Hoofdmenu openen

Resolutie 1161 Veiligheidsraad Verenigde Naties

resolutie van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties

Resolutie 1161 van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties werd unaniem aangenomen door de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties op 9 april 1998.

Vlag van Verenigde Naties
Resolutie 1161
Van de VN-Veiligheidsraad
Datum 9 april 1998
Nr. vergadering 3870
Code S/RES/1161
Stemming
voor
15
onth.
0
tegen
0
Onderwerp Rwanda
Beslissing Reactiveerde de onderzoekscommissie naar illegale wapenstromen in het Grote Merengebied.
Samenstelling VN-Veiligheidsraad in 1998
Permanente leden
Vlag van China China · Vlag van Frankrijk Frankrijk · Vlag van Rusland Rusland · Vlag van Verenigd Koninkrijk Verenigd Koninkrijk · Vlag van Verenigde Staten Verenigde Staten
Niet-permanente leden
Vlag van Brazilië Brazilië · Vlag van Bahrein (1972-2002) Bahrein · Vlag van Costa Rica Costa Rica · Vlag van Gabon Gabon · Vlag van Gambia Gambia · Vlag van Japan (1870–1999) Japan · Vlag van Kenia Kenia · Vlag van Portugal Portugal · Vlag van Slovenië Slovenië · Vlag van Zweden Zweden
Zicht op de Kigaliberg; Kigali, Rwanda.
Zicht op de Kigaliberg; Kigali, Rwanda.

AchtergrondBewerken

  Zie Rwanda voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Toen Rwanda een Belgische kolonie was werd de Tutsi-minderheid in het land verheven tot een elite die de grote Hutu-minderheid wreed onderdrukte[bron?]. Na de onafhankelijkheid werden de Tutsi verdreven en namen de Hutu de macht over. Het conflict bleef aanslepen en in 1990 vielen Tutsi-milities verenigd als het FPR Rwanda binnen. Met westerse steun werden zij echter verdreven.

In Rwanda zelf werd de Hutu-bevolking opgehitst tegen de Tutsi. Dat leidde begin 1994 tot de Rwandese genocide. De UNAMIR-vredesmacht kon vanwege een te krap mandaat niet ingrijpen.

InhoudBewerken

WaarnemingenBewerken

Het geweld in Rwanda en bij uitbreiding het Grote Merengebied was nog steeds aan de gang. Ook kregen voormalige Rwandese regeringssoldaten en milities wapens aangeleverd ondanks het feit dat er een embargo was opgelegd. Het was noodzakelijk dat het onderzoek hiernaar, dat vanwege het vele geweld was opgeschort, werd hervat. Verder moest ook het vluchtelingenprobleem opgelost worden en moesten haatdragende radio-uitzendingen en pamfletten gepareerd worden.

HandelingenBewerken

De secretaris-generaal werd gevraagd de Internationale Onderzoekscommissie te reactiveren met volgend mandaat:

a. Informatie over wapenverkopen, -leveringen, en -transporten naar Rwandese milities in het Grote Merengebied onderzoeken,
b. De partijen die hieraan deelnemen identificeren,
c. Aanbevelingen doen inzake de illegale wapenstroom.

Aan alle landen werd gevraagd hieraan mee te werken. De landen in het Grote Merengebied werden opgeroepen te zorgen dat hun grondgebied niet als uitvalsbasis werd gebruikt door gewapende groepen. Ten slotte werd de Commissie gevraagd om binnen 3 maanden na haar reactivatie met besluiten te komen, nog eens 3 maanden later gevolgd door een eindrapport met aanbevelingen.

Verwante resolutiesBewerken