Resolutie 363 Veiligheidsraad Verenigde Naties

resolutie van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties

Resolutie 363 van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties werd aangenomen op 29 november 1974, op de 1809ste vergadering van de Veiligheidsraad. Dat gebeurde met dertien stemmen voor. Twee leden, China en Irak, namen niet deel aan de stemming.

Vlag van Verenigde Naties
Resolutie 363
Van de VN-Veiligheidsraad
Datum 29 november 1974
Nr. vergadering 1809
Code S/RES/363
Stemming
voor
13
onth.
0
tegen
0
Onderwerp Arabisch-Israëlisch conflict
Beslissing Verlenging waarnemersmacht met zes maanden.
Samenstelling VN-Veiligheidsraad in 1974
Permanente leden
Niet-permanente leden
Israël (blauw) en Syrië (rood).

AchtergrondBewerken

  Zie Jom Kipoeroorlog voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Resolutie 338 van de Veiligheidsraad riep op tot een staakt-het-vuren in de Jom Kipoeroorlog en de opstart van onderhandelingen. Bij die onderhandelingen kwamen Israël en Syrië tot een akkoord om de wapens neer te leggen. Naar aanleiding daarvan stuurde de Veiligheidsraad een waarnemingsmacht naar de regio om hierop toe te zien.

InhoudBewerken

De Veiligheidsraad:

  • Heeft het rapport van de Secretaris-Generaal over de VN-waarnemersmacht op de wapenneerlegging overwogen.
  • Heeft de inspanning om duurzame vrede te bereiken in het Midden-Oosten en de ontwikkelingen daaromtrent opgemerkt.
  • Is bezorgd over de opkomende spanningen in de regio.
  • Herbevestigt dat de twee akkoorden over wapenneerlegging slechts een stap zijn in de uitvoering van resolutie 338 van de Veiligheidsraad.
  1. Beslist:
    a. De partijen op te roepen resolutie 338 onmiddellijk uit te voeren.
    b. Het mandaat van de waarnemersmacht met zes maanden te verlengen.
    c. Dat de Secretaris-Generaal na deze periode een rapport indient over de ontwikkelingen in de uitvoering van resolutie 338.

Verwante resolutiesBewerken

  Originele werken bij dit onderwerp zijn te vinden op de pagina United Nations Security Council Resolution 363 op de Engelstalige Wikisource.