Hoofdmenu openen

Seleucidisch-Parthische Oorlogen

De Seleucidisch-Parthische Oorlogen waren een serie van conflicten tussen het Seleucidische Rijk en Parthië, die ervoor zorgde dat de Seleuciden uit Perzië verdreven werden en het oprichten van het Parthische Rijk. De oorlogen werden veroorzaakt door Iranische stammen die migreerden naar Centraal-Azië en het onvermogen van de Seleuciden om hun enorme rijk samen te houden.

Seleucidisch-Parthische Oorlogen
Rome-Seleucia-Parthia 200bc.jpg
Datum 238-129 v.Chr.
Locatie Mesopotamië, Iran, Centraal-Azië
Resultaat Parthische overwinning
Strijdende partijen
Seleucidische Rijk Parthische Rijk
Leiders en commandanten
Andragoras
Diodotos I
Seleucus II Callinicus
Antiochus III
Demetrius II Nicator
Antiochus VII Sidetes
Arsaces I
Mithridates I
Arsaces II
Phraates II
Surena

AchtergrondBewerken

Het Seleucidische Rijk werd in 305 v.Chr. door Seleucus I Nicator, een generaal van Alexander de Grote. Het Seleucidische Rijk, dat zich uitstrekte van Syrië tot de Indus, was het machtigste van de diadochenrijken die ontstonden na de dood van Alexander de Grote. De Seleuciden kwamen echter al snel in de problemen toen ze probeerden om zo'n uitgebreid gebied te behouden, want ze moesten zich constant weren tegen de andere Hellenistische staten in het westen en de onrust onder hun oostelijke provincies in het oosten.

Diodotos en Andragoras, de Seleucidische satrapen van Bactrië en Parthië, zagen hun kans schoon toen de Seleuciden zich bezighielden met de Keltische invasies in Klein-Azië om zich tot koning van onafhankelijke staten te verklaren. Maar in 238 v.Chr. vielen de Parni, een Iraanse stam uit de Centraal-Aziatische steppen onder Arsaces I, het gebied van Andragoras binnen, en versloegen en doodden hem en namen zo zijn gebied over. Toen werden de Parni bekend als de Parthen omdat ze de Seleucidische provincie met deze naam hadden veroverd. Toen begonnen ze een zo groot mogelijk deel van het oostelijke Seleucidische Rijk te veroveren. Ze werden hierin gesteund door de nu onafhankelijke provincie Bactrië. De Seleucidische koning Antiochus II was op dit moment te druk bezig in zijn oorlog tegen het Ptolemaeische Rijk, en zo verloren de Seleuciden het grootste deel van hun grondgebied ten oosten van Perzië en Medië.

Veldtochten van Seleucus II CallinicusBewerken

Seleucus II volgde na de dood van Antiochus II in 246 v.Chr. zijn vader op als heerser, maar had geen antwoord klaar op de Parthische plundertochten in het oostelijke deel van zijn rijk wegens de oorlog tegen de Ptolemaeën en zijn broer, Hierax, die zichzelf had verklaard als de onafhankelijke heerser van Klein-Azië. Uiteindelijk konden de twee broers tot een vredesakkoord komen en kon Seleucus een veldtocht tegen de Parthen ondernemen. Ondanks aanvankelijke successen -hij had de Parthen uit Parthië en Hyrcanië verdreven- werd Seleucus verslagen en gevangengenomen door de Parthen, die waarschijnlijk geholpen werden door Diodotos II, de heerser van Bactrië. Na zijn vrijlating keerde Seleucus terug naar Klein-Azië om Hierax te verslaan, die de vijandigheden tegen zijn broer had hervat.[1][2]

