Hoofdmenu openen

Het Saramaccaproject was een uit 1946 stammend plan van de Freeland League for Jewish Territorial Colonization om tienduizenden Joodse vluchtelingen uit Europa te laten migreren naar Suriname.

Inhoud

AchtergrondBewerken

 
I.N. Steinberg (1918); mede-oprichter en leider Freeland League

In 1937 werd in de VS de Freeland League opgericht. Doel van deze organisatie was het vinden van een Joods nationaal tehuis buiten Palestina. Tijdens de oorlog hadden zij het Kimberleyplan geïntroduceerd, om Joodse vluchtelingen in Australië onder te brengen. Dit mislukte echter.

Kort na de Tweede Wereldoorlog wees Boris Raptschinsky, de Nederlandse vertegenwoordiger van de Freeland League, zijn bestuur in New York op het vooroorlogse Guyanaplan van Anton Mussert. Als oplossing voor de vluchtelingencrisis die was ontstaan door de antisemitische politiek van Hitler had hij voorgesteld uit de drie Guiaanse kolonies (Frans- en Brits-Guiana en Suriname) een "Verenigd Guiana" te maken dat zou dienen als "Joods Nationaal Tehuis". Hierdoor geïnspireerd, onderzocht de Freeland Luague of het mogelijk was grote groepen displaced persons, met name Oost-Europese Joden, onder te brengen in de drie Guiana's en/of de Dominicaanse Republiek. Spoedig richtte hun aandacht zich hoofdzakelijk op Suriname, waar al eeuwen een Joodse gemeenschap leefde en waar men met name in de agrarische sector behoefte had aan immigranten.

OnderhandelingenBewerken

Raptschinsky vroeg in februari 1946 om een onderhoud met de Nederlandse minister-president Wim Schermerhorn wat een maand later plaatsvond. In januari 1947 diende J.C. Brons, de gouverneur van Suriname, een voorstel van de Freeland League in bij de Staten van Suriname. Zij namen dit voorstel op 14 februari aan. Enkele dagen later hadden de kamerleden van de Nederlandse parlementaire commissie Suriname en de Nederlandse Antillen onder leiding van het Eerste Kamerlid G.C.J.D. Kropman in New York een onderhoud met bestuursleden van de Freeland League.[1]

Op verzoek van Brons kwam een delegatie van de Freeland League naar Suriname om het voorstel verder te bespreken. Tussen 10 en 21 april spraken zij in Paramaribo met een gouvernementsadviescommissie. Hierbij werd op tal van punten overeenstemming bereikt. Zo was men het erover eens dat de immigranten zich zouden vestigen in eigen dorpen waar ze volledige godsdienstvrijheid zouden hebben, dat ze zich moesten verplichten Nederlands te leren en dienden te streven naar het staatsburgerschap. Het enige verblijvende twistpunt, het aantal Joodse immigranten, werd voorlopig vastgesteld op 30.000, met de mogelijkheid dat later meer zouden komen. (Suriname had toen ongeveer 200.000 inwoners).

In juni 1947 stemden de Staten van Suriname met zeven voorstemmen versus vijf tegenstemmen in met het voorstel. In november 1947 werd een team van vijf Amerikaanse experts samengesteld. In december en januari kwamen zij naar Suriname en werkten een plan uit. De 30.000 Joden zouden in het Saramacca-district, ten zuidwesten van Groningen, in een tussen de 60 en 65 km² groot gebied gevestigd worden. De kosten van dit plan werden op 35 miljoen Amerikaanse dollar begroot.

BezwarenBewerken

De grootste bezwaren in Suriname kwamen van de Surinaamse Zionistenbond. Uit zionistische kringen, ook buiten Suriname, bestond grote weerstand tegen de plannen van de Freeland League omdat deze het oprichten van een Joodse staat in Palestina zouden kunnen dwarsbomen. Door hen werd dan ook druk uitgeoefend om het plan niet te laten doorgaan. Ook de Nederlandse regering, die in het begin positief tegenover het plan had gestaan, keerde zich er na verloop van tijd tegen. Men vreesde dat veel 'communistische infiltranten' zouden zitten tussen de Joodse immigranten uit Centraal- en Oost-Europa.

EindeBewerken

In mei 1948 verklaarde Israël zich onafhankelijk. De nieuwe Surinaamse gouverneur, Willem Huender, gaf daarop in augustus aan dat men besloten had de Joodse immigratieplannen op te schorten tot de internationale toestand wat zou opklaren. Ondanks bezwaren van de Freeland League zijn de plannen nooit meer serieus overwogen.