Samenstelling Eerste Kamer 1919-1922

Wikimedia-lijst

De samenstelling Eerste Kamer 1919-1922 bevat de lijst met de samenstelling van de Nederlandse Eerste Kamer der Staten-Generaal na de Eerste Kamerverkiezingen van 8 juli 1919.

De zittingsperiode ging in op 17 september 1919 en eindigde op 23 juli 1922.

Wijzigingen in de samenstelling gedurende de zittingsperiode staan onderaan vermeld.

Gekozen bij de Eerste Kamerverkiezingen van 1919Bewerken

DrentheBewerken

FrieslandBewerken

GelderlandBewerken

GroningenBewerken

LimburgBewerken

Noord-BrabantBewerken

Noord-HollandBewerken

OverijsselBewerken

UtrechtBewerken

ZeelandBewerken

In de provincie Zeeland was geen lid van de Eerste Kamer aftredend.

Zuid-HollandBewerken

Samenstelling van de Eerste Kamer na de verkiezingenBewerken

RKSP (17 zetels)Bewerken

Liberale Unie (13 zetels)Bewerken

ARP (9 zetels)Bewerken

SDAP (4 zetels)Bewerken

CHU (4 zetels)Bewerken

VDB (2 zetels)Bewerken

Bond van Vrije Liberalen (1 zetel)Bewerken

Wijzigingen in de samenstellingBewerken

1919Bewerken

  • 6 november: Alphonsus van Lamsweerde (RKSP) overlijdt. In de vacature wordt door de provincie Gelderland Antonius Johannes Jurgens Hzn. gekozen, die op 19 december geïnstalleerd wordt.

1920Bewerken

  • 3 februari: Rudolph Diepen (RKSP) overlijdt. In de vacature wordt door de provincie Noord-Brabant Bernard Theodor Carl Straeter gekozen, die op 23 maart geïnstalleerd wordt.
  • 6 februari: Jacobus Kappeyne van de Coppello (Liberale Unie) overlijdt. In de vacature wordt door de provincie Noord-Holland Carry Pothuis-Smit (SDAP) gekozen, die op 23 maart geïnstalleerd wordt.
  • 6 maart: Franciscus van Wichen (RKSP) overlijdt. In de vacature wordt door de provincie Zuid-Holland Everardus Bonifacius François Frederik Wittert van Hoogland gekozen, die op 13 april geïnstalleerd wordt.
  • 28 juni: Dirk Stork (Liberale Unie) verlaat de Eerste Kamer. In de vacature wordt door de provincie Overijssel Jan van der Lande (RKSP) gekozen, die op 29 juli geïnstalleerd wordt.
  • 6 september: Bernard Straeter (RKSP) overlijdt. In de vacature wordt door de provincie Noord-Brabant Henricus Maria Joseph Blomjous gekozen, die op 30 november geïnstalleerd wordt.
  • 21 september: Abraham Kuyper (ARP) verlaat de Eerste Kamer. In de vacature wordt door de provincie Zuid-Holland Alexander Willem Frederik Idenburg gekozen, die op 7 oktober geïnstalleerd wordt.
  • 14 oktober: Henri Staal (Liberale Unie) overlijdt. In de vacature wordt door de provincie Noord-Holland Marcus Slingenberg (VDB) gekozen, die op 20 november geïnstalleerd wordt.
  • 10 november: Hendrik Colijn (ARP) verlaat de Eerste Kamer. In de vacature wordt door de provincie Gelderland Pieter Diepenhorst gekozen, die op 27 december geïnstalleerd wordt.

1921Bewerken

  • 28 april: Antonius Jurgens Hzn. (RKSP) verlaat de Eerste Kamer. In de vacature wordt door de provincie Gelderland Johannes Franciscus Clemens Arntz gekozen, die op 28 juni geïnstalleerd wordt.
  • 29 juli: Herman Bavinck (ARP) overlijdt. In de vacature wordt door de provincie Zuid-Holland Anne Anema gekozen, die op 20 september geïnstalleerd wordt.
  • 18 november: Pieter 't Hooft (ARP) overlijdt. In de vacature wordt door de provincie Gelderland Johannes Beelaerts van Blokland gekozen, die op 20 december geïnstalleerd wordt.

1922Bewerken

  • 5 januari: Halbe Binnerts (Liberale Unie) overlijdt. In de vacature wordt door de provincie Friesland Johan Edzart van Welderen Rengers gekozen, die op 31 januari geïnstalleerd wordt.
  • 30 januari: Alphonse Michiels van Kessenich (RKSP) overlijdt. In de vacature wordt door de provincie Limburg François Isidore Joseph Janssen gekozen, die op 23 maart geïnstalleerd wordt.
  • 22 mei: Frederic Joseph Maria Anton Reekers (RKSP) overlijdt. In de vacature wordt door de provincie Gelderland tijdens de zittingsperiode niet meer voorzien gezien de al uitgeschreven Eerste Kamerverkiezingen van 22 juni 1922.