Voor de gelijknamige plaats in Texas, VS, zie Rotan (Texas)

Rotan (Calamus rotang, ook: Spaans riet) is een plant met liaanachtige stengels. Plantenmateriaal wordt gebruikt voor de vervaardiging van (zogenaamde 'rieten') meubels, en ook wel gebruikt als wandelstok ('rotting').

Rotan stoelen

VoorkomenBewerken

Rotan komt vooral voor in tropische regenwouden. Veruit de meeste rotansoorten zijn klimplanten. Er zijn heel wat verschillende typen rotan. Ze komen vooral voor in de Maleise Archipel, maar ook op het Indiase subcontinent, aan de voet van de Himalaya, Zuid-China, Sri Lanka, Australië en in het westerse deel van de Stille Oceaan tot aan Fiji. Enkele soorten groeien in Midden-Afrika.

De dikte van een rotanstengel varieert van drie millimeter tot bijna tien centimeter en de lengte varieert in volgroeide vorm van tien centimeter tot tweehonderd meter. Ze groeien vanaf zeeniveau tot 3000 meter boven de zeespiegel.

GebruikBewerken

De kern van de stengels, die in tegenstelling tot bamboe massief is, wordt ook versneden in verschillende diktematen en heet dan (pit)riet. De hardere buitenlaag, de schors van de rotanstengels, snijdt men in verschillende breedtematen om wikkelingen, bindingen en vlechtwerk (onder andere stoelzittingen) mee te maken. Het wordt soms ook stoelenriet genoemd.

Van de geoogste stengels worden door vlechttechnieken bijvoorbeeld manden en meubelen gemaakt. Rotanmeubelen zijn bij tijd en wijle populair en dienen bijvoorbeeld als tuinmeubelen, of meubelen in een serre.

GeschiedenisBewerken

Rotan en rotanmeubels[1] werden oorspronkelijk "ingevoerd" op het vaste land door de Britse en de Nederlandse scheepvaartmaatschappijen als verpakkingsmateriaal voor porselein, kruiden en zijde. In de 17de eeuw werd het als vervangingen van de rietmeubels gebruik omdat het lichter, sterker en goedkoper was. Ook insecten konden er zich niet in nestelen. Hoewel het gebruik ervan geleidelijk aan steeg kende het materiaal zijn eerste hype pas rond 1851. Toen startte Cyrus Wakefield de Wakefield Rattan Compagnie nadat hij wat geknutseld had met rotanstengels. De hype werd gevolgd door Keizerin Eugénie, Claude Debussy en Cornelius Vanderbilt. Het gevolg was dat in Parijs een overvloed was aan "rotan bistrostoelen" van Maison Drucker en de villa's landelijke zetels en serrestoelen hadden in rotan. Na verloop zwakte de hype af.

In 1910 kreeg het rotanmeubel een nieuwe boost onder invloed van de Arts-and-craftsbeweging en werden stoelen met meer rondingen gemaakt die aansloten bij de art nouveau-stijl die toen opmars maakte. Een voorbeeld was de aankleding van Café Parisien op de Titanic door de Engelse firma Dryad.[2] Ook anderen gebruikten het materiaal waaronder Paul Frankl in vele ontwerpen. Door het veelvuldig gebruik, vliegtuigstoelen, manden, brancards en de opkomst van kunststof verdween de belangstelling.

In de jaren '60 herintroduceerden enkele avant-gardeontwerpers opnieuw rotan als grondstof. Onder andere Janine Abraham, Poul Kjærholm en Hans Wegner ontwierpen producten die door bekende stijliconen gekochten werden. Hierdoor raakte rotan opnieuw in hogere kringen. Rotan had toen meer de sfeer van een elegant item in een modern interieur in de plaats van de vroegere informele relaxte sfeer.

Door de zoektoch naar het mystieke in de hippiecultuur kreeg rotan opnieuw een boost. De interesse in rotan vervloog langzaam door de minimalistische vormgeving gedurende de jaren '90 en 2000.

Zie ookBewerken

Zie de categorie Rattan van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.