Hoofdmenu openen

Rectie is een in de taalkundige morfologie en grammatica gangbaar begrip waarmee wordt gedoeld op het verschijnsel dat een bepaald woord in de zin door middel van verbuiging bepaalde kenmerken uitdrukt van een ander woord in dezelfde zin, die door dit laatste woord als het ware aan het woord dat rectie vertoont worden opgelegd. Men spreekt dan ook wel van het "casus toekennen". Rectie speelt met name een belangrijke rol in talen met veel naamvallen.

Het woord dat de rectie aan het andere woord "oplegt", ook wel de "regens" genoemd, is vaak een werkwoord of voorzetsel en dit woord verandert zelf niet mee. Het woord dat de uiterlijke kenmerken van de rectie vertoont is in veel gevallen een naamwoord. De opgelegde rectie kan in meerdere woorden van dezelfde zin tot uiting komen.

VoorbeeldenBewerken

Het Duits is een voorbeeld van een levende taal waarin rectie een belangrijke rol speelt, onder meer bij voorzetsels, die steevast worden gecombineerd met de tweede, derde of vierde naamval. Men zegt ook wel dat het voorzetsel een van deze naamvallen regeert. Behalve bij het zelfstandig naamwoord treedt de rectie ook op bij het lidwoord en overige naamwoorden die zich richten naar het betreffende zelfstandig naamwoord (zoals het bijvoeglijk en bezittelijk voornaamwoord), de zogeheten dependenten. Bij werkwoordelijke rectie spreekt men in dit verband van argumenten, ter aanduiding van de zinsdelen waarbij de rectie optreedt.

Samenhangende begrippenBewerken

Aan rectie verwante begrippen zijn taalkundige flexie en (inherente) congruentie. Dit laatste wordt samen met rectie wel onder de noemer "contextuele flexie" gebracht, in tegenstelling tot de "inherente" flexie die eigen is aan het verbogen woord zelf (een willekeurig voorbeeld van dit laatste zijn meervoudsvormen). In de praktijk bestaat er tussen inherente en contextuele flexie echter geen scherpe grens.