Veldtochten van Antiochus IIIBewerken

Antiochus III was een ambitieuze Seleucidische koning die Alexanders rijk wilde herenigen onder zijn heerschappij. In 209 v.Chr. begon hij een veldtocht om de controle over de oostelijke provincies te heroveren, en, nadat hij de Parthen in een veldslag had verslagen, slaagde hij hierin. De Parthen werden een vazalstaat en heersten nu enkel nog over Parthië zelf. Maar de Parthen waren slechts een vazalstaat in naam en enkel en alleen omdat er zich een Seleucidisch leger op hun drempel bevond. Voor zijn herovering van de oostelijke provincies en het herstellen van de Seleucidische grenzen in het verre oosten zoals ze geweest waren onder Seleucus I Nicator, kreeg Antiochus de titel "de Grote". Gelukkig voor de Parthen had het Seleucidische Rijk veel vijanden, en het duurde niet lang voor Antiochus zijn legers weer naar het westen leidde tegen de Ptolemaeën en de opkomende Romeinse Republiek.

Opkomst van de Arsaciden en het einde van het Seleucidische RijkBewerken

De macht van de Seleuciden begon te verzwakken na de nederlaag van Antiochus III in de slag bij Magnesia, die de Seleucidische macht brak en vooral die van het Seleucidische leger. Na zijn nederlaag begon Antiochus een expeditie naar Iran, maar werd gedood in Elymais. Daarna namen de Arsaciden de macht over in Parthië en verklaarden volledige onafhankelijkheid van het Seleucidische Rijk. In 148 v.Chr. viel de Parthische koning Mithridates I Medië binnen, dat al in opstand was gekomen tegen de Seleuciden, en in 141 v.Chr. veroverden de Parthen de grote Seleucidische stad Seleucia, dat de hoofdstad was van het oostelijke Seleucidische Rijk. Deze overwinningen gaven Mithridates de controle over Mesopotamië en Babylonië. In 139 v.Chr. sloegen de Parthen een grote Seleucidische tegenaanval af, waardoor ze het Seleucidische leger vernietigden, en ze de Seleucidische koning Demetrius II Nicator gevangen namen. Dit eindigde de Seleucidische aanspraak op land ten oosten van de Eufraat. Om zijn grondgebied te heroveren viel Antiochus VII Sidetes de Parthen opnieuw aan in 130 v.Chr. waarbij hij hen twee keer kon verslaan. De Parthen zonden een delegatie om te onderhandelen over een vredesakkoord, maar verwierpen uiteindelijk de voorwaarden die Antiochus hen oplegde. Het Seleucidische Rijk was toen verspreid in haar winterkwartieren. De Parthen onder Phraates II, die hun kans schoon zagen, versloegen en doodden Antiochus in de slag bij Ecbatana in 129 v.Chr. en vernietigden de rest van zijn enorme leger en eindigden zo de Seleucidische pogingen om Perzië te heroveren.[3][4][5]

Het verlies van zoveel grondgebied bracht het al verzwakte rijk in een verval waarvan het nooit zou herstellen. Het Seleucidische Rijk werd een schaduw van wat het ooit was geweest en bestond uit niet veel meer dan Antiochië en de omringende gebieden. De enige reden waardoor het Seleucidische Rijk bleef bestaan was omdat de Parthen het zagen als een nuttige buffer tegen het Romeinse Rijk. Toen Pompeius een Romeinse expeditie naar Syrië leidde, annexeerde hij het Seleucidische Rijk, en zo konden de Romeins-Parthische oorlogen beginnen.

GevolgenBewerken

De westwaartse expansie van Parthië tijdens de oorlog zou uiteindelijk leidden tot treffen met het Romeinse Rijk. De Romeins-Parthische Oorlogen zouden deze twee rijken verwikkelen in veel oorlogen tot de derde eeuw na Christus.

BronnenBewerken

Dit artikel of een eerdere versie ervan is een (gedeeltelijke) vertaling van het artikel Seleucid-Parthian wars op de Engelstalige Wikipedia, dat onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen valt. Zie de bewerkingsgeschiedenis aldaar.