Hoofdmenu openen

Rijksheerlijkheid Saffenberg

kasteelruïne in Rijnland-Palts, Duitsland
Saffenberg

Saffenberg was een heerlijkheid binnen het Heilige Roomse Rijk die niet bij een kreits was ingedeeld.

De ruïne van Saffenburg of Saffenberg is te vinden bij Mayschoss in Ahrweiler in Rijnland-Palts.

De burchtBewerken

Saffenburg is in de elfde eeuw door de graven Adolf van Nörvenich en Adalbert van Saffenburg gebouwd en wordt in 1081 voor het eerst vermeld. In 1704 wordt de burcht gesloopt. Sinds 2004 zijn de vervallen muurresten gesaneerd.

De rijksheerlijkheidBewerken

De heren van Saffenburg oefenden tot 1172 de voogdij over het aartssticht Keulen uit. Na het uitsterven van de dynastie werd de heerlijkheid gedeeld. Aan het eind van de twaalfde eeuw is de burcht voor de helft in het bezit van Albert II en voor de helft in het bezit van zijn nicht Agnes. Via haar dochter Adelheid komt er een helft aan de graven van Sponheim en vandaar via een huwelijk aan graaf Diederik IV van Kleef. Via dochter Alvaridis van Saffenberg komt een deel bij graaf Willem II van Gullik terecht en later bij Willem van Arenberg en daarna aan Jan van Nieuwenaar.

In 1424 viel de heerlijkheid toe aan de graven van Virneburg en na hun uitsterven in 1545 aan de graven van Manderscheid-Schleiden. Omdat bij de indeling van Virneburg bij de Nederrijns-Westfaalse Kreits geen vermelding van Saffenberg plaatsvond, werd de heerlijkheid later als Kreits-vrij beschouwd.

In 1593 werd de heerlijkheid veroverd door de graven van der Mark-Lummen waardoor het verloren ging voor het huis Schleiden. Na het uitsterven van het huis Mark-Lummen in 1773 komt het aan de hertogen van Arenberg.

Vanwege Saffenburg hadden de graven van der Mark en na hun de hertogen van Arenberg een zetel op de Westfaalse gravenbank van de Rijksdag. In 1794 werd de rijksheerlijkheid Saffenburg evenals de andere landen van huis Arenberg door Franse troepen bezet. Hoewel de hertog van Arenberg in de Reichsdeputationshauptschluss van 25 februari 1803 schadeloos werd gesteld voor de verliezen, wist hertogin Louise Margaretha haar bezittingen op de linker Rijnoever als particulier eigendom weer in bezit te nemen.

Het Congres van Wenen voegde in 1815 de voormalige rijksheerlijkheid bij het koninkrijk Pruisen.

LiteratuurBewerken

  • Ludwig Petry, Handbuch der Historischen Stätten Deutschlands, Band V, Rheinland-Pfalz und Saarland, 1965
  • Gerhard Köbler, Historisches Lexicon der deutschen Länder, 1988
  • Heinrich Neu, Walther Zimmermann: Das Werk des Malers Renier Roidkin. Ansichten westdeutscher Kirchen, Burgen, Schlösser und Städte aus der ersten Hälfte des 18. Jahrhunderts. L. Schwann, Düsseldorf 1939