Saksische genitief

De bezits-s of genitief-s, ook Saksische genitief genoemd,[1] is een achtervoegsel dat in het Engels, Duits en Nederlands aan een eigennaam wordt gehecht om een bezitsrelatie weer te geven, zoals in Annes boek (het boek dat het bezit is van iemand met de naam Anne). Het komt ook voor na gewone zelfstandig naamwoorden, vooral als deze verwijzen naar een persoon.

Hoewel de bezits-s vaak op één lijn wordt gesteld met de ‘gewone’ genitief (de ‘tweede naamval’), valt daar op af te dingen omdat bij de Saksische genitief niet alle delen van dezelfde naamwoordgroep mee worden verbogen, zoals bij de gewone genitief,[2] en bovendien het grammaticale geslacht van woorden bij de Saksische genitief geen enkele rol speelt.[3] Net als gewone genitieven kan de ‘Saksische genitief’ naast echte bezitsrelaties ook soortgelijke relaties aanduiden, zoals het hebben van een lichaamsdeel of van een partner.

EngelsBewerken

VormBewerken

Bij meervouden die in -s eindigen wordt alleen een apostrof toegevoegd:

de jongelui hun samenkomst -> the boys’ reunion

Achter enkelvouden op -s komt in de Britse (schrijf)taal toch een ’s:

Sint Jacob zijn park -> St. James’s Park

maar niet in het Amerikaanse taalgebruik:

Karel zijn ouders -> Charles’ parents

Als het grondwoord niet op -s eindigt, wordt altijd ’s toegevoegd:

Piet zijn stoel -> Pete’s chair
de kinderen hun kamer -> the children’s room

Bij een woordengroep wordt de ’s alleen aan het einde gezet, ook als de ‘bezitter’ door een ander woord dan het laatste is vertegenwoordigd:

Janet en Gary hun kinderen -> Janet and Gary’s children
de Koningin van Engeland haar paarden -> the Queen of England’s horses

In de voorbeelden hierboven is voor de Nederlandse vertaling een ‘spreektalige’ vorm toegepast, omdat de Nederlandse standaardtaal in sommige gevallen liever voor de omgekeerde volgorde met het voorzetsel ‘van’ kiest: de kinderen van Jannie, de paarden van de koningin.

GebruikBewerken

De possessive ’s wordt in het Engels gebruikt bij persoonsnamen en bepaalde zelfstandige naamwoorden. Soms heeft hij daarnaast de meer specifieke functie van een tijdsbepaling:

Yesterday’s paper -> De krant van gisteren.

De possessive ’s kan altijd worden gebruikt bij persoonsnamen. De volgende klassen zelfstandige naamwoorden kunnen daarnaast een possessive ’s krijgen:

  • verwijzend naar een persoon of dier;
  • verwijzend naar een land (ook woorden als country en nation kunnen een possessive ’s krijgen);
  • verwijzend naar een organisatie, instantie e.d.

In de regel kan de possessive ’s worden vervangen door een constructie met have, of met het voorzetsel of. Dit laatste gebeurt meestal niet bij persoonsnamen.

NederlandsBewerken

In het Nederlands komt er voor het achtervoegsel s – net als bij meervouden – een apostrof als dit nodig is om verwarring over de uitspraak te voorkomen:

  • Saskia’s neus, Saskia d’r neus (omvatting)
  Zie ook apostrof in de Nederlandse genitief

Anders dan in het Engels, waar altijd een apostrof wordt gebruikt, wordt in het Nederlands de bezits-s volgens het Groene Boekje consequent aan het woord zelf vast geschreven indien dit geen verwarring omtrent de uitspraak oplevert:

  • mijn broers jas, mijn broer z’n jas (bezit)
  • Rembrandts schilderijen, Rembrandt z’n schilderijen (afkomst)

De witte spelling laat in gevallen als de eerste twee voorbeelden toch het gebruik van een apostrof toe, indien dit volgens de schrijver de duidelijkheid verbetert.

Indien het woord zelf al op -s eindigt, volgt er alleen een apostrof:

  • Els’ man, Els d’r man (bezit in overdrachtelijke zin)
  • mijn zus’ vriend, mijn zus d’r vriend (idem)

Partitieve genitiefBewerken

Na woorden die een bepaling van hoeveelheid uitdrukken, zoals iets, niets, wat of veel, krijgt hetgeen volgt (meestal een bijvoeglijk naamwoord) een -s. Deze aanverwante constructie heet ook wel de partitieve genitief:

Dat is niet veel soeps
Heb je niet wat beters?
Ik wil iets lekkers.
Iets warms.
Veel liefs!

AlternatievenBewerken

Constructies met het bezittelijk voornaamwoord zijn ook vaak mogelijk: Wie z’n boek, de man die z’n boek ik heb gelezen. Het voornaamwoord komt op deze positie normaliter alleen in zijn clitische vorm voor.

Er bestaat een tendens om deze -s te vervangen door een constructie met een bezittelijk voornaamwoord als zijn (z’n) of haar (d’r). In de voorbeelden hierboven is dit enkele keren toegepast, hoewel het in het Nederlands wordt afgekeurd. Naast het gebruik van het voorzetsel van, is dit de enige gebruiksmogelijkheid in het Afrikaans.

VariaBewerken

  • In oude grammatica’s van het Engels wordt voor de constructies met of soms de term ‘Normandische genitief’ gebruikt, ter onderscheiding van de Saksische genitief.[4]