Samenstelling Eerste Kamer 1937-1946

Wikimedia-lijst

De samenstelling van de Eerste Kamer der Staten-Generaal 1937-1946 biedt een overzicht van de Eerste Kamerleden in de periode na de Eerste Kamerverkiezingen van 27 mei 1937. De zittingsperiode ging in op 8 juni 1937 en liep af op 22 juli 1946.

Er waren toen 50 Eerste Kamerleden, verkozen door vier kiesgroepen, samengesteld uit de leden van de Provinciale Staten van alle Nederlandse provincies. Eerste Kamerleden werden verkozen voor een termijn van zes jaar, om de drie jaar werd de helft van de Eerste Kamer hernieuwd.

Wijzigingen in de samenstelling gedurende de zittingsperiode staan onderaan vermeld.

Gekozen bij de Eerste Kamerverkiezingen van 27 mei 1937Bewerken

RKSP (16 zetels)Bewerken

SDAP (12 zetels)Bewerken

ARP (7 zetels)Bewerken

CHU (6 zetels)Bewerken

NSB (4 zetels)Bewerken

LSP (3 zetels)Bewerken

VDB (2 zetels)Bewerken

BijzonderhedenBewerken

  • Bij de Eerste Kamerverkiezingen van 27 mei 1937 werd de volledige Eerste Kamer hernieuwd.
  • Jos Serrarens (RKSP) en Max de Marchant et d'Ansembourg (NSB) namen hun benoeming niet aan vanwege hun verkiezing tot lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal. In hun plaats kwamen Carl Romme (RKSP) en Gerrit van Duyl (NSB) in de Eerste Kamer, Romme op 8 juni 1937, van Duyl op 2 november dat jaar.
  • T. Nauta (ARP) nam zijn benoeming tot Eerste Kamerlid niet aan. Op 2 november dat jaar werd Rob Woltjer in de ontstane vacature geïnstalleerd.
  • Vanwege de Tweede Wereldoorlog en de Duitse bezetting van Nederland werden tussen 10 mei 1940 en 25 september 1945 geen vergaderingen gehouden in de Eerste Kamer.
  • Enkele maanden na het einde van de Duitse bezetting van Nederland werd op 2 augustus 1945 door het kabinet-Schermerhorn-Drees het Besluit Tijdelijke Staten-Generaal gepubliceerd. Daarin werd bepaald dat de Tweede Kamer op grond van het Staatsnoodrecht tijdelijk zou bestaan uit de Kamerleden die op 10 mei 1940 lid waren, en uit personen die tussen mei 1940 en september 1941 door het Centraal Stembureau werden benoemd in vacatures die in deze periode waren ontstaan. De leden die tijdens de oorlog ontslag hadden genomen, konden niet meer terugkeren en ook werd beslist om een zogenaamde verklaringscommissie in het leven te roepen, die onder leiding van Frans Beelaerts van Blokland, vicepresident van de Raad van State, moest onderzoeken welke houding de parlementsleden tijdens de oorlog hadden ingenomen. Deze commissie besliste dat de Tweede Kamerleden van de NSB en enkele parlementsleden van andere partijen niet meer welkom waren in de Eerste Kamer.
  • Nadat de Eerste Kamer op 25 oktober 1945 het wetsvoorstel Voorlopige Staten-Generaal, dat voorzag in de oprichting van een Noodparlement, had aangenomen, kreeg een benoemingscommissie, de Nationale Advies Commissie, de opdracht om de vacatures in te vullen die tijdens de oorlog waren ontstaan. Voor iedere vacature moest de commissie een voordracht van twee personen opstellen en per open plaats zou een van die personen door de benoemingscommissie tot lid worden benoemd. Bij die voordrachten werd rekening gehouden met de politieke verhoudingen van voor de oorlog, wel werd beslist dat de zetels van de vier NSB'ers opgevuld zouden worden door drie oud-verzetsstrijders en een communist. Na de benoeming van de nieuwe Eerste Kamerleden bestond de Eerste Kamer van november 1945 tot juni 1946 uit zowel gekozen als benoemde leden.

Tussentijdse mutatiesBewerken

1937Bewerken

  • 26 juni: Carl Romme (RKSP) verliet de Eerste Kamer vanwege zijn benoeming tot minister van Sociale Zaken in het kabinet-Colijn IV. Op 21 september dat jaar werd Ton Barge in de ontstane vacature geïnstalleerd.
  • 20 september: Dirk Frans Pont (NSB) verliet de Eerste Kamer nadat het tot een breuk was gekomen met zijn partij. Op 2 november dat jaar werd Ernst von Bönninghausen in de ontstane vacature geïnstalleerd.
  • 10 november: Gerrit van Duyl (NSB) verliet de Eerste Kamer nadat het tot een breuk was gekomen met zijn partij. Op 14 december dat jaar werd Wilhelmus de Rijke in de ontstane vacature geïnstalleerd.

1938Bewerken

  • 30 mei: Samuel van den Bergh (LSP) verliet de Eerste Kamer om gezondheidsredenen. Op 2 augustus dat jaar werd Ernst Heldring in de ontstane vacature geïnstalleerd.
  • 6 september: Pieter Droogleever Fortuyn (LSP) overleed. Op 19 oktober dat jaar werd Joan Gelderman in de ontstane vacature geïnstalleerd. Gelderman volgde dezelfde dag Droogleever Fortuyn op als fractievoorzitter van de LSP.

1939Bewerken

1940Bewerken

  • 10 mei: Herman Bernard Wiardi Beckman (SDAP) verliet de Eerste Kamer omdat hij als officier terugkeerde naar de werkelijke militaire dienst naar aanleiding van de Duitse inval in Nederland. Op 18 oktober 1945 werd Johan van de Kieft in de ontstane vacature geïnstalleerd.
  • 13 mei: Anton van Vessem (NSB) legde het Eerste Kamerlidmaatschap neer. Op 20 november 1945 werd Nico Donkersloot (onafhankelijk) in de ontstane vacature geïnstalleerd.

1941Bewerken

1942Bewerken

1943Bewerken

1944Bewerken

1945Bewerken

1946Bewerken