Samenstelling Eerste Kamer 1871-1874

Wikimedia-lijst

De samenstelling van de Eerste Kamer der Staten-Generaal 1871-1874 biedt een overzicht van de Eerste Kamerleden in de periode tussen de verkiezingen van 1871 en de verkiezingen van 1874. De zittingsperiode ging in op 18 september 1871 en liep af op 20 september 1874.

Er waren toen 39 Eerste Kamerleden, verkozen door de Provinciale Staten van de 11 provincies die Nederland toen telde. Eerste Kamerleden werden verkozen voor een termijn van negen jaar, om de drie jaar werd een derde van de Eerste Kamer hernieuwd.

Samenstelling na de Eerste Kamerverkiezingen van 1871Bewerken

Liberalen (17 zetels)Bewerken

Gematigde liberalen (11 zetels)Bewerken

Conservatieven (6 zetels)Bewerken

Katholieken (5 zetels)Bewerken

BijzonderhedenBewerken

  • Bij de Eerste Kamerverkiezingen van 1871 werden 13 Eerste Kamerleden verkozen.
  • Adrianus Prins (liberalen) kwam op 19 september 1871 in de Eerste Kamer als opvolger van de op 1 augustus dat jaar overleden Hendrik van Beeck Vollenhoven (gematigde liberalen), die in 1865 door de Provinciale Staten van Noord-Holland verkozen werd tot Eerste Kamerlid.

Tussentijdse mutatiesBewerken

1872Bewerken

1873Bewerken

1874Bewerken