Graafschap Virneburg: verschil tussen versies

4 bytes toegevoegd ,  12 jaar geleden
geen bewerkingssamenvatting
Na het uitsterven van de graven van Virneburg in 1545 viel het via vrouwelijke lijn aan de [[graven van Manderscheid]]-Schleiden. Deze moesten in 1554 Montreal en de grote en kleine Pellenz aan het keurvorstendom Trier afstaan. Voor de rest van het gebied moesten zij leenhulde aan de keurvorst brengen.
 
In 1600/15/23 kwam het graafschap aan de graaf van [[Löwenstein-Wertheim]].
 
In 1794 kwam er met de bezetting door Frankrijk een eind aan het staatje.
In de [[Reichsdeputationshauptschluss]] van 25-2-1803 werd de graaf van Löwenstein-Wertheim in paragraaf 14 schadeloos gesteld voor het verlies door het ambt Freudenberg, het kartuizer klooster Grünau, het klooster Triefenstein en de dorpen Montfeld, Rauenberg, Wessenthal en Trennfeld.
 
Lang heeft de graaf geen plezier gehad van zijn nieuwe graafschap Freudenberg want in de [[Rijnbondakte]] van [[12 juli]] [[1806]] worden in artikel 24 de bezittingen van de vorst en de graaf van Löwenstein/-Wertheim op de linkeroever van de [[Main]] onder de souvereiniteit van de groothertog van Baden gesteld en die op de rechter oever onder de souvereiniteit van de vorst/-primaat: de [[mediatisering]].
 
Na de val van [[Napoleon Bonaparte|Napoleon]] kende het [[Congres van Wenen]] in [[1815]] het voormalige graafschap Virneburg aan het [[koninkrijk Pruisen]] toe.
8.670

bewerkingen