bij grotere schepen waarbij met de hand wordt gehesen de krachten groter zijn. Wanneer van deze procedure wordt afgeweken is het hijsen van het zeil veel zwaarder en vermoeiender, tevens ondervinden de vallen en blokken meer slijtage door de toenemende krachten.
De klauwval en de piekeval worden gezamenlijk gebruikt voor het hijsen van het zeil.
 
Op sommige scheepstypes (b.v. op veel [[botter|botters]]) wordt de gaffel gevoerd aan een enkel val, dat als drieschijfstakel is uitgevoerd, met de schijf van het onderblok op de klauw en het vaste part op de piek van de gaffel. Voordeel is de eenvoud, nadeel de beperkingen in verstelbaarheid.
Anonieme gebruiker