Sifon van het Merwedekanaal: verschil tussen versies

18 bytes toegevoegd ,  13 jaar geleden
geen bewerkingssamenvatting
Om een zeer precieze aansluiting tussen twee segmenten te bereiken, werd elk segment verticaal gestort, bovenop het eerdere element. Hierdoor kon geen scheur ontstaan tussen de vloer en de zijwanden, als gevolg van het krimpen van het beton nadat het is uitgehard. Beton wordt tijdens het harden, als het nog vloeibaar is, warm en zet daardoor uit. Wanneer het beton hard is, is het op zijn warmst, en daarna krimpt het door afkoeling. Als het aangrenzende vloerdeel eerder gestort is, is dit al afgekoeld, en kan daardoor niet krimpen. Daardoor zou een scheur ontstaan in de tunnelwand, waardoor de tunnel zou gaan lekken. Daarnaast werden er twee identieke lengtematen gebruikt om een constante eenheid te krijgen. De segmenten werden verder uitgerust met ophangpunten en gaten voor voorspanningskabels.
 
De tunnel is gebouwd volgens de [[Afgezonken tunnel|afzink-methode]]. Dit gaat als volgt:
Het [[baggeren|uitbaggeren]] van de sleuf vond tegelijkertijd met het verbreden van het Amsterdam-Rijnkanaal plaats. Na het baggeren werd er een vlakke laag grind in de sleuf gelegd om de tunnel goed uit te balanceren. Als laatste stap in het proces is het bouwdok vol met water gezet, waarna de tunnel naar de plaats van bestemming is gevaren en afgezonken. Als ballastlaag is er 50 centimeter [[onderwaterbeton]] in de tunnel gestort, waarna de sleuf afgedicht is.
 
Anonieme gebruiker