Hoofdmenu openen
Niveaus van vertrouwen zijn hoger in landen met een lagere economische ongelijkheid

Sociale cohesie duidt op de samenhang in een maatschappij. Naast onderzoek naar sociale ongelijkheid en identiteit is de vraag hoe samenlevingen bij elkaar blijven een van de kernvragen in de sociologie. Er zijn vele antwoorden gegeven op de vraag wat de samenleving bij elkaar houdt. Deze antwoorden zijn samen te vatten als wederzijdse afhankelijkheid (of eigenbelang), dwang (of macht) en gedeelde waarden en normen. Omdat mensen weliswaar niet gelijk, maar wel gelijkwaardig aan elkaar zijn, kan sociale cohesie versterkt worden door het besef dat dualisme een legitiem maatschappelijk gegeven is.

Een aparte groep vormt in dit verband de contracttheoretici, die stellen dat er binnen iedere staat sprake is van een zogenaamd sociaal contract. Voor de filosoof Hobbes wordt het sociale contract gewaarborgd vanuit de macht van de absoluut geregeerde staat, die een oorlog van allen tegen allen voorkomt: het conflictmodel. Rousseau gelooft juist in de onderlinge goede wil van iedere individuele burger, en verklaart het sociaal contract vanuit het consensusmodel, die hij de volkswil noemde. Hoewel de contracttheorie door bijvoorbeeld de Schotse moraalfilosofen werd verworpen, is de tegenstelling conflict- versus consensusmodel tussen verschillende sociologische denkrichtingen nog steeds aktueel.

Sociale cohesie komt voor op micro- en macroniveau. Op microniveau is er de (sociale) cohesie binnen het gezin, de familie, de vriendenkring. Op een iets hoger niveau bestaat sociale cohesie binnen verenigingen, kerkgenootschappen en dergelijke. Ook op het niveau van de maatschappij zien we sociale cohesie, vooral binnen uniculturele (etnisch-homogene) samenlevingen. Binnen een dergelijke samenleving delen mensen een zelfde taal, geschiedenis, gewoonten enzovoort, hetgeen zorgt voor een zekere mate van sociale cohesie: men identificeert zich met elkaar en/of voelt zich met elkaar verbonden.

DesintegratieBewerken

Nederland kende tot de jaren zestig een verzuilde samenleving, de zuilen waren gebaseerd op geloof en/of maatschappelijke oriëntatie. Binnen de zuilen was de sociale cohesie zeer sterk. Met de ontzuiling vanaf de jaren zestig en de opkomst van het individualisme en de multiculturele samenleving sinds de jaren tachtig is de sociale cohesie onder druk komen te staan. Nederland is in dit opzicht zeker niet uniek - alle Westerse samenlevingen kennen een verminderde sociale cohesie. In Amerika is de sociale cohesie sterk afgenomen vanaf de jaren zestig. Tijdens de Tweede Wereldoorlog kenden de Amerikanen één gemeenschappelijk doel: het verslaan van de Duitse vijand. Vanaf de jaren zestig werd de Amerikaanse samenleving steeds individualistischer. Het gezin, de kerk, de lokale gemeenschap, het verenigingsleven - allen verliezen hun positie als hoekstenen van de samenleving. Robert Putnam heeft dit proces beschreven in zijn boek 'Bowling Alone' (1995). Putnam wijst de afname van sociale cohesie vooral toe aan de individualisering, en niet zoals in Europa ook aan multiculturaliteit. Als belangrijke motor achter individualisering noemt Putnam de televisie ofwel moderne communicatie. In plaats van vertier en ontspanning te zoeken in het verenigingsleven, kiest de Amerikaan steeds vaker voor de tv en kijken doet hij vaak alleen.

De afname van sociale cohesie wordt door sommigen echter toegeschreven aan de opkomst van het socialisme en de wil van velen dat de overheid voor haar onderdanen zorgt. Omdat de overheid deze zorgtaken grotendeels heeft overgenomen, zou de morele plicht om voor elkaar te zorgen sterk ondermijnd worden, hetgeen een negatieve invloed heeft op de sociale cohesie.

Vanaf de jaren negentig vormt sociale cohesie een dankbaar studieobject voor sociologen. Overheden in verschillende Westerse landen zijn erop gebrand de sociale cohesie te verbeteren.

LiteratuurBewerken

  • Hart, J. de, F. Knol, C. Maas-de Waal, T. Roes (2002) 'Zekere banden. Sociale cohesie, leefbaarheid en veiligheid'. Den Haag: SCP.
  • Collins, R, M. Makowsky (eds) (2005) [1972] 'The Discovery of Society' Boston etc.: McGraw Hill. p 93-106