Sint-Columbakerk (Deerlijk)

kerkgebouw in België
De Sint-Columbakerk (2007)

De Sint-Columbakerk is een classicistische kerk waarvan de oudste delen uit de 12de eeuw stammen. Ze bevindt zich in het centrum van de gemeente Deerlijk. De kerk is toegewijd aan Columba van Sens, patrones van de parochie Deerlijk.

GeschiedenisBewerken

Volgens een legende zou de kerk gesticht zijn in 654 door Sint-Amandus. In 1119 is voor het eerst in geschriften sprake van een kerk als de bisschop van Doornik het altara de trelleke[1] afstaat aan het Doornikse kapittel. Het ging toen wellicht om een houten bedehuisje. In de tweede helft van de 12de eeuw werd het gebouw vervangen door een romaanse kruiskerk, vervaardigd uit Doornikse blauwsteen. Deze kerk had een vieringtoren, een vlak afgesloten koor, een dwarsbeuk en een driebeukig schip.

Aan het einde van de 16de eeuw lag de kerk gedeeltelijk in puin, waarschijnlijk door de Beeldenstorm of bij een geuzenopstand.[2] Vermoedelijk werd van de gelegenheid gebruik gemaakt om bij de herstellingswerken begin 17de eeuw de kerk ingrijpend te verbouwen. In 1607 is ze - misschien voor het eerst - te zien op een afbeelding. Latere archeologische opgravingen[3] toonden aan dat de romaanse kerk bestond uit twee beuken, waarbij de westbeuk en -koor gesloopt werden. Er kwam een nieuw hoofdkoor en twee zijkoren. In de zuidzijde van de sacristie zijn hiervan nog bouwsporen (spitsbogen) te vinden. In deze periode zou een deel van de romaanse toren afgebroken zijn en vervangen door een achtkantige laatgotische torenspits.

In het landboek van Deerlijk uit 1747 is de kerk afgebeeld als een tweebeukig geheel met vieringtoren. Rond het gebouw ligt een ommuurd kerkhof. Ook is de Sint-Columbakapel te zien, een aloud en belangrijk bedevaartsoord.

In 1667, 1724, 1735-1736 en 1764-1767 voerde men herstellingen uit aan de kerk. Zoals ze er nu uitziet, dateert de kerk van het jaar 1774. In dat jaar werd het huidige classicistische bouwwerk opgericht. Het ontwerp is van Simoen Steyt uit Kortrijk. De uitvoering van de werken stond onder leiding van de architect Laurent-Benoît Dewez, die ook de Harelbeekse Sint-Salvatorkerk bouwde. Bij de verbouwing bleven een gedeelte van het koor en de zuidelijke dwarsbeuk, het zogenaamde Klein Deurke, behouden. De toren werd geïntegreerd in de zuidelijke zijbeuk. Alles kwam onder één dak te liggen. Bij Koninklijk Besluit van 6 mei 1985 werd het gebouw beschermd als monument. De naastgelegen Sint-Columbakapel verdween onder de slopershamer en het Sint-Columbaretabel werd overgebracht naar de vernieuwde kerk.

Tegen de zuidelijke zijbeuk is een kapel te zien van omtrent 1832 met Christus aan het kruis. Het houten beeld is ouder. Een soortgelijke kapel - opgetrokken ter ere van Onze-Lieve-Vrouw van Smarten - is aangebouwd tegen de noordelijke zijbeuk en dateert van 1948.

In 1891 sloeg de bliksem in op de torenspits. Het bovenste deel van de toren brandde daardoor volledig uit. Na de Eerste en de Tweede Wereldoorlog constateerde men relatief lichte schade aan de kerk. Herstellingen volgden al snel.

In 1987 was er de restauratie van de toren van de kerk onder leiding van architect Pauwels uit Kortrijk. Meest recent was een diepgaande renovatie van het kerkgebouw, in 2017-2018 (zie verder).

InterieurBewerken

Het meeste meubilair is afkomstig uit de 18de eeuw. Er is een hoogkoor met gipsen kopieën van eikenhouten medaillons van de westerse kerkvaders Ambrosius, Augustinus, Gregorius en Hiëronymus, gemaakt in het jaar 1954. Er staan twee zijaltaren, één van Onze-Lieve-Vrouw en één van Sint-Amandus. Voorts zijn er een preekstoel en vier biechtstoelen. In het hoogkoor staat een doopvont van wit marmer en steen met een koperen deksel dat gemaakt is in 1873. Een deel van de laat-18de-eeuwse communiebank is uit smeedijzer vervaardigd en sluit nu de ruimte af voor het Sint-Columbaretabel. Eveneens voorin bevindt zich een 18e-eeuws Sint-Elooisbeeld uit lindehout. De overige beelden dateren uit de 19de eeuw. Het schilderij boven het hoofdaltaar, de Balseming van Christus, is een kopie van een doek van Emmanuel Taffin uit 1785. De kopie is in 1954 vervaardigd door kunstschilder Georges Dheedene. In hetzelfde jaar maakte Dheedene een grote muurschildering.[4][5]

Het orgel is van 1907 en gebouwd door Théophile Delmotte uit Doornik, één van zijn laatste creaties. Tijdens de Eerste Wereldoorlog raakte het beschadigd en naderhand hersteld. In 1998-2000 kreeg het orgel een grondige opknapbeurt.

