Hoofdmenu openen

Rupert III van Nassau

Graaf van Nassau (1160-1190)

Rupert III van Nassau († 23/28 december 1191),[1] bijgenaamd ‘de Strijdbare’, was een van de eerste graven van Nassau. Hij was niet zonder betekenis voor zijn land. Belangrijke regeringsbesluiten karakteriseren hem, maar veel belangrijker is zijn meer algemene politieke activiteit, waardoor hij tot de meest opvallende vorsten van het Huis Nassau behoort.[2] Hij nam deel aan de Derde Kruistocht.

Rupert III ‘de Strijdbare’
Nassau wapen.svg Graaf van Nassau
Regeerperiode 1160-1190
Mederegent Hendrik I (1160-1167)
Walram I (vanaf 1176)
Voorganger Rupert II van Laurenburg
Arnold II van Laurenburg
Opvolger Herman
Militaire informatie
Rang Commandant van de vierde legertroep in de Derde Kruistocht
Slagen/oorlogen Derde Kruistocht
Huis Nassau
Vader Arnold II van Laurenburg?
Moeder ?
Geboren ?
Gestorven 23/28 december 1191
Partner Elisabeth van Leiningen
Religie Rooms-katholiek
Wapenschild
Wapen van de graven van Nassau

BiografieBewerken

Rupert was waarschijnlijk een zoon van graaf Arnold II van Laurenburg en een onbekend gebleven vrouw.[3]

Rupert wordt tussen 1160 en 1190 vermeld als graaf van Nassau. Hij regeerde samen met zijn neef Hendrik I en later met zijn neef Walram I.[1]

Rupert was een van de vertrouwde raadsleden van keizer Frederik I ‘Barbarossa’, in wiens omgeving we hem meestal vinden. In 1161 en 1162 was hij bij de keizer vóór Milaan; of hij deelnam aan de verdere tochten naar Italië in de jaren 1166 en 1167 blijft twijfelachtig; evenzo is de deelname aan de ongelukkige tocht van 1174-1176, hoewel waarschijnlijk, niet nawijsbaar. Het wordt ook aangenomen dat hij aanwezig was op de Rijksdag van Mainz rond Pinksteren 1184.[2]

Rupert werd in 1172 voogd van Klooster Schönau en was vanaf 1182 voogd van Koblenz. Hij wordt Ruoberdus comes genoemd in de inscriptie van een circa 1175 gedateerde munt, die Siegen aanduid als civitas.

Rupert nam, samen met zijn neef Walram, deel aan de Derde Kruistocht onder keizer Frederik I ‘Barbarossa’ en commandeerde in 1190 de vierde legertroep.[4] Aan het begin van de tocht werd hem een belangrijke taak opgedragen. Met zijn neef Walram en graaf Hendrik van Diez vormde hij de begeleiding van de in het najaar van 1188 als gezant naar keizer Isaäk II Angelos afgevaardigde bisschop Herman II van Münster. De delegatie kwam wel in Constantinopel aan, maar werd hier door de Byzantijnse keizer slecht behandeld en in slechte omstandigheden gevangen gehouden.[5] Ze werden eerst verlost bij het naderen van het kruisleger.[6] Op 28 oktober 1189 sloten Rupert en zijn lotgenoten zich bij Philippopel weer bij het kruisleger aan.[5] Over zijn verdere deelname aan de kruistocht is niets met zekerheid bekend; het lijkt erop dat hij het tot na de inname van Akko heeft volgehouden en vervolgens op de terugweg op zee overleden is.[2] Hij werd opgevolgd door zijn zoon Herman.

Huwelijk en kinderenBewerken

Rupert huwde mogelijk eerst met een dochter van Willem van Gleiberg, graaf van Gießen.[1]
Hij huwde in of vóór 1169[7] met Elisabeth van Leiningen († 20 juni ca. 1235/38),[8] dochter van graaf Emico III van Leiningen.[9] Als weduwe voerde zij de titel gravin van Schowenburg.[7]
Uit dit huwelijk werden geboren:[3]

  1. Herman († 16 juli vóór 1206), graaf van Nassau 1190-1192.
  2. Lucardis († vóór 1222), huwde eerst[10] ca. 1200 met Gebhard IV van Querfurt, burggraaf van Maagdenburg († Querfurt, 1213) en daarna in 1214 met graaf Herman V van Virneburg († na 1254).