Hoofdmenu openen
Zuidelijke Eng
Tot pannenkoekenboerderij verbouwde schaapskooi
De Windhond

De Soester Eng is een langgerekte zandheuvel in Soest waarvan de lange oostzijde grenst aan de lage, drassige veengrond van de Eempolder. De Soester Eng beslaat ongeveer 60 ha.

Inhoud

OntstaanBewerken

De Eng werd gevormd in de laatste ijstijd, zo'n 180.000 jaar geleden. In die tijd schoven vanuit het noorden grote gletsjers over het gebied die de grond voortstuwden. Zo ontstonden stuwwallen als de Utrechtse Heuvelrug. Het hoogste punt van de Soester Eng is ongeveer ± 18 meter boven de zeespiegel. De Amersfoortse Berg, de Eempolder en het kerkje van Soest-Zuid zijn dan goed te zien.

ArcheologieBewerken

Boven op de eng ligt een archeologisch monument: het Engenbergje. Deze grafheuvel dateert uit een vroege periode, namelijk uit de klokbekercultuur van 2500 – 2000 v.Chr. Het is daarmee een van de oudste monumenten van Soest. In 1931 werden er geen voorwerpen in aangetroffen. Wel werd het silhouet van een in hurkhouding (zijligging) begraven mens gevonden.

BebouwingBewerken

Soest is een origineel brinkdorp en te karakteriseren als een typisch Flank-esdorp De lintbebouwing ontstond doordat de boerderijen als een lint gebouwd werden langs de voet van de stuwwal met de hooggelegen akkers (enggronden) en aan de andere kant de natte weidegronden van het Eemdal. In 2013 is Soest zo uitgebreid dat de bebouwing de Eng aan alle kanten insluit. Het zuidelijke stuk van de vroegere Eng is nog over. Nadat de Dalweg over de Eng werd aangelegd werd het noordelijke deel in de jaren dertig bebouwd met villa’s. In de 20e eeuw verdween de noordelijke kant van de Eng door de bebouwing van de wijk Soestdijk. Met de zuidereng is nog zo'n 60 ha van het agrarisch gebied bewaard gebleven.

Het huidige landschap van de zuidelijke Eng is in hoofdzaak ontstaan in het laatste kwart van de 19e eeuw en het eerste kwart van de 20e eeuw met de aanleg van de spoorweg en de bebouwing langs de oude Molenweg.

De komst van kunstmest aan het einde van de 19e eeuw maakte een einde aan het eeuwenoude potstalsysteem en daardoor veranderde ook het landschap. Hierdoor was de stalmest niet langer nodig en verdwenen de potstallen van de Eng. Op de hoge gronden werden bossen aangeplant of de engen verdwenen onder nieuwbouwwijken en villadorpen.

LandbouwBewerken

Zeker is dat de eerste bewoners van Soest rond het jaar 1000 in de buurt van de Oude Kerk woonden, op de overgang van het hoge en het lage land in (op de 10 à 12 meter hoogtelijn). Aan de ene kant woonden ze vlak bij de laaggelegen Eempolder, waar het onmisbare water voor mens en dier was. Aan de andere kant woonden ze vlak bij de hooggelegen Eng, waar ze graan konden verbouwen voor het voedsel. Het oude agrarisch landschap bestaat uit hoog gelegen zandgronden, dicht bij de oude kern. Op de Eng staat stellingkorenmolen De Windhond.

Vanouds is er een hechte relatie tussen de Eng en de Eempolder. Soest is een lintdorp dat vanuit het verleden is ontstaan op de grens van nat en droog. Op de hoge gronden werden bossen aangeplant of de engen verdwenen onder nieuwbouwwijken en villadorpen. De top van de Soester Eng bleef door de eeuwen heen vrijwel boomloos, ook werden nooit houtwallen aangeplant. De rand van de Eng gaf de eerste bewoners een veilige droge plek. Het lager gelegen land van de Eempolder was aantrekkelijk als hooiland en weidegebied voor het vee. De eerste boeren hadden een gemengd bedrijf, en gebruikten de hoger gelegen Eng voor akkerbouw: boekweit, rogge, aardappelen, knollen en gerst. Ook nu telen melkveehouders in de Eempolder gewassen op de hoge Eng voor hun koeien.

De grond van de eng was onvruchtbaar en dus niet geschikt voor landbouw. Maar de bodem van de Eng was wel rijk van samenstelling door de menging met leem en klei. Iedere boer had vermoedelijk het recht om over een bepaalde breedte de Eng te ontginnen. Het oorspronkelijke bos was al heide. De boerderijen waren met een pad over de brink rechtstreeks verbonden met de Enggronden. In 1379 is er een opbrengst aan haver, gerst, rogge en boekweit. Later ontstond ook de knollenteelt en sinds de 20e eeuw wordt snijmais geteeld. De top van de Soester Eng is op de kruin boomloos geweest. Er waren geen houtwallen of iets dergelijks. Wel zijn er langs de randen van de eng (richting De Bunt, Klein-Engendaal, Soesterveen) wildwallen geweest. Via de Kolonieweg en andere 'holle wegen' dreef de herder vroeger zijn schapen van de hei naar de schaapskooien op de Eng. De schapen waren nodig voor het bemesten van de Eng. De grond op de Eng was zo arm dat er mest nodig was om rogge en knollen te laten groeien. Boerderijen werden vroeger allemaal met hun voorkant richting Eng gebouwd. Zo konden de mensen het gewas op de Eng goed in de gaten houden. Via de achterkant van de boerderijen kon het vee via de gemeenschappelijke Brink naar de weilanden in de Eempolder.

Op de Soester Eng werden haver, rogge, aardappelen, gerst, boekweit en Soester knollen verbouwd. Er bestaan twee varianten van de Soester knol. De grote soort wordt gebruikt als veevoer, de kleinere soort werd gegeten als groente. Sinds een aantal jaren wordt de Soester knol weer op de Soester Eng geteeld. Deze knol moest tijdig gezaaid worden (rond 10 augustus, Sint-Laurensdag) en geoogst vóór eind december, anders werd de knol smaakloos en waterig.

De Eng werd vroeger bemest via een zogenaamd potstallensysteem. In vroeger tijden werden heideplaggen in de potstallen gebracht en daar vermengd met schapenmest en bladeren. Dit mengsel werd eeuwenlang met de kruiwagen uitgereden op de eng waardoor daar akkerbouw mogelijk was. Zo ontstonden de enkeerdgronden. De vruchtbare laag zwarte grond op de Soester Eng is zo’n 50 cm dik.

BeschermdBewerken

De Zuidelijke Eng is door de gemeenteraad in 1992 aangewezen als een beschermd dorpsgezicht. In het bestemmingsplan heeft de Zuidelijke Eng de bestemming akkerbouw. In 1992 heeft de gemeenteraad van Soest de Eng tot beschermd dorpsgezicht verklaard. Daarbij dient het restant van de Soester Eng zijn agrarische karakter te behouden. De verkaveling dateert nog uit de vroege middeleeuwen. De relatie tussen de Enggronden en Soest-Zuid en het zicht vanaf de Eng op de oude kerktoren zijn een voorbeeld van de cultuur-historische waarde. In 1994 stelde de gemeente een eigen premieregeling in voor agrarisch natuurbeheer op de Eng. Sindsdien is de variëteit aan gewassen vergroot: naast mais is er nu ook rogge en luzerne.

De stichting Vrienden Soester Eng spant zich in om ervoor te zorgen dat het gebied niet verder wordt aangetast door bebouwing, paardenbakken en andere bedreigingen.