Hoofdmenu openen
Hedendaags beeld van de plenaire zaal van de Belgische Senaat.

Een provinciaal senator was van 1893 tot 1995 een lid van de Belgische Senaat dat verkozen werd door de negen provincieraden.

Inhoud

Een nieuwe categorie van senatorenBewerken

Naar aanleiding van het invoeren van het algemeen meervoudig stemrecht in 1893 veranderde men de samenstelling van de Belgische Senaat. Men wilde namelijk de invloed van de provincies op de nationale besluitvorming vergroten. Daarom werd een derde categorie van senatoren ingevoerd, naast de rechtstreeks verkozen senatoren en de senatoren van rechtswege. Artikel 53 van de Grondwet van 1831 werd op 7 september 1893 gewijzigd teneinde deze nieuwe categorie van senatoren te verwezenlijken.[1]

De verkiezing van een provinciaal senatorBewerken

Het aantal provinciale senatoren dat een provincieraad mocht verkiezen was afhankelijk van het aantal inwoners in de provincie. De provincieraad diende één senator te verkiezen voor elke schijf van 200 000 inwoners in de provincie. Men mocht een extra senator verkiezen indien er na de laatste volle schijf van 200 000 inwoners een overschot van 125 000 of meer inwoners was. Om een minimumvertegenwoordiging van iedere provincie te garanderen, legde men het minimumaantal senatoren per provincie vast op drie. Provinciale senatoren werden verkozen volgens evenredige vertegenwoordiging.[1]

Het grondwettelijk kaderBewerken

In 1893 regelde men enkel de verkiezing van de provinciale senatoren. De grondwetswijziging van 15 oktober 1921 verfijnde evenwel het grondwettelijk kader. De Koning[noot 1] kreeg de bevoegdheid, maar niet de verplichting, om de provincieraden te ontbinden bij de ontbinding van de Senaat. Bovendien mochten provinciale senatoren geen deel uitmaken van de provincieraad die hen verkoos. Evenmin mochten zij daarvan deel hebben uitgemaakt gedurende het jaar van de verkiezing of gedurende de twee voorbije jaren.[2]

Om tot provinciaal senator te worden verkozen heeft er nooit een cijns gegolden.[2]

Gevolgen van de invoeringBewerken

 
De plenaire zaal van de Belgische Senaat in 1880. Beeld van voor de verruiming van de zaal in 1903.

Naast de bevolkingsaangroei was het invoeren van de provinciale senatoren de oorzaak van een toename van het totaal aantal senatoren. Dat ging dermate ver, zodat de plenaire zaal na enige tijd te klein was geworden. Daarom werd in 1903 de vlakke wand achter het spreekgestoelte naar achteren verplaats. Het halfrond kreeg daardoor zijn huidige U-vorm.[3]

De afschaffing van de provinciale senatorenBewerken

Als gevolg van het Sint-Michielsakkoord van 1993 verdwenen de provinciale senatoren in 1995 uit de Senaat. Daarmee waren ze de eerste categorie van senatoren die werd afgeschaft.

In de plaats van de provinciale senatoren kwamen de gemeenschapssenatoren.