Restauratie van 2017-2018Bewerken

Toekenning premieBewerken

In april 2014 kende Vlaams Minister van Onroerend Erfgoed Geert Bourgeois een premie toe van 666.353 euro voor een ingrijpende restauratie en isolatie van de daken en de gevels van de Sint-Columbakerk.[6]

De werkenBewerken

In september 2017 werd begonnen met het plaatsen van steigers rond de kerk.[7] Er werd voorzien in acht maanden voor de realisatie, maar uiteindelijk zouden de werken dubbel zo lang duren en zo’n 1 miljoen euro kosten.

Het grootste deel van het budget (651.000 euro) ging naar het herstel van het baksteenmetselwerk, de natuursteen en de voegen van de gevels.[8] Daarnaast werden de dakconstructie[9] hersteld en de asbestleien op het dak vervangen door natuurleien. Ook werd de elektriciteit verbeterd en de brandbeveiliging vernieuwd. In een tweede fase (41.000 euro) werd de isolatie van het plafond aangepakt en de bevestiging van het plafond aan de moerbalken verstevigd. Op de zolders werd zo’n zes ton stof en vuil verwijderd en looppaden met leuningen en verlichting aangebracht.

Bescherming van de gierzwaluwenkolonieBewerken

Aan de Sint-Columbakerk huist al jaren een gierzwaluwenkolonie van zo’n twintig koppels. Deze vogels hadden hun nest gebouwd in barsten en spleten in het metselwerk onder de dakgoot (de steenplaat). Door de restauratiewerken zouden de nesten verdoken zitten achter bouwstellingen en de spleten gedicht worden.

De vrees ontstond dat de vogels definitief zouden terugkeren naar hun overwinteringsplaats in het zuiden. Het gemeentebestuur werkte daarom samen met Natuurpunt Gaverstreke om de kolonie te redden. De provincie West-Vlaanderen schonk 18 speciale nestkasten. Acht daarvan werden op de toren geplaatst, boven de werf. Na een klein jaar waren alle nestkasten bewoond, iets wat normaal gezien jaren duurt. Na de beëindiging van de renovatie hing men de tien resterende kasten aan een zijgebouw en na een tijd waren ook enkele van deze ontdekt door de gierzwaluwen. Om extra ruimte te creëren voor de vogels was voor de werken beslist om de steenplaat niet volledig te dichten, maar enkele spleten open te laten. Deze openingen bleven voorlopig onaangeroerd. De gierzwaluwenkolonie in Deerlijk is een van de succesvolste in de regio.

OmgevingBewerken

KerkhofBewerken

Tot 1925 werd nog begraven rond de Sint-Columbakerk. Door plaatsgebrek en de beoogde verbetering van de verkeerscirculatie op de Plaats werd besloten om het oude kerkhof geleidelijk te verlaten en een nieuwe dodenakker in gebruik te nemen in de Hoogstraat. Tegen het einde van de jaren 1930 was dit proces voltooid.

Na de Eerste Wereldoorlog lagen er rond de Sint-Columbakerk een tijdje Engelse en Duitse militairen begraven, naast één Franse en één Belgische soldaat. Allen werden vóór 1930 overgebracht naar militaire kerkhoven, met uitzondering van de Belg wiens graf zelfs niet naar de Hoogstraat werd verhuisd en om onbekende reden verdween.

StandbeeldenBewerken

In 1869 kwam er op het kerkhof een standbeeld ter ere van Pieter Jan Renier, dat na 50 jaar het gezelschap kreeg van een eerste monument voor de gesneuvelden, in de volksmond De Dikke Bertha[10] genoemd. Na het ontruimen van het kerkhof werd het oorlogsmonument achteruitgeschoven naar de zuidgevel van de kerk en later wisselden de monumenten van plaats. In 1952 werd het oude oorlogsmonument vervangen door een nieuw, dat bekend werd onder de naam Het Heilig Hart[11]. De positie van de standbeelden bleef tot op heden ongewijzigd.

In 1951 werd ten noordwesten van de kerk een borstbeeld opgericht voor Hugo Verriest en in 1982 werden het grafmonument en het graf van René De Clercq overgebracht naar Deerlijk en ten zuidoosten van de kerk geplaatst.

KerkpleinBewerken

De omgeving van de Sint-Columbakerk was vanaf 1927 onderverdeeld in drie delen: het Hugo Verriestplein ten noorden, het Pieter Jan Renierplein en de Plaats ten westen, oosten en zuiden van de kerk. Op het einde van de jaren 1960 verdween deze ingewikkelde situatie. Het Hugo Verriestplein verloor toen zijn naam en werd opnieuw een deel van de Hoogstraat. De andere pleinen (eigenlijk straten) daarentegen kregen een nieuwe naam: Kerkplein.

BibliografieBewerken

  • F. Byttebier (red.), De Sint-Columbakerk van Deerlijk, Kerkraad Sint-Columba, Deerlijk, 1992
  • N.N., Restauratie Sint-Columbakerk afgerond, Tijdschrift Gemeentenieuws Deerlijk, nr. 8 - 01.09 > 15.10.2019, pag. 3
  • N.N., Achter de schermen bij de restauratie van de kerk - Het verhaal van de gierzwaluwen, Tijdschrift Gemeentenieuws Deerlijk, nr. 8 - 01.09 > 15.10.2019, pag. 6

Externe linksBewerken