Samenstelling Eerste Kamer 1904-1907

Wikimedia-lijst

De samenstelling van de Eerste Kamer der Staten-Generaal 1904-1907 biedt een overzicht van de Eerste Kamerleden in de periode tussen de verkiezingen van 1904 en de verkiezingen van 1907. De zittingsperiode ging in op 20 september 1904 en liep af op 16 september 1907.

Er waren toen 50 Eerste Kamerleden, verkozen door de Provinciale Staten van de 11 provincies die Nederland toen telde. Eerste Kamerleden werden verkozen voor een termijn van negen jaar, om de drie jaar werd een derde van de Eerste Kamer hernieuwd.

Gekozen bij de Eerste Kamerverkiezingen van 1904Bewerken

Algemeene Bond van RK-kiesverenigingen (18 zetels)Bewerken

Liberalen (12 zetels)Bewerken

ARP (8 zetels)Bewerken

Vrije liberalen (7 zetels)Bewerken

CHP (5 zetels)Bewerken

BijzonderhedenBewerken

  • Bij de Eerste Kamerverkiezingen van 1904 werd de volledige Eerste Kamer hernieuwd.

Tussentijdse mutatiesBewerken

1905Bewerken

1906Bewerken

  • 1 november: Constant Maurits Ernst van Löben Sels (ARP) nam ontslag vanwege zijn bevordering tot generaal-majoor. Hij werd door de Provinciale Staten van Gelderland herkozen en op 5 december dat jaar opnieuw geïnstalleerd.

1907Bewerken